Veertien jaar cel voor leider bij Colombiaans drugskartel

DEN HAAG, 19 APRIL. De rechtbank in Den Haag heeft vanochtend een 26-jarige Colombiaan tot 14 jaar gevangenisstraf en 1 miljoen gulden boete veroordeeld. Ze acht bewezen dat de man aan het hoofd stond van een Nederlandse tak van het wereldwijd beruchte Cali-kartel. Onder zijn leiding kwam in december vorig jaar 1161 kilo cocaïne vanuit Colombia de Amsterdamse haven binnen. Bij die smokkel werden hij en 23 anderen gearresteerd.

Verder organiseerde de man de invoer van bijna 12.000 kilogram marihuana, in oktober vorig jaar. Ook heeft hij zich vanaf zijn komst naar Nederland, in de zomer van 1992, schuldig gemaakt aan het verhandelen van kleine partijtjes cocaïne.

De officier van justitie had 16 jaar gevangenisstraf geëist. Maar de rechtbank heeft daar twee jaar van afgehaald, omdat de man van begin af aan heeft meegewerkt aan het onderzoek.

Tegen een ander bendelid, de 30-jarige J.B. had de officier 14 jaar geëist en 250.000 gulden boete. De man is de schoonzoon van de Surinaamse minister van sociale zaken, Willi Soemita. In zijn zaak is vandaag geen uitspraak gedaan. De rechtbank honoreerde het verzoek van B.'s advocaat, G. Spong, een psychologisch of psychiatrisch rapport te laten opstellen. Daaruit wordt wellicht duidelijk waarom de hoog opgeleide en gegoede B. plotseling zijn heil in de criminaliteit ging zoeken. De reclassering had gesuggereerd dat de man wellicht verminderd toerekeningsvatbaar was tijdens zijn activiteiten voor de drugsbende.

Een derde verdachte, de 36-jarige P. van T. uit Landsmeer, kreeg twee jaar wegens medeplichtigheid aan cocaïnesmokkel. Tegen hem was vier jaar geëist. (ANP)