Voorwaardelijke celstraffen geëist tegen leden CP'86

AMSTERDAM, 19 APRIL. Officier van justitie H. de Graaff heeft gisteren voor de Amsterdamse rechtbank tegen vier bestuursleden van de extreem-rechtse partij CP'86 voorwaardelijke celstraffen van een maand geëist en geldboetes van 5.000 gulden, waarvan de helft voorwaardelijk.

De aanklager legde de vier deelname ten laste aan een criminele organisatie die discriminatie, belediging en het aanzetten tot haat jegens bevolkingsgroepen tot oogmerk heeft. Tegen ex-voorzitter Wijngaarden, die verstek liet gaan, eiste de officier eenzelfde straf. Tegen de partij CP'86 en de toezichthoudende stichting eiste het OM geldboetes van 10.000 gulden elk.

Het doel van de rechtzaak was volgens de officier “weer zicht te krijgen op wat als beledigend of discriminerend voor groepen mensen moet worden aangemerkt”. Over een mogelijk volgende stap, een vordering tot ontbinding van de partij, liet hij zich nog niet uit. De Graaff bestempelde het gedachtengoed van CP'86 echter als “giftig” en “niets anders dan nationaal socialistisch”. De Graaff: “Het doel is eigenbelang en eigendunk, vormgegeven in vreemdelingenhaat. Het hele partijdenken is doordrenkt van xenofobe gevoelens en angsten.”

Op de tweede zittingsdag werd veel tijd besteed aan het foldermateriaal dat de afgelopen jaren door aanhangers van CP'86 werd verspreid. De officier citeerde tevens omstandig uit Centrumnieuws, het partijorgaan van CP'86, dat de afgelopen jaren ondermeer waarschuwde dat “elke bananenrepubliek zijn uitschot naar Neder-luilekker-land stuurt” en tegen “coulourborateurs, volksvijandige elementen en aanhangers van de multi-criminele samenleving”. De Graaf wees, naast deze “stuitende en ronduit walgelijke teksten”, ook op de door de partij verspreide prenten vol “denigrerende, karikaturale weergave van etnisch anderen”.

De vier raadslieden van de bestuursleden bepleitten vrijspraak. Ten eerste van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, dat deelname aan criminele bendes strafbaar stelt. J. Boksem stelde dat CP'86 altijd trachtte binnen de perken van de wet te blijven, al bestond er in de Nederlandse wetgeving een “grijs gebied” waarin het onduidelijk is of een uitlating discriminerend is. “De verdachten zijn er zich terdege van bewust op een evenwichtsbalk te lopen”, aldus Boksem. “CP'86 is geen misdaadsyndicaat, maar een politieke partij die in zijn uitingen misschien soms te ver is gegaan.”

Ook meenden de raadslieden dat CP'86 niet naar ras discrimeerde, maar hooguit naar nationaliteit. En dat valt volgens hen niet onder de bepalingen van artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht. Raadsman H. Anker beriep zich daarbij op een eerder arrest van het Gerechtshof in Leeuwarden.

In zijn laatste woord stelde partijvoorzitter H. Ruitenberg dat zijn partij nooit afstand zou doen van de leus 'Eigen Volk Eerst'. Die was immers niet racistisch, hooguit “een beetje egoïstisch”.

Uitspraak 2 mei.