CDA eist opheldering over Koerden-beleid van het kabinet

DEN HAAG/ ANKARA, 19 APRIL. Het CDA eist van de regering meer duidelijkheid over de toestemming die vorige week aan Koerden is verleend om in Den Haag een parlement in ballingschap op te richten. Het CDA-Kamerlid J. de Hoop Scheffer heeft minister Van Mierlo hierover schriftelijke vragen gesteld. Turkije heeft gisteren opnieuw gedreigd met vergeldingsmaatregelen als Nederland de activiteiten van het in Den Haag opgerichte Koerdische parlement in ballingschap niet verbiedt.

Een man die zei te spreken namens de Turkse linkse groep Dev Sol heeft gisteren telefonisch de bomaanslag op de Turkse Garanti Bank in Amsterdam opgeeist. Dev Sol sympatiseert met het Koerdische onafhankelijkheidsstreven.

De Turkse minister van buitenlandse zaken, E. Inüon, zei gisteren in het Turkse parlement dat als “Nederland de separatische Koerden geen halt toeroept, wij andere maatregelen zullen nemen, waarvan Nederland de consequenties zal moeten aanvaarden”. Een woordvoerder van het Turkse ministerie van buitenlandse verklaarde desgevraagd dat Ankara geen plannen heeft om de Turkse ambassadeur in Nederland, die vrijdag voor politieke consultaties in Ankara aankwam, naar zijn post in den Haag te laten terugkeren. Volgens Turkije is het Koerdische parlement in ballingschap een façade van de separatische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) om zich politiek in Europa te kunnen manifesteren. Van Mierlo toonde gisteren in New York niet onder de indruk van de dreiging van zijn Turkse collega Inüon “In het algemeen is het niet verstandig als je iets gedaan wil krijgen van Nederlanders om ze te bedreigen met harde maatregelen. Dan krijg je tegenovergestelde houdingen.”

CDA-Kamerlid De Hoop Scheffer wil van de regering weten waarom ook de Verenigde Staten zich tegen de bijeenkomst hebben gekeerd en waarom minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) pas op vrijdag met een verklaring is gekomen terwijl premier Kok al op donderdag had uitgelegd waarom de regering had ingestemd met de bijeenkomst van de Koerden in ballingschap.

Gisteren heeft het kabinet na donderdag vorige week opnieuw over de gevolgen van de oprichting van het Koerdische parlement gesproken. Een aantal ministers heeft er volgens een woordvoerder tijdens het beraad op aangedrongen om de zaak niet op de spits te drijven en bondgenoot Turkije niet te irriteren.

In New York heeft minister Van Mierlo om een gesprek gevraagd met de Turkse premier Ciller. Beiden verblijven in New York in verband met de VN-conferentie over nucleaire bewapening. Dit verzoek werd afgewezen. Wel sprak Van Mierlo met de secretaris-generaal van het Turkse ministerie van buitenlandse zaken, Sanberk. Daarbij heeft Van Mierlo er volgens een woordvoeder opnieuw op gewezen dat volgens de Nederlandse grondwet een bijeenkomst van de Koerden niet valt te verbieden zolang er geen dreiging is voor het verstoren van de openbare orde of de veiligheid in het geding is. Sanberk heeft er volgens Van Mierlo van zijn kant op gewezen hoe moeilijk het is voor Turkije om die toestemming voor de bijeenkomst te verwerken. “Zij zijn echt in een strijd gewikkeld met een terroristische tak van de Koerden, waar ik ook wel begrip voor heb dat ze het daar lastig mee hebben. Maar ze kunnen niet van ons vragen dat we ons gedragen tegen onze eigen wetten. Dat probleem is nog niet opgelost. Maar ik ben ervan overtuigd dat het enige wat je moet doen is het zoveel mnogelijk in ieder geval uitleggen en naar elkaar luisteren,” aldus Van Mierlo gisteravond in een radiointerview.