Onderhandelingspositie voor nieuwe CAO verzwakt door akkoord in bouw; Stukadoors teleurgesteld in vakbonden

ROTTERDAM, 19 APRIL. Terwijl de bouwvakkers na vijf weken staking hun CAO hebben, gaan de acties voor de stukadoors gewoon door. Samen begonnen, maar niet samen geëindigd. De stukadoors staan nu waarschijnlijk minder sterk in hun strijd met de werkgevers. “Het scheelt nogal of je met 35.000 man aan het staken bent, of met 1.700”, zegt R. van den Berg (32) uit Rotterdam.

Van den Berg staakt vanaf 14 maart, samen met ongeveer tien andere collega's bij dezelfde werkgever. Een van hen is de 50-jarige P. de Groot, eveneens uit Rotterdam. Het tweetal zit thuis bij hem op de bank in de Rotterdamse wijk Vreewijk. De teleurstelling over het uitblijven van een CAO is duidelijk van het gezicht af te lezen bij de twee.

Het duurt allemaal wat langer dan verwacht. Ze zijn bang dat het misschien nog wel een paar weken gaat duren. Maar stoppen met de staking willen de twee absoluut niet. Van den Berg: “Je kunt gewoon niet stoppen. Dan zou alles voor niets zijn geweest”. Zijn collega is het met hem eens. En bovendien, toegeven aan de werkgevers is helemáál uit den boze. “Wat gebeurt er dan met de volgende onderhandelingen”, vraagt De Groot zich af.

Beiden vinden dat de media te veel aandacht hebben besteed aan de bouwvakkers en te weinig aan de stukadoors. Zoals bijvoorbeeld op teletekst, waarop het akkoord in de bouw viel te lezen. “Dan staat er onder aan in één regeltje, dat de stukadoors nog doorgaan met staken. Alles wat je leest, gaat over de bouw”, meent De Groot.

Van den Berg en De Groot zijn teleurgesteld in de bonden dat de staking niet een gezamenlijk einde kent. “We hadden verwacht dat we samen zouden stoppen. Dat kun je de bouwvakkers niet kwalijk nemen, maar de bonden wel. Er is ook altijd door de bonden gezegd: 'samen staan we sterk'. We hadden pas aan het werk moeten gaan als alles rond is. Je werkt toch bijna allemaal op dezelfde bouwplaats”, aldus De Groot.

Hoewel het tweetal zegt het de bouwvakkers niet kwalijk te nemen dat ze weer aan de slag gaan, valt er zo nu en dan toch een wanklankje te horen. De Groot spreekt over “ieder voor zich en God voor ons allen”. Het beeld van een gezamenlijke staking is volgens De Groot dan ook een verkeerd beeld. “Wij staakten niet mee. Wij staken voor onszelf. De bouw staakt nu ook niet mee met ons”, zegt De Groot verbitterd.

Het tweetal is in dienst bij een bedrijf in Bernisse. Vóór de staking werkten ze aan een bouwproject in Delft. Niet iedereen heeft het werk neergelegd. “Als meer dan de helft blijft werken, duurt het zo lang voordat er een CAO is”, meent Van den Berg. Volgens de Bernisser werkgever werken 52 van zijn vaste 62 stukadoors gewoon door.

Het tweetal beweert dat er weinig verschil bestaat tussen een bouwvakker en een stukadoor. De Groot: “Er wordt altijd gezegd dat er veel verschil is. Dat is niet zo. Daar gaan allemaal oude verhalen over. Dat je de helft van het jaar thuis zit. Ik werk nu zes jaar voor het bedrijf in Bernisse. Ik heb constant werk. Ik heb ook bij een kleine baas gezeten en daar was het precies hetzelfde.”

Toch zullen een bouwvakker en een stukadoor nooit helemaal hetzelfde worden. “Je bemoeit je niet zoveel met de rest van de bouw. Meestal eet je ook alleen, dan ga je niet in de bouwkeet zitten. Dan blijf je vaak op de werkplek”, zegt De Groot.H. de Bie is eigenaar van een klein stukadoorsbedrijf in Rotterdam. Al zijn personeel, vier man sterk, staakt. De Bie probeert zo goed en kwaad als het kan de meest urgente klussen af te handelen. Hij doet dat in zijn eentje. Noodgedwongen, want de vaste kosten moeten betaald worden. Vooralsnog maakt hij zich nog geen zorgen over een financieel tekort. “Ik heb het nog niet nagerekend, maar ik verwacht niet dat er tekorten ontstaan”, zegt De Bie.

Hij beaamt de aparte positie die de stukadoors min of meer innemen in de bouwwereld. “Al jaren wordt over ons gezegd dat wij eigenwijs zijn. Wij zeggen dat wij de spil zijn van de bouwerij”, drukt hij zich tactisch uit.