Bekentenissen militairen maken 'vuile oorlog' weer actueel; Onverwerkt Argentijns verleden

Argentinie heeft de verschrikkingen van de militaire dictatuur meer dan tien jaar zo veel mogelijk verdrongen. Maar na de recente bekentenissen van enkele hoge militairen en een soort spijtbetuiging van de katholieke kerk is de 'vuile oorlog' weer actueel.

BUENOS AIRES, 19 APRIL. Het is een gewoon Argentijns verjaarsfeestje, met enorme lappen geroosterd vlees, veel flessen rode wijn en een geanimeerd gezelschap. Maar als iemand de kwestie van de desaparecidos aansnijdt, de tienduizenden landgenoten die 'verdwenen' tijdens de militaire dictatuur (1976-'83), is het in een van de groepjes met de gemoedelijke stemming gedaan. Sommigen beginnen snel door elkaar te praten, anderen zwijgen gegeneerd of zoeken met hun bord een ander plekje. De verschrikkingen van de guerra sucia, 'de vuile oorlog' van de Argentijnse militaire machthebbers tegen de linkse 'subversieve elementen', zijn twaalf jaar later nog steeds geen vanzelfsprekend gespreksonderwerp. Nu enkele hoge militairen kortgeleden voor het eerst openlijk hebben toegegeven dat zij waren betrokken bij ontvoeringen, martelingen en politieke moorden, lijkt Argentinie die periode niet langer collectief te kunnen verdringen. Maar hoe zij daarmee nu wel moeten omgaan weten velen nog steeds niet.

“Ik kreeg destijds een brief van een bezorgde vriendin uit Nederland die vroeg of we hulp nodig hadden”, zegt de zakenman Rodolfo Lyra (49). “Waar heeft ze het over, dacht ik en diep beledigd schreef ik terug dat we het hier wel alleen afkonden, al had ik er nog geen idee van wat zich hier allemaal afspeelde.”

Veel Argentijnen hebben ook de jaren daarna nog kunnen doen of zij “geen idee” hadden. Argentinie is altijd kort van geheugen geweest waar het pijnlijke kwesties betreft. Niemand wordt graag aan de dictatuur herinnerd en wie niet direct als slachtoffer of nabestaande door de vuile oorlog is getekend, kan het verleden in principe gemakkelijk op afstand houden. Monumenten of een officiele herdenkingsdag voor de slachtoffers van de vuile oorlog ontbreken.

Zoals ook elders in Latijns Amerika het geval zou zijn - in Chili, Uruguay en El Salvador - werd ook hier de dictatuur niet afgesloten met schuld, boete en verzoening, maar met het deksel van de doofpot. Bij het herstel van de democratie in 1983 gaf de regering van president Raul Alfonsin er de voorkeur aan het oog op de toekomst te richten. De economie was er zeer slecht aan toe, de kwetsuren van de nederlaag in de Falklandoorlog (1982) verdienden behandeling en het leger, dat op de rand van muiterij verkeerde, moest in toom worden gehouden. Lopende processen tegen militairen wegens schendingen van de mensenrechten werden gestaakt en in 1990, onder de huidige president Carlos Menem die zelf enkele jaren in een kamp voor politieke gevangenen zat, kreeg het leger collectief amnestie.

Zelfs de 'Dwaze Moeders', die elke donderdagmiddag met hun witte hoofddoekjes voor het presidentieel paleis in Buenos Aires bleven lopen om opheldering te eisen over het lot van hun verdwenen kinderen, leken langzaam deel te worden van de folklore; een volledig verantwoorde toeristische attractie.

Maar nu zelfs militairen niet langer zwijgen, is het verleden actueler dan ooit. “Martelde u gevangenen”, vroeg de populaire talkshow-presentator Mariano Grondona vorige week aan de voormalige legerkapitein Hector Vergez. “Ik was aanwezig bij pittige verhoren, als u daarop doelt”, antwoordde de onberispelijk geklede Vergez onbewogen. Vergez had tijdens de dictatuur de leiding over concentratiekamp La Perla in de provincie Cordoba, waar grote aantallen gevangenen gemarteld en veelal vermoord werden. De kapitein ontkent berouw te hebben van zijn daden, maar zegt voor een soort “nationale verzoening” te pleiten, om dit onderwerp “definitief te kunnen afsluiten”.

