Terugwerkende kracht

Ons rechtssysteem heeft het niet erg op met wetgeving met terugwerkende kracht. In het strafrecht is dat al helemaal taboe en in het belastingrecht is men er allergisch voor. Staatssecretaris Vermeend (Financiën) betoont zich niet zo gevoelig. Maar hij ontkent dan ook het bestaan van een algemeen staatsrechtelijk beginsel dat terugwerkende kracht verbiedt. Sterker nog, terugwerkende kracht hoort bij zijn instrumenten om fiscale constructies te bestrijden en marktverstoring te voorkomen. Zo liet hij enkele reparatiemaatregelen onlangs ingaan op het moment dat het (unanieme) ministerraadsbesluit om de wet te wijzigen wereldkundig werd.

Door de constructies zo te bestrijden, behoedt Vermeend de schatkist naar eigen zeggen voor een aderlating van ruim een miljard gulden. Het gaat ondermeer om gemeenten, ziekenhuizen en woningcorporaties die de normale btw-regels wat gekunsteld toepassen waardoor ze profiteren van een btw-aftrek die de wetgever niet voor hen op het oog had. Zo wilde de gemeente Den Haag de financiering van haar nieuwe stadhuis met een post van 40 miljoen gulden btw-geld sluitend krijgen. En dat is nog maar één voorbeeld. Eigenlijk vindt iedereen het te gek voor woorden dat de ene overheidsinstantie de andere zo een loer draait. Enkele gemeenten zoals Amsterdam, Breda en Leiden houden het roer recht en Vermeend wil hen niet in de steek laten. Hoewel ook zijn voorganger Van Amelsvoort mokte en zelfs herhaaldelijk met maatregelen dreigde, kwam er uiteindelijk niets uit zijn handen. Nu Vermeend wel de knoop heeft doorgehakt, ziet het er naar uit dat hij dat te rigoureus heeft gedaan. Ook bonafide transacties vallen opeens onder de reparatie, zo klagen zowel VNO-NCW als de belastingadviseursorganisatie NOB. Die laatste suggereert zelfs overhaast een complete set maatregelen voor een minder effectieve reparatie. Zo'n reactie past naadloos in een spel waarbij pas tijdens de parlementaire behandeling het evenwicht gevonden moet worden tussen een overvragende staatssecretaris en onderbiedende belangenbehartigers zoals de NOB. Om de uitkomst van dat proces enigszins voorspelbaar te maken, heeft de raspoliticus Vermeend zich vooraf verzekerd van de steun van de regeringsfracties, terwijl de belastingadviseurs het Binnenhof juist mijden.

Vermeend kreeg zo het groene licht voor de terugwerkende kracht. De organisaties van belastingadviseurs kunnen daar evenwel niet mee leven. De verbolgen voorzitter Dijkman van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs noemt 'regeren bij persbericht een monstrum'. Het gaat zijns inziens niet aan dat Vermeend meedeelt dat de wet voortaan anders luidt en dat hij later nog wel eens de precieze tekst zal geven; dat geeft onaanvaardbare onzekerheid. Vermeend zoekt het hol van de leeuw op om de adviseurs van repliek te dienen. In het nog te publiceren NOB-blad Exposé ontvouwt hij een nieuwe theorie over de terugwerkende kracht in het belastingrecht. Kernelementen daarin vormen de voorafgaande waarschuwing en het budgettaire belang. Met de mededeling dat een bepaalde constructie wordt bestreden, staat die op een zwarte lijst. Wat Vermeend betreft gaan degenen die zich toch met de betrokken - dan nog legale - constructie inlaten, met open ogen een onzekere toekomst tegemoet. Ze nemen dan het risico van een reparatiemaatregel die ingaat op het moment van de aankondiging. Zo'n terugwerkende kracht acht Vermeend overigens alleen gerechtvaardigd als er voor de schatkist een groot financieel belang op het spel staat. Met een centrale plaats voor de vooraankondiging neemt hij afstand van de complete verrassing als element van de constructiebestrijding. Maar hij zet de langdurige onzekerheid over de precieze inhoud van de uiteindelijke regeling ongegeneerd in als wapen tegen de fiscale trukendoos.

Dit ligt in lijn met zijn als Kamerlid geopperde en in Exposé herhaalde idee om constructies zo snel mogelijk na de eerste signalering door de Belastingdienst, in de publiciteit te brengen. Door meteen bestrijding aan te kondigen, zal hij sommige constructies al om zeep helpen nog voordat Financiën aan reparatiemaatregelen hoeft te beginnen.

Het bespelen van de onzekerheden van belastingbetalers siert de overheid niet. Maar het vormt een begrijpelijke reactie op de ontwikkelingen op het fiscale slagveld. Dijkman typeerde de dubbelzinnigheid daarvan in deze krant toen hij sprak over de btw-constructie. Als burger en fiscalist vond hij die een schande maar als belastingadviseur vond hij het juist terecht dat de constructie op grote schaal werd gehanteerd. “Je bent een dief van eigen portemonnee als je dat niet doet.”

Het is nu aan de beide Kamers om er voor te zorgen dat Vermeend niet zo zeer in de ban raakt van deze amorele fiscale catch-as-catch-can dat de waardigheid van de overheid er onder leidt.