Over de prijs van de tomaat valt veel te twisten

De tomatentelers op de Canarische Eilanden exporteren jaarlijks zestig miljoen dozen met zes kilo tomaten. Het overgrote deel wordt per schip in Rotterdam aangevoerd en in noordwest-Europa gedistribueerd. Evenals hun Nederlandse collega's vrezen ze de concurrentie van Marokko dat tomaten tegen 'dumpingprijzen' naar de Europese Unie exporteert. Maar de Nederlandse telers worden volgens hen beter beschermd. “Er zijn kennelijk eerste klas en tweede klas Europeanen.”

Onze tomaten smaken naar de pure zon. Hollandse tomaten zijn goed voor in de ijskast, maar ze hebben geen smaak.'' Jacinto Godoy Gonzalez, de rondborstige directeur van de landbouwcoöperatie van San Nicolas, is trots op het belangrijkste exportprodukt van de Canarische Eilanden. De uitvoer van tomaten naar Noordwest-Europa is de grootste bron van inkomsten, na het toerisme van de acht miljoen buitenlandse zonzoekers per jaar.

De zon die op de Spaanse eilandengroep, niet ver van de Marokkaanse kust, het gehele jaar toeristen lokt - vooral uit datzelfde Noordwest-Europa - is de belangrijkste hulpbron van de Canarische tomatentelers, die jaarlijks zo'n zestig miljoen dozen tomaten van zes kilo exporteren. Zo'n 40 tot 45 miljoen dozen gaan via de Rotterdamse haven naar Nederland, Duitsland en Scandinavië, naast Engeland (tien miljoen dozen) de belangrijkste afnemers. De tuinders op het eiland Gran Canaria (produktie 40 miljoen dozen) en Tenerife (tien miljoen dozen die grotendeels naar het Spaanse vasteland gaan) zijn in slechts enkele jaren grote concurrenten geworden van de Nederlandse en andere tomatentelers in de Europese Unie.

Jacinto Godoy leidt de bezoeker trots rond in La Vereda S.A., een bedrijf van 45 hectare, een kleine dertig kilometer ten zuiden van Las Palmas, de hoofdstad van Gran Canaria. Dertien jaar geleden was hier nog een stoffige zandvlakte, nu produceert La Vereda met 250 werknemers jaarlijks zes miljoen tomaten. De planten produceren hun vruchten na zestig à zeventig dagen dankzij de overvloedige zonneschijn, betrekkelijk weinig kunstmest en veel water. In Nederland bedraagt de produktietijd 120 dagen, maar de opbrengst per plant is er vijf keer hoger, aldus Jacinto Godoy, die het vak in 1965 in Nederland leerde. De lonen voor de plukkers variëren minder sterk: van 7,20 gulden per uur op de Canarische Eilanden tot tien à twaalf gulden per uur in Nederland.

De teelt vindt plaats onder enorme netten van mayo (een gaas dat lijkt op kaasdoek) die bescherming moeten bieden tegen insekten zoals wespen en de witte vlieg die hier net zo berucht is als bij Nederlandse tomatentelers, het dunne zand dat uit de Sahara overwaait en de zon die soms, zoals de afgelopen winter, de temperatuur te hoog opdrijft. De meeste planten groeien net als in Nederland op steenwol en worden gevoed met water dat de benodigde voedingstoffen bevat. Het water dat schaars is op de Canarische Eilanden - het regent er weinig - wordt uit diepe putten gehaald of uit zee en daarna ontzild in een aparte fabriek. Het zoutgehalte (in het zeewater 33 gram en in het water uit de putten zo'n 20 gram) wordt teruggebracht tot maximaal 2 gram.

