Meevallers en de koopkracht

Er zijn mensen die reikhalzend uitkijken naar het Centraal Economisch Plan. Het Centraal Planbureau publiceert dit kloeke boekwerk elk jaar in april. Het Plan boekstaaft niet alleen de economische ontwikkeling in het verleden, maar geeft tevens een vooruitblik op de gang van zaken in de eerstkomende anderhalf jaar.

Voor de liefhebbers is het zojuist verschenen Centraal Economisch Plan 1996 weer een ware lusthof. Zowel ondernemers, werknemers, uitkeringsontvangers en hun gekozen volksvertegenwoordigers zullen het meest benieuwd zijn naar het cijfer voor de groei van de nationale produktie en de verdiende inkomens. Na uitschakeling van de invloed van de geldontwaarding groeit het reële nationaal inkomen in 1996 naar schatting met 14 miljard gulden. Van de nationale koopkrachtverbetering valt vier miljard aan de collectieve sector toe. Het kabinet gebruikt deze extra middelen niet om de uitgaven te verhogen, maar om het overheidstekort verder te verkleinen. Als gevolg van een kleiner tekort neemt de overheidsschuld minder snel toe. Dat scheelt later een hoop rentelasten en ons land voldoet eerder aan de norm uit het Verdrag van Maastricht dat de overheidsschuld niet groter mag zijn dan 60 procent van het bruto binnenlands produkt. Twee miljard van de nationale inkomensgroei slaat volgend jaar neer in hogere winsten. Nog eens twee miljard komt terecht bij pensioenfondsen en levensverzekeraars, die 750 miljard gulden contractuele besparingen voor de gezinnen beheren en beleggen.

Nadat de collectieve sector, de winsten en de grote beleggers hun deel hebben gehad, resteert voor werknemers en uitkeringsontvangers 6 miljard koopkrachtgroei. Uitkeringsontvangers gaan er volgend jaar echter twee procent (in totaal ruim 1,5 miljard) op achteruit, tenzij het kabinet het eens wordt over een extra tegemoetkoming voor de economisch inactieven. Veel werknemers zitten in 1996 praktisch gesproken voor het derde achtereenvolgende jaar op de nullijn. Waar blijft die 6 + 1,5 = 7,5 miljard koopkrachtgroei dan? Het grootste deel ervan wordt opgeslokt door mensen die voor het eerst aanspraak krijgen op een eigen inkomen. In 1996 neemt het aantal inkomenstrekkers met bijna 150.000 toe. Zij trekken pakweg 3 tot 4 miljard van de inkomensgroei naar zich toe. Hier geldt dus dat de groei van het aantal varkens rondom de nationale trog de spoeling dunner maakt. De resterende miljarden worden verklaard door de post 'incidenteel', die onder andere salarisverbeteringen door winstdeling, promoties en het opklimmen in salarisschalen omvat. Ook uitkeringsontvangers als groep genieten bijna 1 miljard incidentele inkomensverbetering. In dit geval is het 'incidenteel' geconcentreerd bij de 65-plussers. De meeste pensioenen worden in 1996 wat verhoogd. Maar daar komt iets bij. Mensen die in 1996 met pensioen gaan hebben veel betere aanvullende pensioenen dan de bejaarden die in dat jaar zullen overlijden. De inkomensverbetering voor de groep ouderen als geheel, die het gevolg is van de veranderde samenstelling van de groep pensioenontvangers, wordt als 'incidenteel' aangemerkt.

Het kabinet, dat al enkele weken over de begroting voor 1996 praat, heeft voorinzage in het Plan gehad. Minister van Financiën Zalm zat er tevreden bij. Sinds drie kwart jaar domineren de meevallers. Vooral de winstbelasting voor vennootschappen brengt aanzienlijk meer op. Bovendien gaf het Rijk vorig jaar minder uit, onder andere doordat vertraging optrad bij de investeringen in nieuwe infrastructuur. Het voor allerlei betalingsverschuivingen gecorrigeerde tekort over 1994 kwam al met al bijna vier miljard gulden lager uit. Lukt het dit jaar een miljard aan overschrijdingen te compenseren met extra bezuinigingen, dan blijven de collectieve uitgaven - zoals het zich nu laat aanzien - zowel in 1995 als in 1996 beneden het plafond dat in het regeerakkoord is vastgelegd.

Als dit lukt, levert schatkistbewaarder Zalm een fenomenale prestatie. Zijn grijpgrage collega's dromen - soms erg openlijk - over verhoging van het uitgavenpeil tot boven het plafond uit het regeerakkoord. Vroeger stortten zij zich als aasgieren op door de collega van Financiën gerapporteerde meevallers: een gevecht van een tegen allen. Zalm heeft iets bedacht om zijn leven te veraangenamen. Het bedrag voor nieuw beleid is in het regeerakkoord opgedeeld in vijf clusters, waaronder werkgelegenheid en politie/justitie. Elk cluster omvat het werkterrein van verschillende ministers. Zij moeten het onderling eens zien te worden over hun aandeel in de voor hun cluster jaarlijks extra beschikbare gelden. Omdat alle wensen optellen tot bedragen leidt die de in het regeerakkoord afgepaalde 'ruimte' verre te boven gaan, loerden de spenders in het kabinet de afgelopen weken uiterst kritisch naar elkaars claims. De stijd van allen tegen de minister van Financiën is deels een onderling gevecht geworden, met de schatkistbewaarder als glimlachende derde.

Behalve om extra claims te honoreren kan de meevallende 'ruimte' op de rijksbegroting worden ingezet voor extra lastenverlichting. Daarvoor bestaat evenwel geen aanleiding. Zowel in 1995 als in 1996 daalt de lastendruk al met ruim vier miljard gulden. Volgend jaar gaat die lastenverlichting helemaal naar de bedrijven. Dat zit met name de PvdA niet lekker, omdat de fameuze koopkrachtplaatjes tegelijk aangeven dat de inkomensverschillen snel toenemen. Winstgenieters en de top van het bedrijfsleven gaat het bijzonder voor de wind. De modale werknemer (met een brutoloon van 50.000 gulden per jaar) zit in de jaren 1994-1996 dooreen genomen op de nullijn. Uitkeringsontvangers zien hun koopkracht in deze jaren cumulatief met 4,5 procent dalen.

De PvdA dringt daarom aan op volledig herstel van de koppeling van de uitkeringen aan de stijging van de cao-lonen. De eerste schermutselingen over het koopkrachtbeeld voor 1996 vinden op dit moment plaats, al bleef de twist over de verdeling van de inkomensgroei tot nu toe voor een deel binnenskamers. Zonder twijfel gaat het nationale-koekhappen het politieke debat sterker beheersen, naarmate de derde dinsdag in september nadert. Zal het kabinet de reeks te verwachten conflicten overleven? Daarover doet het Plan voor 1996 wijselijk geen uitspraak.