Bestrijder kinderarbeid (12) gedood

NEW DELHI, 19 APRIL. Een 12-jarige Pakistaanse jongen die actie voerde tegen kinderarbeid in de tapijtindustrie is zondag doodgeschoten. De verdenking is levensgroot dat de moord is uitgevoerd in opdracht van tapijthandelaars of de eigenaars van weefgetouwen, die hun winsten in gevaar zagen komen.

De helft van zijn korte leven bracht de twaalfjarige Iqbal Masih door als dwangarbeider achter een weefgetouw. Meestal moest hij meer dan twaalf uur per dag werken. Toen hij tien was, kwam er een eind aan zijn lijden. Actievoerders tegen kinderarbeid bevrijdden hem uit het atelier waar hij werd vastgehouden.

Iqbal, die tot de christelijke minderheid behoorde, ging toen voor het eerst naar school. Hij ontpopte zich als een slimme, leergierige jongen. Hij infiltreerde soms bij ateliers om informatie in te winnen over de kinderen die daar werkten. Zo hielp hij bij de bevrijding van veel jonge slaven.

“Hij was heel welsprekend en briljant”, zegt Kailash Satyarthi, leider van de Zuidaziatische Coalitie tegen de Horigheid van Kinderen in New Delhi, die Iqbal goed kende. Pakistaanse actievoerders besloten daarom Iqbal mee op reis naar het Westen te nemen, waar hij eind vorig jaar onder andere Zweden en de Verenigde Staten bezocht. Het werd een zegetocht. Hij sprak er conferenties toe en kreeg een prijs van schoenenfabrikant Reebok. Een universiteit bood hem een studiebeurs voor later aan.

Na terugkeer werden hij en zijn familie herhaaldelijk met de dood bedreigd van de kant van de tapijtindustrie. Zondag werd Iqbal tijdens een fietstochtje met vrienden doodgeschoten in een dorp bij de stad Lahore.

Volgens activisten werken er zo'n 500.000 kinderen in de Pakistaanse tapijtindustrie; regeringscijfers liggen lager. De kinderen worden vaak voor een paar centen gekocht van de straatarme ouders door makelaars, die de verse werkkrachten afleveren bij de eigenaars van de weefgetouwen. Die hebben een voorkeur voor kinderen, vooral jongens, omdat die sneller kleine knopen in de tapijten kunnen leggen en niet klagen over de meestal erbarmelijke werk- en leefomstandigheden. In de kamer waar ze werken en wonen is het vaak donker en er hangt een ongezonde lucht. Dikwijls mogen de kinderen het vertrek alleen even onder begeleiding verlaten om hun behoefte te doen. Ze worden regelmatig geslagen.

In verscheidene Westerse landen wil men de import van tapijten die met kinderarbeid zijn gemaakt verbieden. Hiervoor moet een soort keurmerk worden ingevoerd. Het gaat niet alleen om tapijten uit Pakistan, maar ook uit India en Nepal. Het is echter moeilijk een goede controle uit te oefenen. Vaak besteden tapijtverkopers opdrachten uit aan ateliers in afgelegen dorpjes. Wanneer daar een inspecteur opduikt, hebben de eigenaars meestal tijdig de kinderen even weggehaald uit de ateliers, want ze weten dat vooral de buitenwereld ernstige bezwaren heeft tegen de uitbuiting.

De Pakistaanse regering doet weinig om de kinderuitbuiting tegen te gaan. In totaal werken er volgens officiële cijfers zes miljoen kinderen; andere schattingen spreken van veertien miljoen.

Actievoerders tegen kinderarbeid uit Pakistan en India willen de moord op Iqbal Masih later deze week aan de orde stellen bij de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties in Genève.