De nettenteelt - niet alleen van tomaten, maar ook van komkommers en andere produkten - beslaat 2500 hectare op de acht Canarische Eilanden, waarvan tweederde op Gran Canaria, dat in Las Palmas niet alleen de regionale hoofdstad maar ook de verreweg belangrijkste haven van de zeven eilanden heeft. Het produktieseizoen voor tomaten op de Canarische Eilanden begint in oktober en eindigt in mei/juni. De eerste exportpartijen komen per schip in de tweede helft van december in Rotterdam aan, de laatste in april. De export van bijna de helft van de produktie van het eiland Gran Canaria (15 miljoen dozen in 1994, dit jaar ca 12 miljoen dozen) wordt geregeld door het expeditiebedrijf Ebrex, een logistieke dienstverlener die de gehele vervoersketen verzorgt - van de telers tot de supermarktbedrijven en andere afnemers in Europa. Een ander belangrijk deel van de Canarische tomatenexport loopt via de fruitveiling in de Rotterdamse Merwehaven. Elk exportseizoen varen niet minder dan 120 schepen met tomaten uit de Canarische Eilanden naar Rotterdam. Een klein deel van de export (ongeveer vijf procent) gaat per vliegtuig naar Schiphol en vandaar per vrachtauto naar Scandinavië waar half groene tomaten (op Gran Canaria bekend als 'pintons', te vergelijken met 'kinderen van zes maanden', zegt Jacinto Godoy) populair zijn.

In mei komen de Nederlandse tomaten in grote hoeveelheden op de markt. Met de verdeling van de markt die voortvloeit uit het verschil in produktiesiezoen, hebben de concurrerende telers (en die uit Spanje en Portugal, die ook in de wintermaanden tomaten produceren) al lang leren leven. Ze hebben echter een gemeenschappelijk probleem: de concurrentie uit Marokko. De tomatenexport uit Marokko groeide van 86.000 ton in de periode 1987-88 tot 165.000 ton in 1992-93. Dit jaar is de Marokkaanse export naar de EU kwantitatief beperkt tot 130.000 ton tomaten in de periode januari tot april.

“De Marokkaanse tomaten zijn van minder goede kwaliteit van de onze of de Nederlandse omdat wegens de hitte van de zon en het Saharazand onder plastic worden gekweekt, maar hun loonkosten zijn veel lager”, zegt Jacinto Godoy. En, voegt hij er verontwaardigd aan toe, “ze maken zich schuldig aan dumping”. De laatste beschuldiging wordt min of meer bevestigd door J. Gijsberts, voorzitter van de commissie groente en fruit van de COPA, de overkoepelende organisatie van landbouworganisaties in de Europese Unie.

Ter bescherming van de Europese telers hanteert de Europese Unie sinds begin dit jaar het systeem van zogenaamde entry prices, in feite minimumprijzen. Wie produkten onder de entry price invoert, moet een heffing betalen. Voor Marokkaanse tomaten geldt van januari tot 1 april een entry price van 560 ecu per ton. Volgens Gijsberts is dat bedrag 'eigenlijk te laag om kostendekkend te kunnen produceren', maar niettemin houden de Marokkanen zich daaraan, kennelijk om afzetmarkten die ze de laatste jaren veroverd hebben, vast te houden. Wat de Canarische tomatenkwekers steekt is dat de entry price van de EU vanaf 1 april meer dan het dubbele, 1200 ecu per ton, bedraagt - als de eerste Nederlandse tomaten op de markt komen. Jacinto Godoy: “Er zijn dus kennelijk eerste en tweede klas Europeanen.”

In het restaurant aan het splinternieuwe haventje van San Nicolas waar het gesprek wordt voortgezet, lopen de emoties hoog op. Terwijl de grotere types Mercedessen, Landcruisers en BMW's (deels tweedehands vanuit Rotterdam geïmporteerd) blikkeren in de zonnestralen en de wijn gul wordt geschonken, spreken Jacinto en zijn collega's over de handelspolitiek van de Europese Unie als een 'strijd voor de Europese cultuur'. De 'vijand' is uiteraard Marokko dat met 'dumpprijzen' de markt bederft en tijdens de lopende onderhandelingen over een nieuw vrijhandelsakkoord met de Europese Unie in Brussel ook nog de Spaanse tomaten- en visserijbelangen tegen elkaar uitspeelt.

Na het voortreffelijke jaar 1993-94, toen de Canarische tomatenexport maar liefst 20 procent steeg ten opzichte van het voorgaande jaar, was het jongste seizoen slecht: de produktie verminderde wegens het aanhoudende warme en droge weer tijdens de wintermaanden. Mede als gevolg van de Marokkaanse concurrentie kregen de Canarische telers de afgelopen maanden negen à tien gulden en in het begin het seizoen, in januari, zelfs niet meer dan acht gulden per doos van zes kilo tomaten, en dat laatste bedrag komt overeen met de gemiddelde kostprijs. De Marokkanen namen volgens de Canarische telers genoegen met 6 à 7 gulden per doos “terwijl hun kosten zeker 9 à 10 gulden bedragen”. Ter vergelijking: de gemiddelde kostprijs in Nederland bedraagt ca 10 gulden per kist van 5 kilo. De Canarische telers hadden natuurlijk wel het onverwachte voordeeltje van de recente devaluatie van de peseta met 7 procent.