Wie wel berouw heeft is Adolfo Scilingo, een ex-officier van de marine. Hij verbrak vorige maand als eerste de “code van het zwijgen” door in de progressieve krant Pagina12 te bekennen te hebben deelgenomen aan enkele van de talloze vluchten waarbij eind jaren zeventig zeker 2.000 politieke gevangenen levend vanuit legervliegtuigen in zee werden geworpen, na met een injectie te zijn verdoofd. Scilingo zei pas nu voor het eerst werkelijk met zijn vrouw en kinderen te kunnen praten.

Organisaties voor de rechten van de mens, gesteund door het Federaal Gerechtshof, eisten daarop openbaarmaking van lijsten met verdwenen personen. De regering ontkende daarop in eerste instantie het bestaan van dergelijke lijsten, om vervolgens 290 namen van 'verdwenen' Argentijnen bekend te maken die nog niet officieel als zodanig geregistreerd stonden. De roep om definitief uitsluitsel over het exacte aantal en lot van de desaparecidos houdt echter aan. Zes van de tien Argentijnen meent naar aanleiding van de onthullingen van Scilingo en Vergez dat het wenselijk is om opnieuw over hun lot te praten. “Om moreel gezond te worden moet deze maatschappij de waarheid te horen krijgen”, heeft de mensenrechtenactivist Emilio Mignone gezegd. Zelf verloor hij een dochter in de guerra sucia. Maar als het aan president Menem ligt komt die discussie er niet, of pas na de presidentsverkiezingen op 14 mei, die hem een tweede ambtstermijn moeten bezorgen. Menem is zwaar aangeslagen door de dood van zijn enige zoon, die vorige maand omkwam bij een helikopterongeluk. Maar het verdriet om zijn oogappel Carlitos (26) heeft hij opzij moeten zetten voor grote en kleine politieke crises, zoals de dreigende recessie die een uitvloeisel is van de Mexicaanse financiele crisis, en een omvangrijk schandaal over de illegale verkoop van wapens door Argentinie aan Kroatie - waar enkele honderden Argentijnen deel uitmaken van een VN-vredesmacht. Kroatie valt onder het wapenembargo van de VN.

Of het hem zal lukken de kwestie van de desaparecidos buiten de verkiezingsstrijd te houden, is de vraag. Zijn tegenstanders - de Radicale partij van oud-president Alfonsin en het linkse Frepaso van senator Jose Bordon zouden immers wel eens garen kunnen spinnen bij Menems halsstarrigheid.

Menem houdt immers vol dat de Argentijnen zich sinds de amnestie al volledig verzoend hebben met het verleden. “Het volk zit niet te wachten op verhalen van misdadige militairen. Wie berouw heeft van zijn wandaden moet maar een priester opzoeken en gaan biechten”, raadde de president aan. Voor militairen was dat na de dodenvluchten in elk geval routine, heeft Scilingo gezegd. Priesters gaven geschokte officieren bij terugkeer geestelijke bijstand, onder meer door te zeggen dat het “Gods wil is dat het kaf van het koren wordt gescheiden”, aldus de ex-officier. De katholieke kerk heeft inmiddels na aanvankelijke ontkenningen een soort spijtbetuiging opgesteld; een groep bisschoppen liet weten “spijt te hebben voor de rest van ons leven dat wij niet genoeg gedaan hebben om te voorkomen dat jonge mensen het geweld van de guerrilla hebben gekozen en dat de onderdrukkers zo'n inbreuk hebben gemaakt op de mensenrechten”. Een bisschop ging zelfs zover te zeggen dat sommige priesters voor straf hun kleed zouden moeten inleveren. Maar de voormalige pauselijke nuntius, kardinaal Pio Langhi, ontkende in dezelfde week ook maar iets geweten te hebben van de wandaden onder het militaire bewind. “Ik tenniste alleen wel eens met generaal Massera”, zei hij.

Hebe de Ronafini, voorzitster van de Vereniging van Moeders van Plaza de Mayo, wil van verzoening absoluut niets weten. “Met Menem willen we niets te maken hebben”, zegt ze in het rommelige kantoortje van waaruit de 'Dwaze Moeders' actievoeren. “Wij richten ons tot de justitie. Die is weliswaar ook corrupt en medeplichtig, maar die heeft nog de wettelijke verplichting om naar ons te luisteren. Wat misdadigers als Scilingo en Vergez vertellen is niets nieuws, dat verkondigen wij al jaren. Maar we willen geen lijsten van doden, onze dode kinderen dragen we in ons hart. We willen lijsten van de moordenaars, van de medeplichtige politici en geestelijken en we willen dat ze veroordeeld en gevangengezet worden. “Met Menems amnestiemaatregelen heeft het volk niets te maken. Er kan geen sprake zijn van werken aan vrede zolang deze moordenaars nog vrij rondlopen.”