Een olifanteschedel in een doos

De grootste vijand van het Zoölogisch museum van de Universiteit van Amsterdam is de levende natuur. “We bewaren hier eigenlijk gewoon kadavers, daar komen voortdurend vraat-insekten op af”, zegt W. Hogenes, collectiebeheerder van de entomologie-afdeling. “Larven komen overal in.”

Dus bestaat een belangrijk deel van het beheer van de collectie, die over alle afdelingen verdeeld 17 miljoen kadavers telt, uit het controleren op vraat. En een groot probleem is dan ook het geld voor goede houten dozen en voor voldoende en goed gekwalificeerd personeel. De jampotjes rukken op, als goedkoop alternatief voor alcoholpotten. “Maar dan kun je standaardisatie van je verzameling dus wel vergeten”, aldus Hogenes.

Niet bekend

Naast insekten, keurig opgeprikt en opgeborgen in laden, heeft het museum alles wat je maar van dode dieren kunt bewaren: kasten vol pelsen, vogelhuiden als zakken naast elkaar in een lade, dozen vol skeletten en schedels, potten vol weekdieren op alcohol, hard opgedroogde sponzen, laden vol spinnen.

Van de Europese vogels en zoogdieren zijn vrijwel alle soorten aanwezig, die schatting durft Hogenes wel aan. “En wereldwijd gezien hebben we hier misschien 70 procent van de zoogdieren.” Zwaartepunten van de collectie zijn Zuidoost-Azië - dankzij het koloniale verleden - en Europa.

Nieuwe aanwinsten zijn vooral afkomstig uit erfenissen en schenkingen van onderzoekers die op expeditie zijn geweest. Actief worden leemtes niet meer opgevuld, daarvoor is geen geld. Met Artis bestaat de afspraak dat ieder dier dat daar sterft door het Zoölogisch museum wordt bekeken. “Maar we nemen hem alleen als het een uniek exemplaar is en als hij uit het wild afkomstig is.” Een paar jaar geleden verhuisde een olifant, die wegens hevig lijden aan Engelse ziekte was afgemaakt, van Artis naar het museum. Zijn schedel ligt nu ergens in een doos.

Het instituut heet 'museum' maar publiek komt er nauwelijks “al wijzen we ze niet de deur”. In Artis worden tentoonstellingen ingericht. Toch heeft de verzameling ook een sterk educatief effect. Hogenes: “Er wordt nu veel over biodiversiteit gesproken. Hier kun je dat zien. Als je in een boek zet dat er honderduizenden vlindersoorten zijn, zegt dat niet zoveel. Hier zie je ze allemaal bij elkaar.”