De Europese Unie voelt zich in zekere zin verplicht tot steun aan Marokko dat met steun van vooral Frankrijk een speciale positie heeft verworven sinds de aanvraag om lid van de toenamelige EEG te worden in 1987 werd afgewezen. In het kader van het zogenaamde globale Middellandse-Zeebeleid van de EU mocht Marokko enkele jaren geleden 90.000 ton tomaten vrij van heffingen naar de EU uitvoeren. Daarnaast importeerde Frankrijk nog eens 90.000 ton tomaten op gunstige voorwaarden uit het land van koning Hassan, ooit een Frans protectoraat. De kwantitieve beperking van de Marokkaanse tomatenexport tot 130.000 ton dit jaar is een soort adempauze. Evenals de Canarische telers verwacht Gijsberts dat Marokko bij de huidige onderhandelingen met Brussel op een grotere hoeveelheid zal aandringen. Het ligt in de bedoeling dat het vrijhandelsakkoord met Marokko per 1 juli as. in werking zal treden.

Er zijn nog enkele factoren die op den duur ten gunste van Marokko werken. “De Marokkaanse concurrentiekracht wordt duidelijk in toom gehouden. Maar de toom zal de komende jaren losser worden door versoepeling van het entry price-systeem, zoals is voorzien in het WTO”, aldus voorzitter mr. A. Kroon van het Centraal Bureau voor de Tuinbouwveilingen in Nederland (CBT) vorige maand op de jaarlijkse algemene vergadering van het CBT. Tenslotte heeft de EU zich, mede onder Franse druk, om politieke redenen voorgenomen nog dit jaar met Marokko en de overige Magreblanden een vrijhandelszone te vormen. Die zou komende herfst op een conferentie in Barcelona uitgeroepen worden. Gijsberts: “Het is te verwachten dat dan opnieuw concessies moeten worden gedaan op die gebieden waar de Maghreblanden iets kunnen presteren, dus bij land- en tuinbouw. En voor Marokko gaat het daarbij in de eerste plaats om tomaten.”

Jacinto Godoy en zijn collega-ondernemers hebben zich verenigd in Fedex, de organisatie van exporteurs van landbouwprodukten. Fedex is een sterke lobby: het parlement van de autonome regio Canarische Eilanden deed eind maart een beroep op de regering in Madrid de 'entry price' van Marokkaanse tomaten in de EU te verhogen en in elk geval niet meer dan 130.000 ton toe te laten. Als het vrijhandelsverdrag waarover in Brussel onderhandeld wordt, slechter uitvalt dan de huidige regeling dan moet Spanje een procedure beginnen bij het Europese Hof van Justitie, aldus de motie die met algemene stemmen werd aangenomen.

De Canarische tomatentelers denken ook dat ze het de Nederlandse concurrent lastig kunnen maken. Jacinto Godoy: “Wij zullen onze produktie voor een deel verleggen naar mei en juni zodat de Nederlandse telers op de Europese markt niet langer het rijk alleen hebben.” Het dreigement wordt al enige jaren geuit en heeft in Nederland tot nog toe weinig indruk gemaakt. Gijsberts: “Tot ver in de zomer is er in de EU sprake van een vrije markt. De Canariërs kunnen dus hun gang gaan.”Jacinto Godoy heeft vertrouwen in de toekomst. Wat aan de prijzenkant niet kan, is wel mogelijk aan de kostenkant. Naar Nederlands voorbeeld worden de tomaten onder de Canarische mayonetten geteeld op steenwol. Maar lavagrond, op deze vulkanische eilanden overvloedig aanwezig, is minder bewerkelijk en veel goedkoper. En uiteindelijk heeft, dat weet ook Jacinto Godoy, de consument het laatste woord: want over smaak valt niet te twisten.