De PvdA laat zijn sociale stijgers in de steek

Oud-CDA-senator J. Kiers betoogde op de Opiniepagina van 5 april dat de redding van het CDA in het midden ligt. S.W. Couwenberg en ex-Tweede Kamerlid Ton de Kok zijn het niet met hem eens.

Een andere grote verliezer van de laatste verkiezingen was de PvdA. Marijke Linthorst betoogt dat deze partij de opgeklommen PvdA-stemmers in de steek heeft gelaten en ziet dat als een belangrijke achtergrond van het PvdA-echec.

Mark Kranenburg stelt in NRC Handelsblad van 17 maart dat de PvdA zichzelf overbodig heeft gemaakt. Er zijn inmiddels zoveel idealen van de sociaal-democratie verwezenlijkt, dat de belangen van de traditionele achterban beter verdedigd worden door de VVD.

Anderen vinden dat de partij haar sociale gezicht sterker moet benadrukken. Zij zien de WAO-crisis als de oorzaak van het verschijnsel dat grote groepen kiezers zich van de PvdA afwenden. Beide redeneringen gaan maar tot op zekere hoogte op.

Het is ongetwijfeld waar dat de WAO-crisis het vertrouwen in de PvdA geschaad heeft, maar niet omdat er aan de WAO getornd werd, maar door de wijze waarop dat is gebeurd. Geconfronteerd met de financiële noodzaak het beroep op de WAO terug te dringen, is de PvdA er niet in geslaagd een stelsel voor te stellen dat als rechtvaardig werd ervaren. De consequenties van deze constatering strekken verder dan de WAO: als het bij de WAO niet is gelukt, waarom zou de kiezer dan geloven dat de PvdA daar bij andere onderdelen van de verzorgingsstaat wel in zou slagen?

Van de WAO is oneigenlijk gebruik gemaakt en daar waren grote groepen kiezers zich volkomen van bewust. Een heldere sociaal-democratische keuze in deze situatie zou zijn: òf iedere werkloze krijgt het recht op een WAO-uitkering, òf de WAO'ers moeten gescheiden worden in echte arbeidsongeschikten en mensen die eigenlijk 'gewoon' werkloos zijn. Uit onvermogen of lafheid om heldere keuzes te maken is de slechtst denkbare keuze gemaakt: het verlagen van de WAO voor de mensen waarvoor hij eigenlijk bedoeld is. (Het inmiddels klassieke voorbeeld van de bouwvakker die van de steiger valt.) Dat is geen keuze die verdedigbaar is, en, misschien nog wel belangrijker, ook niet een die het idee van de solidariteit overeind houdt.

Ik ben er van overtuigd dat ook mensen die er in geslaagd zijn 'hogerop' te komen solidair willen zijn. Maar dan moeten de bijdragen die van hen gevraagd worden ook worden bestemd voor de voorzieningen waarvoor ze gevraagd zijn.

In de oude sociaal-democratische traditie was de strijd tegen onrechtvaardige verschillen gekoppeld aan de ambitie om hogerop te komen. Cultuur moest niet alleen voorbehouden zijn aan de hogere klassen en ook arbeiderskinderen moesten door kunnen leren. Wie voor een dubbeltje geboren was, moest een kwartje kunnen worden.

In die maatschappijvisie ligt nog steeds de potentiële kracht en aantrekkingskracht van de sociaal-democratie. Oók voor de zogenaamde middengroepen. Maar dan moet deze visie wel geënt zijn op de hedendaagse werkelijkheid.

In de jaren vijftig kwamen niet veel mensen hogerop. De leefomstandigheden van grote groepen mensen waren redelijk vergelijkbaar. Ze werkten hard, leefden sober en streefden ernaar dat hun kinderen het beter zouden krijgen dan zijzelf. Daarin zijn zij tot op grote hoogte geslaagd: de huidige veertigers hebben het over het algemeen stukken beter dan hun ouders. Maar dat betekent ook dat de koers van de PvdA die in de jaren vijftig effectief was (collectieve behartiging van groepsbelangen) niet effectief meer is in de jaren negentig. Daarvoor loopt de feitelijke situatie van mensen te veel uiteen. De groep bestaat niet meer. De werknemer wordt niet meer per definitie uitgebuit, de huizenbezitter is niet meer per definitie rijk, de uitkeringsgerechtigde is niet meer per definitie op ondersteuning aangewezen. In een dergelijke diverse samenleving volstaat het denken in categorieën niet meer. Sterker, het heeft soms een averechts effect.

Om de nog steeds actuele sociaal-democratische maatschappijvisie geschikt te maken voor de huidige tijd zijn twee aanpassingen nodig:

- De PvdA zal zich zorgvuldig af moeten vragen wie welke ondersteuning op welk moment behoeft (want ook het dubbeltje bestaat niet meer). Dat mag ook best weer gekoppeld worden aan ambitie. Enigszins gechargeerd is het beleid van de PvdA in de afgelopen jaren geweest: wie voor een dubbeltje geboren is heeft er recht op om een kwartje te worden.

Een andere visie betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Die keuzes liggen op allerlei terreinen, zoals de studiefinanciering (bijvoorbeeld voor studerende studenten), het immigratiebeleid en voorzieningen als de nabestaandenwet (waar een gelijke behandeling van weduwen en weduwnaars tot gevolg heeft dat de hoogte van de uitkering verlaagd wordt. Oók voor degene die hem het hardst nodig heeft).

- Daarnaast zal de PvdA niet ontkomen aan de vraag wat zij met haar kwartjes aan moet. Tot op heden is aandacht voor een evenwichtige ontwikkeling van de huurprijzen voor de PvdA veel vanzelfsprekender dan een visie op eigen woningbezit. Toch is dat niet terecht. Niet alleen uit praktische overwegingen (veel werknemers wonen tegenwoordig in een koophuis en voor zover zij dat niet doen, zouden zij dat vaak graag willen), maar ook uit ideële overwegingen. Mensen die er, deels dankzij de sociaal-democratie, in geslaagd zijn hogerop te komen, verdienen het niet dat de partij hen laat vallen zodra ze dat ideaal bereikt hebben. Zij horen net zo goed bij de partij en hebben er recht op dat de partij ook oog heeft voor hun belangen. Bovendien kan alleen met recht en met succes een beroep op solidariteit worden gedaan als de solidariteit wederkerig is. Dat betekent dat rekening wordt gehouden met het eigen belang van verschillende sociaal-economische groepen. Daar is niets a-sociaals aan. Niemand zal het in zijn hoofd halen om te zeggen dat een brandverzekering onrechtvaardig is, omdat de een meer te verzekeren heeft dan de ander. Evenmin zal iemand durven beweren dat een brandverzekering alleen rechtvaardig is als hij aan iedereen hetzelfde uitkeert.

De kern van de sociaal-democratische visie op de samenleving (wie voor een dubbeltje geboren wordt, moet een kwartje kunnen worden) heeft niet alleen nog steeds bestaansrecht, maar ook bestaansmogelijkheden. Maar dan moet deze visie wel gebaseerd zijn op de hedendaagse werkelijkheid en niet op situaties die al lang niet meer bestaan. Want daar prikt de kiezer feilloos doorheen.