Geen verschoningsrecht voor advocaat met geld van derden

ROTTERDAM, 19 APRIL. Advocaten kunnen zich tegenover de belastinginspecteur niet beroepen op een verschoningsrecht bij een boekenonderzoek naar geld van derden dat de advocaat onder zijn beheer heeft. Dat heeft de president van de Rotterdamse rechtbank in kort geding bepaald.

In het onderhavige geval ging het om een maatschap van advocaten, die werkte met een Stichting Beheer Derdengelden. De stichting zet het geld vast op een rentedragende bankrekening. Volgens de advocatenmaatschap betreft het stortingen in verband met aanhangige of dreigende procedures, soms op basis van een overeenkomst met de maatschap, soms krachtens rechterlijk bevel.

De belastinginspecteur, die zei louter uit te zijn op een onderzoek naar rente-opbrengsten, maakte proces-verbaal op wegens een strafbaar feit, namelijk weigering van het geven van inlichtingen danwel inzage in de boeken (artikel 68 Algemene wet rijksbelastingen).

De president van de rechtbank zei in zijn uitspraak dat de civiele rechter geen basis heeft om het verbaal te verbieden. Bovendien heeft de advocaat, en daarvan afgeleid de stichting, geen verschoningsrecht als het door derden in bewaring gegeven gelden betreft. In het algemeen valt niet in te zien dat het hier gaat om wetenschap die aan advocaten in die hoedanigheid is toevertrouwd, oordeelde de rechter.

De deken van de Rotterdamse advocatuur, G. Bruyninckx, is wegens langdurig verblijf in het buitenland niet in staat commentaar te geven. (ANP)