Globalisering is groeimotor; Wereldbank ziet perspectief voor de arme landen

WASHINGTON, 19 APRIL. De economieën in ontwikkelingslanden zullen in de periode tot 2004 jaarlijks met gemiddeld 4,9 procent groeien. De motor van die groei zijn de wereldhandel, die een stijging van 6 procent per jaar zal laten zien, het hoogste percentage sinds de jaren zestig en toenemende openheid van de wereldmarkt.

Dit staat in het jaarlijkse rapport van de Wereldbank over de vooruitzichten voor de ontwikkelingslanden.

Voorwaarde voor het bereiken van de groei in de Derde Wereld is wel een stringent beleid. De crisis in Mexico heeft volgens de Wereldbank aangetoond dat er minder ruimte is voor fouten. “Het proces van integratie van de ontwikkelingslanden in de wereldeconomie zal, zoals de recente moeilijkheden in Mexico laten zien, niet zonder haperingen verlopen,” aldus de topeconoom van de Wereldbank, Michael Bruno. Door de macht van de markten dienen de landen volgens hem meer dan ooit een stringent financieel beleid te voeren.

In het oosten van Azië zal de economische groei de komende tien jaar wat afnemen. De Wereldbank houdt het op 7,7 procent per jaar. In het voorgaande decennium was dat 8 procent. De groeivertraging komt vooral door minder groei in China. In het zuiden van Azië loopt het percentage op van 5 tot 5,4. Voor deze regio beveelt de Wereldbank een verdere opening van de markt en aan, alsmede de ontwikkeling van de particuliere sector.

Ook voor Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied is meer groei weggelegd. Tot 2004 komt het jaarlijkse percentage uit op 3,5 tegen 2,3 in de tien jaar tot en met 1994. Wel is er een groot verschil tussen de diverse landen.

In Europa en Azië zal de economie van de ontwikkelingslanden met gemiddeld 3,5 procent per jaar groeien. In de voorgaande tien jaar lag het gemiddelde op 2,5 procent. Voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika voorziet de Wereldbank een toeneming van de groei van 0,9 tot 3,2 procent.

Ook de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara zullen meer groei te zien geven. Het percentage zal oplopen van 1,9 tot 3,8 procent. Was in het verleden de economische groei in de regio onvoldoende om de gevolgen van de sterke bevolkingstoename op te vangen, nu wordt dat anders. Per hoofd van de bevolking voorziet de Wereldbank een jaarlijkse groei van 0,9 procent. In de afgelopen tien jaar was er sprake van een achteruitgang van 1,1 procent.

De opgaande lijn die zich voor de ontwikkelingslanden aftekent, is volgens de Wereldbank alleen maar in het voordeel voor de industrielanden. Aan het eind van de jaren tachtig waren de ontwikkelingslanden goed voor een vijfde van de export van de rijke landen. Nu is dat ongeveer een kwart, maar dat kan tegen de eeuwwisseling een derde worden. Firma's uit de industrielanden kunnen voordeel halen directe investeringen en uitbestedingen naar landen in de Derde Wereld.

Een paar jaar geleden, aldus de bank, was het ondenkbaar dat IBM het ontwerpen van computerprogramma's in India zou laten uitvoeren. Nu is dat realiteit. (AFP, DPA)