Plezier

“Mijn ideaal is, dat je met je kinderen niet alleen zonder gevaar, maar ook met groot plezier naar voetbal kunt gaan.” Aan het woord is Jos Staatsen, de voorzitter van de sectie Betaald Voetbal van de KNVB. “Met groot plezier”, dat is nogal een eis, of op zijn minst een verlangen. Ik heb het uit het uitvoerige interview in de Volkskrant van jongstleden zaterdag niet met zoveel woorden gelezen, dat Staatsen dat plezier vooral afmeet aan het genre voetbal dat de mensen op het veld krijgen voorgeschoteld. Hij praat meer vanuit een andere invalshoek: uitwassen van een klein deel van het publiek bestrijden, zorgen voor fraaie stadions, een foutloze bestuurlijke organisatie. Ergens in het bijna paginagrote interview staat het zinnetje: “Je moet als organisator meer bieden dan goed voetbal”. Staatsen onderbouwt die stelling met de volgende zinsnede: “De burger is beter ontwikkeld, kritischer geworden, beter voorgelicht, heeft meer geld te besteden en hoeft zich niet te beperken tot eigen regio, stad of zelfs land”. In het algemeen gesproken is het best waar dat de burger van nu beter ontwikkeld enzovoorts is dan die van vroeger, maar of het opgaat met betrekking tot die burgers die naar voetbalwedstrijden gaan kijken lijkt mij zeer de vraag. Ik heb het al eens eerder geschreven: voetbal is veel goed publiek kwijtgeraakt en heeft er dubieus publiek voor in de plaats gekregen.

Staatsen zou eens bij het vollopen van een stadion moeten gaan kijken. Niet via een luikje in de bestuurskamer, evenmin vanuit de vip-loges, maar op de hoek van de straat waar de massa langs komt. Hij zou heel veel jongelui zien langs komen, minder middelbaren en bijna helemaal geen ouderen. Onder die jongeren veel matig of slecht opgeleide mensen, wat nog niet hoeft te betekenen dat zij rijp zijn voor het optreden als vandaal, maar wat wel een illustratie is van de bewering dat veel rustige, redelijk-beschaafde toeschouwers tegenwoordig weg blijven. Ik heb ze ook in mijn kennissenkring: pure liefhebbers, maar ook gevoelig voor sportieve sfeer. En als er zoveel haat rond en op het veld heerst blijven die mensen weg. Intussen maakt niemand mij wijs dat de sfeer niets te maken heeft met het gebodene binnen de lijnen. Het een lokt het ander uit. Vandaar dat dat verlangen naar met groot plezier naar het voetballen gaan kijken, mij zeer aanspreekt. Het voetbal moet er dan wel naar zijn.

In dat verband heb ik met waardering naar het spel van Vitesse gekeken jongstleden maandag tegen FC Utrecht. Ook als men in acht neemt dat de Arnhemmers niet in degradatiezone verkeren en evenmin kansen hebben om internationaal voetbal te behalen, dan nog verdienen zij een compliment voor de manier waarop zij speelden. Als het de verdienste van Herbert Neumann is dat Vitesse speelt zoals het speelt, dan is het doodzonde als deze intelligente coach uit Nederland zou verdwijnen. Na de wedstrijd merkte hij op, dat te zien was dat zijn spelers plezier in het spel hadden. Precies het woord dat Staatsen noemde, toen hij met zijn kinderen naar het stadion wilde. “Met groot plezier”. Om dat mogelijk te maken moet er van alles gebeuren waar Staatsen de hand in kan hebben. Maar het allermoeilijkste is het spel zelf dusdanig te sturen dat er plezier en kwaliteit vanaf straalt. Wie dat als trainer/coach voor elkaar krijgt, is een grote.