Stem van strenge engel zet oren op steeltjes en het verstand op scherp

Concert: Barbara Bonney, sopraan, Rudolf Jansen, piano. Programma: liederen van Felix Mendelssohn, Hugo Wolf (uit Italienisches Liederbuch), Jean Sibelius, Richard Strauss. Gehoord: 18/4, Concertgebouw, Amsterdam. Radio uitzending: 25/4, Radio 4.

Er was gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw alle reden om de Kleine Zaal af te breken na het recital van de beroemde Amerikaanse sopraan Barbara Bonney en pianist Rudolf Jansen. Dat het enthousiasme binnen de perken bleef en slechts leidde tot twee prachtige toegiften had alles te maken met het uiterst beheerste karakter van Bonney's zangkunst. Haar stem is die van een strenge engel, hemels maar altijd met een zekere afstand. Haar forte heeft een sterke straling, maar men kan zich er niet aan branden en haar pianissimo is fluisterend en tòch gezongen, maar leidt nooit tot echte intimiteit. Haar grote concentratie en beheersing brengt zij onwillekeurig over op haar publiek dat met oren op steeltjes en het verstand op scherp luistert om zich niet één van de vele wonderen in nuancering te laten ontgaan.

Bonney's vermogen tot het weergeven van de kleinste details en de meest subtiele schakeringen was vooral bij Wolf verbluffend. Zijn oeuvre vormt haast een encyclopedie van de menselijke gevoelens en zijn liederen lijken Bonney op het lijf te zijn geschreven. Even intelligent en beheerst als vroeger Elisabeth Schwarzkopf wist zij haar stem te kleuren naar de betekenis van de tekst. Vals en canailleus schudde zij een maar half geïnteresseerde jongen van zich af in Wer rief dich denn? Met een vlak non-vibrato zette zij in met Wir haben lange Zeit geschwiegen, om op het moment waar het zwijgen overging in communicatie een warm vibrato te laten opbloeien. Met een zacht parlando begon haar opsomming van de vele minnaars in Ich hab in Penna, opbouwend tot een triomfantelijk forte aan het slot. Binnen deze vervloeiende kleuren waren tal van kleuraccenten waarmee een ironisch terzijde, een binnenpretje of een bittere bijgedachte werden gemarkeerd.

Eigenlijk is Barbara Bonney's enige beperking juist haar onbeperkte scala aan nuancering. Bij Mendelssohn en Strauss bleek de veelheid aan uitgewerkte details een barrière op te werpen waardoor de romantiek niet van hart tot hart ging, maar een hink-stap-sprong maakte via het intellect. De eenvoud die zij hier niet wist te realiseren werd echter wèl bereikt bij Sibelius. In diens korte ballade Flickan kom ifran sin äisklings möte 'vertelde' zij het verhaal van het bedrogen meisje met een roerende eenvoud.

Met verbeeldingskracht en virtuositeit ging Rudolf Jansen op deze avond een dialoog aan met Barbara Bonney. Bij haar tweede toegift wendde zij zich echter tot haar onlangs gestorven begeleider Geoffrey Parsons, aan wie zij Morgen van Richard Strauss opdroeg, het laatste wat zij enige maanden geleden met hem uitvoerde.