De dollar-yen oorlog

EEN KOERS is een relatief begrip. Dag na dag blijkt dat het historische dieptepunt van de dollar verschuift en dat de yen en de Duitse mark/gulden hun hoogste koers nog niet bereikt hebben. In Europa leidt dit tot spanningen, maar vooral de koersverhouding tussen de yen en de dollar is explosief. Want dan gaat het om de gecompliceerde economische en politieke betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Japan.

In september 1979 werd Paul Volcker, de toenmalige voorzitter van de Federal reserve board (het stelsel van Amerikaanse centrale banken) tijdens de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds in Belgrado door de Europese bondgenoten naar huis gestuurd om de dollar te redden. Hoge inflatie en het zwakke presidentiële leiderschap van Jimmy Carter hadden de dollar uitgehold. Volcker, die besefte dat de Amerikaanse autoriteiten niet onverschillig kunnen zijn over de koers van de internationale reservemunt, gooide het monetaire beleid om. Hij perste de inflatie uit de economie door de rente draconisch te verhogen. De recessie was diep, maar de dollar herstelde zich spectaculair.

DEZE WEEK heeft Michel Camdessus, de directeur van het Internationale Monetaire Fonds, gewaarschuwd dat Amerika wellicht opnieuw de rente drastisch moet verhogen om de dollar te redden. “Een land dat verantwoordelijk is voor de belangrijkste reservemunt in de wereld, heeft de verantwoordelijkheid om voor een redelijke stabiliteit van zijn munt te zorgen”, zei Camdessus. Maar de huidige Amerikaanse regering heeft daar geen oog voor: een renteverhoging zou de binnenlandse economie en de werkgelegenheid schaden. De wisselkoers wordt daaraan opgeofferd.

Bovendien heeft de regering-Clinton het handelsbeleid tot strategisch speerpunt verheven en gebruiken de Amerikanen de dollar als handelswapen, in het bijzonder tegen Japan. Het chronische Japanse handelsoverschot met de Verenigde Staten vormt de kern van het probleem. De Amerikanen denken dat ze met een ondergewaardeerde dollar en een overgewaardeerde yen de handelsbalans enigszins in evenwicht kunnen brengen en Japan kunnen dwingen zijn economie te liberaliseren.

Japan, politiek verlamd, lijkt geen antwoord te hebben op de Amerikaanse monetaire aanval. De programma's ter stimulering van de economie zijn uitgeput, steunaankopen van dollars werken niet, het officiële rentetarief (vorige week verlaagd tot één procent) kan nauwelijks verder zakken. Wat Japan te doen staat, is de import liberaliseren en de binnenlandse markt dereguleren. En dat is precies waarvoor Japan keer op keer terugschrikt.

ZOWEL JAPAN als de Verenigde Staten zijn nu overgeleverd aan de grillige stemmingen op de valutamarkten. Het onvermogen van het Japanse 'systeem' om het export-model aan te passen, is blootgelegd door de overwaardering van de yen.

De onderwaardering van de dollar illustreert de Amerikaanse desinteresse om een wisselkoersbeleid te voeren. Een rechtstreekse confrontatie tussen de munten van twee machtige industrielanden is het gevolg. Voor de risico's houden alle betrokkenen de ogen angstvallig gesloten.