'Gereformeerde kerkverlater blijft toch religieus'; Tendens om religiositeit in kleine kring te beleven bloeit op

AMSTERDAM, 19 APRIL. Afgaande op de onlangs bekend gemaakte cijfers van het aantal leden gaat het niet zo goed met de Gereformeerde Kerken in Nederland. Al twintig jaar is de groei eruit, maar nog nooit was het verlies zo groot als het vorige jaar. Schommelde het ledenverlies de laatste jaren rond de tienduizend per jaar, vorig jaar daalde het aantal met bijna 13.000 (1,7 procent) tot ruim 740.000 gereformeerden. Een dieptepunt in de geschiedenis van de, na de Nederlands Hervormde Kerk, grootste protestantse kerk in Nederland.

Verklaringen zijn er voldoende: secularisatie en individualisering, die ook in andere Nederlandse kerken, met uitzondering van een aantal meer orthodoxe groeperingen zoals de Vrijgemaakten, hun sporen hebben nagelaten. Dominee Pieter Boomsma uit Apeldoorn, die de afgelopen vier jaar voorzitter is geweest van de gereformeerde synode en binnenkort afscheid neemt, ziet de daling als een “onvermijdelijke ontwikkeling” in het huidige Nederland. Boomsma: “Er voltrekt zich een heroriëntering van levensbeschouwingen die gaat van het zoeken naar spiritualiteit in kleine groepen tot aan plat materialisme. Verder is de geloofsoverdracht kennelijk heel moeilijk geworden. De negatieve ervaringen zijn sterker dan de positieve.”

Ook wordt gewezen op een achterstand in de administratie die vorig jaar is weggewerkt en die heeft geleid tot een 'opschoning van het bestand'. De cijfers zouden in dat geval een 'bezegeling' zijn van een al veel langer proces van kerkelijke afkalving.

Merkwaardig is wel dat in Noord-Holland de daling vorig jaar extra groot was, namelijk 3,7 procent. De een meent dat dit komt doordat veel gereformeerden uit Amsterdam zijn verhuisd naar de Flevopolder. Een ander vermoedt dat Amsterdam in het proces van secularisatie vooroploopt in Nederland. Bovendien zouden de Gereformeerde Kerken in heel Noord-Holland doorgaans 'lichter' zijn dan in de rest van het land, en dus eerder vatbaar voor seculiere ontwikkelingen.

Vele gereformeerden zijn het er ook over eens dat de tijd van de instituties voorbij is. Kerkverlaters zijn niet plotseling minder religieus maar vinden geen baat meer bij de ingesleten gewoonten binnen de traditionele kerkmuren. Godsdienstsocioloog prof.dr. Gerard Dekker aan de Vrije Universiteit: “Eenvoudig geformuleerd zeg ik dat de kerkelijk georganiseerde godsdienstigheid kennelijk niet meer past bij de moderne mens, wat dat dan ook moge zijn. De mensen zijn anders gaan denken, voelen en ervaren. Dat botst met de instituten.”

Het zou te ver gaan om te beweren dat het slecht gaat met de Gereformeerde Kerken in Nederland. Ondanks de verwachting dat de daling zich nog wel enige tijd voortzet, wordt ook gewezen op allerlei 'tegenbewegingen' binnen de kerk die kunnen wijzen op het ontstaan van een kleinere, maar krachtige kerk. Vele gereformeerden zien de huidige crisis als een 'uitdaging' aan hun adres om te laten zien wat de kerk nu werkelijk waard is. IKON-radiopredikant Bram Grandia: “Ik lig niet wakker van die cijfers. Als kerken in deze tijd kunnen laten zien dat ze relevant zijn, dan loopt het zo'n vaart bepaald niet. Als je de vanzelfsprekendheid van het horen bij een kerk voorbij bent, en als kerken op zoek gaan naar nieuwe taken en een nieuwe liturgie, dan ontstaat er een nieuwe ontvankelijkheid van kerkelijke gemeenschappen.”

Ook studentenpredikant Bernard Rootmensen aan de Universiteit van Amsterdam is niet alleen somber. “De kerk zal nog wel een tijdje verder achteruit kachelen in ledental. Deze daling is het eerste signaal van een klap die over tien jaar nog veel harder zal aankomen. Wat er dan overblijft, is een kerk die vervolgens jaren mee kan. Ik vestig mijn hoop op het proces van loutering. Het is geen leuke tijd voor mensen die van de kerk houden, maar het is ook niet het instorten van een totale wereld. Het wil er bij mij niet in dat binnen één generatie een traditie van tweeduizend jaar totaal wordt verworpen”, aldus Rootmensen.

