Van Mierlo belde over de openbare orde

DEN HAAG, 19 APRIL. Heeft minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) wel of niet druk uitgeoefend op de Haagse burgemeester Havermans om de oprichting van het Koerdische parlement-in-ballingschap te verbieden? Dat is de vraag die de gemeente Den Haag bezighoudt na een plotseling telefoontje, vorige week dinsdagochtend, van Van Mierlo met Havermans.

Het betreft een gevoelige kwestie omdat over de oprichting van het Koerdisch parlement inmiddels een diplomatieke rel is uitgebroken. Turkije dreigt met een boycot van Nederland, terwijl onder meer ook de Verenigde Staten kritiek op Nederland hebben uitgeoefend. Zowel premier Kok als minister Van Mierlo heeft echter verwezen naar de grondwettelijk beschermde vrijheid van vergadering in Nederland. Op grond daarvan zagen zij geen aanleiding de bijeenkomst van het Koerdische parlement te verbieden. Overigens betekent dat niet dat de Nederlandse regering het Koerdische parlement ook erkent.

Burgemeester Havermans werd vorige week maandag via de media op de hoogte gesteld van de plannen die de Koerden hadden met een parlement-in-ballingschap in zijn stad. Havermans probeerde diezelfde avond contact op te nemen met het departement van buitenlandse zaken, om hierover meer informatie te krijgen. De volgende ochtend werd hij twee keer uit een vergadering van het college van B en W gebeld. Eerst door de secretaris-generaal van Buitenlandse zaken, Van den Berg, die hem de uitleg verschafte. Tot Havermans' eigen verrassing bleef het daar niet bij. Even later was het de minister zelf die van Havermans wilde weten weten of hij aanleiding zag de oprichting van het Koerdische parlement te verbieden op grond van een mogelijke verstoring van de openbare orde.

Volgens een woordvoerder van de de gemeente Den Haag is het hoogst ongebruikelijk dat een minister van buitenlandse zaken op eigen initiatief persoonlijk informeert bij een burgemeester over een mogelijke verstoring van de openbare orde. Van Mierlo had over dezelfde Koerdische kwestie al eerder contact gehad met zijn collega Dijkstal, die als minister van binnenlandse zaken verantwoordelijk is voor de openbare orde.

Na overleg met politie en justitie kwam Havermans vorige week tot de conclusie dat er geen feiten bekend waren op basis waarvan de oprichtingsbijeenkomst zou kunnen worden verboden. Dat kan gebeuren als burgemeester, korpschef en hoofdofficier van justitie aanwijzingen hebben dat er bijvoorbeeld een tegendemonstratie zou plaatsvinden.

Havermans stuurde, zoals gebruikelijk bij demonstraties, wel politiemensen naar de aanvankelijk besloten oprichtingsbijeenkomst, met het doel de omgeving van het Congresgebouw in de gaten te houden. Toen na een uur vergaderen bleek dat de aanwezige pers de parlementszitting wel mocht blijven volgen, en de zitting derhalve openbaar was, werden ook politiemensen naar binnen gestuurd. Indien er orde-verstorende oproepen zouden worden gedaan zou de politie de bijeenkomst alsnog hebben verboden, zo melden gemeentelijke bronnen.