Veel steun onbepaalde verlenging verdrag kernwapens

NEW YORK, 19 APRIL. Verscheidene grote mogendheden hebben zich gisteren, op de tweede dag van de conferentie over het Non-Proliferatieverdrag (NPV), uitgesproken voor een onbepaalde verlenging van het NPV, dat een grotere verspreiding van kernwapens moet voorkomen.

Tegelijkertijd maakten veel voorstanders hiervan duidelijk dat de vijf officiële kernwapenmogendheden meer moeten doen om hun kernwapenarsenalen te ontmantelen. China, een van de vijf bezitters, zei gisteren voorstander te zijn van of een onbepaalde verlenging van het uit 1970 daterende NPV of veelvoudige verlengingen van tenminste 25 jaar elk.

De andere vier kernwapenlanden, de Verenigde Staten, Rusland, Groot-Brittannië en Frankrijk, verkiezen alleen onbepaalde en onvoorwaardelijke verlenging. Veel Derde-Wereldlanden daarentegen willen verlenging voor een vaste periode of vaste perioden om zo druk te kunnen uitoefenen op de grote mogendheden om hun arsenalen in te krimpen, waar het verdrag naar streeft. De Chinese minister van buitenlandse zaken, Qian Qichen, zei gisteren dat “de optie van verlenging voor één vaste periode niet wenselijk is”. “China steunt de zachte verlenging van het NPV”, aldus Qian.

Indonesië was gisteren het eerste land dat pleitte voor een beperkte verlenging. Volgens Indonesië zou een onvoorwaardelijke verlenging neerkomen op een “permanente legitimatie van kernwapens en zal de vijf bevoorrechte landen worden toegestaan hun nucleaire arsenalen te houden, terwijl anderen voorgoed belet wordt om ze te krijgen”. Volgens het inmiddels tot 178 landen opgelopen aantal verdragspartners is een meerderheid van negentig landen nodig voor een onbepaalde verlenging. De VS schatten dat ze die meerderheid al hebben.

De zitting van gisteren werd geopend door de Franse minister van buitenlandse zaken, Alain Juppé, die namens de Europese Unie en zes aangesloten Midden- en Oosteuropese landen aandrong op onbepaalde verlenging. “Het is in het belang van de internationale gemeenschap de verspreiding van kernwapens tegen te gaan. Het is eveneens in haar belang om de benadering van een vreedzaam gebruik van nucleaire energie te promoten”, zei Juppé.

De Japanse minister van buitenlandse zaken, Kono, uitte zijn ontevredenheid over het tempo van ontwapening en vroeg onder meer om een snelle actie voor een wereldwijd verbod op kernproeven. Zijn Britse ambtgenoot, Hurd, deelde mee dat zijn land gestopt was met de produktie van splijtbaar materiaal voor wapens. De Duitse minister Kinkel zei dat kernwapenlanden geen voorraden splijtbaar materiaal moeten recycleren, die ze al bezitten, en vroeg om internationale controle op plutonium. (Reuter, AP)

Een onzer redacteuren voegt hier aan toe:

De Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Van Mierlo, zei in zijn toespraak dat verlenging van het NPV de beste garantie is voor totale nucleaire ontwapening. Hij noemde het verdrag het meest succesvolle mondiale veiligheidsverdrag sinds het begin van het nucleaire tijdperk.

Van Mierlo hield zijn gehoor voor dat het verdrag in de vijfentwintig jaar van zijn bestaan erin geslaagd was het aantal staten dat bezit van nucleaire wapens toegeeft te beperken tot vijf. Toen het verdrag werd opgesteld was er volgens Van Mierlo de angst dat dat aantal zich zou uitbreiden tot 20 à 30 landen.

Aangenomen wordt dat, behalve de vijf officiële bezitters, ook andere landen atoomwapens hebben of ze binnenkort zullen hebben, zoals Israel, Pakistan, India, Noord-Korea, Iran, Irak, Libië. Van Mierlo gaf aan dat de vijf landen die in het bezit zijn van atoomwapens de verplichting hebben tegenover de landen die die wapens niet bezitten verder te gaan met nucleaire ontwapening. Hij vreest dat de steun voor het verdrag afneemt als er weinig vorderingen worden gemaakt op het gebied van nucleaire ontwapening.

Van Mierlo vroeg ook om een totaal verbod op kernproeven, zowel voor militaire als civiele doeleinden. Hij sloot zich aan bij de oproep van H. Blix, de directeur van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA), tot verscherping van de regels voor inspectie van kernreactoren.