Twee 'vuile oorlogen', twee terugblikken

Er wordt de laatste tijd veel herdacht op de Nederlandse televisie, en dat levert niet altijd de beroerdste programma's op. Zo werden de afgelopen dagen bepaalde facetten van twee oorlogen op heel verschillende, maar interessante wijze belicht door VPRO en NCRV. Hans Keller boog zich voor de VPRO bijna vier uur lang over de bezettingstijd, de NCRV ging in De tijd staat even stil met onder andere Freek de Jonge terug naar de Argentijnse burgeroorlog in de jaren zeventig.

Naar Kellers Vrede godverdomme vrede heb ik met gemengde gevoelens gekeken. Zijn documentaire bevatte fraai materiaal - alleen al die schitterende Canadese oorlogsfilmpjes! - maar er was ook veel bekends bij, teveel om de reusachtige lengte van de film te rechtvaardigen. De verhalen van bijvoorbeeld Leo Vroman en Jan de Hartog zijn al eerder opgetekend, zij hadden gemakkelijk weggelaten kunnen worden.

Wie anno 1995 over de oorlog nog films met een Shoah-achtige lengte wil maken, moet aan zijn materiaal de hoogste eisen stellen. Vooral in het eerste uur van Vrede godverdomme vrede passeerden zoveel bekende feiten en ervaringen de revue dat ik mezelf even moedeloos afvroeg of dit nog drie uur langer was vol te houden. Gelukkig werd de film daarna langzaam boeiender: je begon uit te zien naar het vervolg van die prachtige verhalen van mensen als Andrea Domburg en Netty Rosenfeld.

Als Keller voor de helft van het aantal geïnterviewden - het waren er nu zestien - had gekozen, en zijn film met minstens een uur had bekort, was hij in de buurt van een meesterwerk gekomen. Ik vrees dat er nu tijdens het eerste uur heel wat kijkers zijn afgehaakt. Als we van schrijvers bondigheid mogen verlangen, waarom dan niet van filmers?

Die andere 'vuile oorlog', die zoveel verder van ons bed was, bleek ook nog steeds heftige emoties te kunnen oproepen. Freek de Jonge, met collega Bram Vermeulen (helaas niet uitgenodigd door de NCRV) actievoerder tegen het WK voetbal van 1978 in Argentinië, maakte zich opnieuw kwaad op de autoriteiten die de show destijds lieten doorgaan, alsof er niets aan de hand was.

Na de jaren zeventig zijn er veel nieuwe, gruwelijke feiten over de Argentijnse oorlog bekend geworden. Nog onlangs heeft een ex-militair bekend dat op grote schaal lichamen van gefolterde mensen vanuit vliegtuigen in zee werden geworpen. Dat is allemaal omstreeks het WK gebeurd. Je kunt dus moeilijk volhouden dat Bram en Freek het destijds nogal overdreven hebben.

In de uitzending bleek echter dat de toenmalige autoriteiten en deelnemers er niets van geleerd hadden. Zeventien jaar na dato verscholen ze zich nog steeds achter dezelfde argumenten én achter elkaar. De regering - bij monde van ex-minister van buitenlandse zaken C. van der Klaauw - vond dat hier geen taak voor haar was weggelegd, de KNVB (ex-voorzitter J. Hogewoning) wilde zich niet onmogelijk maken binnen de FIFA, en de spelers (Johnny Rep) vonden dat de KNVB het initiatief had moeten nemen. (Een speler als René van de Kerhof bekende dat hij de wereldbeker van iedereen zou hebben aangenomen - that's the spirit.)

De enige heldendaad van de KNVB was dat ze in 1978 geen vertegenwoordigers naar de officiële banketten stuurde - wat voor de doorsnee voetbalbestuurder inderdaad geen geringe zelfopoffering is. “U doet alsof ik geen moreel oordeel heb”, blafte Hogewoning in de uitzending. Maar niemand betwistte dat: Het ging er alleen om waarom hij er niet naar handelde. De KNVB had op zijn minst protest kunnen aantekenen bij de FIFA, zodat, zoals De Jonge zei, “men er op een waardige manier was heengegaan - het was nu een laffe manier.”

Van der Klaauw betoogde dat de Nederlandse regering haar onderdanen niet kan verbieden naar welk buitenland dan ook te gaan. Inderdaad, maar waarom had zij in dit geval zelfs niets durven adviseren? Daarop bleef Van der Klaauw het antwoord schuldig.

Die Argentijnse oorlog heeft altijd mijn bijzondere belangstelling gehad, omdat ik drie maanden vóór het WK als verslaggever ter plekke heb kunnen constateren hoe mis het daar was. Het linkse verzet was toen al gebroken door de vele arrestaties, martelingen en vermissingen. Ik herinner me hoe panisch bijvoorbeeld de leiders van de joodse gemeenschap in Buenos Aires reageerden op het verzoek geïnterviewd te worden. Ze waren als de dood dat de vervolging zich nog directer ook tegen hen zou richten.

Een beroemde schrijver als Ernesto Sabato bleek een gedemoraliseerde man, volkomen overstuur van de ontwikkelingen in zijn land. Zijn vrouw stuurde me maanden later een excuusbrief waarin ze begrip vroeg voor de zwijgzame, norse houding van haar man. (Misschien had ik me eerder moeten excuseren voor de naïveteit waarmee ik een verzoek om een interview had ingediend.)

Dat was Argentinië in de tweede helft van de jaren zeventig. Wij gingen er lekker voetballen, en als je daarvan iets zei, zoals Freek de Jonge en Bram Vermeulen, dan was je een onnozele wereldverbeteraar.

Aan het verbeteren van de wereld heeft De Jonge zich sindsdien ook maar niet meer gewaagd. Voor hem had de mislukte boycotactie grote persoonlijke gevolgen, vertelde hij in de uitzending. “Ik dacht: ga nu maar aan jezelf werken.”

Dat is hem nog heel aardig gelukt. Beter dan die Franse wereldverbeteraars over wie de Franse schrijver Olivier Rolin in Passages van Philip Freriks vertelde. Velen van hen pleegden na de jaren zestig zelfmoord.