Turkije-Nederland

DE OPRICHTING VAN een Koerdenparlement, vorige week in Den Haag, trekt een hekgolf. Hoeveel olie minister van Mierlo ook op het water gooit, de Turken weigeren de Nederlandse argumenten ernstig te nemen. Aan de Nederlandse grondwet hebben zij geen boodschap. Wat hen beroert is het uiteenvallen van hun staat. Tientallen jaren lange officiële ontkenning van het Koerdenvraagstuk heeft Turkije nu opgezadeld met een snel om zich heen grijpende gewelddadige opstandigheid.

Op zichzelf zou het ontstaan van het Koerdenparlement niet veel meer dan een diplomatiek incident hoeven op te leveren. Maar de aanwezigheid van honderdduizenden Turken, plus een menigte Koerden van uiteenlopende origine, in West-Europa verschaft het geheel een bijzondere dynamiek. Het Turks-Koerdische conflict is aldoende een bestanddeel geworden van het dagelijkse politierapport in een aantal Europese steden. Dat betekent dat Turkije, beticht als het in dit verband wordt van grove schending van de mensenrechten en van het volkenrecht, zijn naam te grabbel gegooid ziet onder zijn naaste bondgenoten.

IN DE TURKSE OPTIEK was de Haagse bijeenkomst meer dan een onvriendelijke daad, zij hield een verkapte beschuldiging in. De Nederlandse tolerantie ten opzichte van de Koerden wordt uitgelegd als directe kritiek op het Turkse optreden. Aanvullende uitspraken van premier Kok en minister van Mierlo hebben die indruk alleen maar versterkt. Vandaar dat het Haagse beroep op de grondwet in Ankara op kurkdroge grond is gevallen.

Het is intussen een Turks en een algemeen Europees belang dat de verbale escalatie in deze zaak tot een einde komt. Turkije heeft Europa nodig (in september beslist het Europees Parlement over de Europees-Turkse douane-unie), Europa is er alles aan gelegen niet het slagveld te worden van etnische conflicten elders. Wat door de beugel van de wet kan op dit terrein dient te worden aanvaard, wat de wet schendt moet worden bestreden. Daarover moet consensus kunnen worden bereikt.

Dreigementen en veroordelingen op regeringsniveau staan zo een consensus in de weg, evenals echo's daarvan uit zogenoemd onafhankelijke organisaties.