Een opvallende tendens is de grote belangstelling onder gereformeerden om de religiositeit in kleine kring te beleven, zoals in gespreksgroepen, cursussen en bezinningsdagen. Onderzoeker Sake Stoppels aan de Vrije Universiteit in Amsterdam wijst op het groeiend aantal sociale initiatieven zoals de 'inloophuizen' waar hulpbehoevende mensen terecht kunnen voor een kop koffie en een gesprek. Ook de beweging voor charismatische vernieuwing is relatief succesvol. Deze beweging legt de nadruk op ervaring en genezing binnen de kerk. Stoppels: “Ik denk dat je deze bewegingen moet plaatsen in een behoefte aan meer authenticiteit. Het zijn bewegingen die een te lang verborgen schat in de kerk opgraven.”

Vele betrokkenen zien in de huidige crisis het bewijs dat er een einde is gekomen aan de strakke territoriale organisatie van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Er doet zich een, zoals dat in kerkelijk jargon heet, 'perforatie van gemeentegrenzen' voor. Was het vroeger normaal om te kerken in de wijk waar je woonde, nu kiezen gereformeerden meer en meer een kerk waar ze zich op hun gemak voelen, ook al ligt die soms tientallen kilometers verder weg. Zo ontstaan 'mentale gemeenschappen'.

Een succesvol voorbeeld van zo'n 'mentale gemeenschap' is de Keizersgrachtkerk in Amsterdam, waar iedere zondag een licht stijgend aantal mensen van soms ver weg in intieme diensten samenkomt. Het gevoel spat er van af met een voorlees-sessie en 'nevendiensten' voor de kinderen, een 'uitleg' in plaats van een preek, pianomuziek, een dirigent in spijkerpak en door de luidsprekers popmuziek van Stevie Wonder. Een mooie, sociaal bewogen gemeenschap met plaats voor iedereen, zo is de eerste indruk. Ook studentenpredikant Bernard Rootmensen preekt en doopt er regelmatig. Rootmensen: “Sommigen worden beter van het kerk verlaten, het bevordert hun persoonlijke emancipatie. Maar anderen worden er minder van. Ze verliezen een patroon waar impulsen van uitgaan. De kerk is toch altijd een confrontatie met de Schriften, gewetensvorming, het zoeken naar een rechtvaardige wereld.”

Nadelen aan zo'n kerk zonder territoriale grenzen zijn er ook, zegt VU-onderzoeker Sake Stoppels. “Ik ben zelf ouderling in een territoriale gemeente en daar kan ik op de fiets naar mensen toe die daar behoefte aan hebben. Zo'n kerk geeft je de mogelijkheid om naar mensen om te zien. In een gemeenschap met een straal van vijftig kilometer wordt dat moeilijker.”

Hoever kunnen de Gereformeerde Kerken in Nederland de ontevredenen tegemoet treden? Godsdienstsocioloog Gerard Dekker vindt dat de kerken “veel te weinig” doen. Dekkers: “De kerken zouden zich heel anders moeten organiseren. Losser, minder leiderschap en meer emotie. Er zou ook meer plaats moeten komen voor het beleven van het geloof in een immanente God zoals dat nu veel wordt gevoeld, de God in ons, in plaats van in de transcendente God die buiten ons staat. Ook het taalgebruik en de liturgie zouden moeten veranderen.” Dekkers pleit voor meer samenwerking op regionaal niveau om te kunnen voldoen aan de verschillende behoeften van de mensen aan exegese, meditatie dan wel gebedsviering. “Een zekere schaalvergroting is nodig.”

Van de 850 Gereformeerde Kerken in Nederland zijn er al honderden gefedereerd met andere kerken in een zogeheten Samen-op-Weg-gemeente. Dat gaat volgens synodevoorzitter Boomsma uitstekend. De meeste gereformeerden zijn al lang voorstander van een kerkfusie met de luthersen en de hervormden. Boomsma maakt zich dan ook grote zorgen over het eventuele mislukken van de kerkfusie, waarover al meer dan dertig jaar intensief wordt gepraat maar die nu in de eindfase is beland met het vaststellen van een definitieve gezamenlijke kerkorde. Boomsma heeft een “nachtmerrie” voor als de fusie mislukt. Boomsma: “In die nachtmerrie zie ik dat veel gereformeerden, koppig als ze zijn, na de mislukking overstappen naar de hervormde kerk om hun samenwerking op plaatselijk niveau te kunnen handhaven, en dan zie ik dat een ander gedeelte gereformeerden achterblijft. Maar ja, nachtmerries zijn er om te verjagen.”