Bank Labouchere ligt in de clinch met effectenbeurs

AMSTERDAM, 19 APRIL. Bank Labouchere is gebrouilleerd met de Amsterdamse effectenbeurs. De beurs speelt volgens Laboucheres bestuursvoorzitter drs. J.B.M Streppel “politieke spelletjes”. Streppel overweegt juridische stappen.

Het conflict betreft dochteronderneming Labouchere Clearing. De effectenbeurs eist het toezicht op deze onderneming, die transacties afwikkelt op de optiebeurs. “De effectenbeurs vindt dat ze het primaat heeft bij het toezicht op de effectenhandel. Ook de optiebeurs schijnt onder dat toezicht te vallen”, schamperde Streppel gisteren bij zijn toelichting op de jaarcijfers. Labouchere Clearing, dat op de optiebeurs transacties afwikkelt voor market makers, is voor zestig procent in handen van Labouchere, terwijl de market makers AOT en Delta Management elk twintig procent controleren. Labouchere Clearing, dat recentelijk is opgericht, wilde ook over de actuele koersen van de effectenbeurs beschikken. Daarvoor was het noodzakelijk lid van de effectenbeurs te worden, waarmee het eveneens onder het toezicht van deze beurs valt.

De effectenbeurs vindt nu dat AOT en Delta een te groot belang in Labouchere Clearing hebben. Naar de regels van de beurs mogen ze niet zelf of in een combinatie meer dan 25 procent bezitten in een commissiehuis, om belangenverstrengeling te voorkomen. Volgens Streppel is deze regel echter niet van toepassing, omdat de twee market makers geen samenwerkingsverband zijn aangegaan en bovenal “Labouchere Clearing geen commissionair is”.

Een zegsman van de beurs zei vanmorgen dat de affaire “de aandacht van de beurs heeft”. Wat Labouchere wil strookt volgens hem niet met de reglementen, verder wilde hij niet op de zaak ingaan.

Bank Labouchere, een dochteronderneming van verzekeraar Aegon, overweegt nu juridische stappen tegen de beurs. Te veel organisaties houden zich volgens Streppel bezig met het toezicht op de effectenhandel. De effectenbeurs en de optiebeurs betwisten elkaars toezicht, terwijl er ook nog eens de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) bestaat. “Er moet maar eens eenheid komen bij het toezicht”, vindt Streppel.

De bestuursvoorzitter ging verder uitgebreid in op het vijandige bod dat Bank Labouchere samen met de belangenvereniging van beleggers, VEB, voorbereidt op de omstreden Antilliaanse Orco Bank. Binnen tien dagen is volgens hem duidelijk of de Orco Bank wordt omgevormd tot een beleggingsfonds. De VEB heeft Bank Labouchere in de arm genomen als adviseur, om inzicht te verschaffen in de werking en waarde van Orco Bank (circa 1,1 miljard balanstotaal en veertien werknemers).

Het makkelijkst zou het volgens Streppel zijn om Orco Bank - die wel aan de Amsterdamse beurs is genoteerd maar hier geen bankvergunning heeft - te transformeren tot een zogeheten open end beleggingsfonds. Dat zou de huidige certificaathouders de mogelijkheid geven hun stukken op de beurs tegen de intrinsieke waarde te verhandelen, omdat Orco Bank de beurskoers op dat peil moet houden.

Blijkt deze optie - waarover Bank Labouchere nu met het management van Orco onderhandelt - niet haalbaar, dan ziet Streppel twee mogelijkheden. Bank Labouchere doet een vijandig bod dat ligt rond de intrinsieke waarde (naar de hoogte daarvan wordt thans onderzoek gedaan). Of, aldus Streppel, de ander bieder (ABN Amro; red) is voldoende opgejaagd zodat wij ons terugtrekken. Deze laatste oplossing noemde Streppel voor Bank Labouchere “financieel het minst interessant”.

ABN Amro heeft aangekondigd een vriendelijk bod te zullen doen op Orco Bank dat wordt gesteund door haar directie. Met de hoogte van dat bod is de bank nog niet naar buiten getreden. Volgens Streppel zou echter “het bod van ABN Amro de intrinsieke waarde weleens te weinig kunnen benaderen”.

Krijgt Bank Labouchere de Orco Bank via een vijandig bod in handen dan zal het volgens hem er een beleggingsfonds van maken. In de Orco Bank zit een grote obligatieportefeuille, de bancaire activiteiten zou Streppel willen afstoten.

Bank Labouchere is actief als investment banker (onder meer advies, bemiddeling en handel op geld- en kapitaalmarkt en corporate finance), operational services (bewaarneming en afwikkeling van effectentransacties) en vermogensbeheer. Als gevolg van de tegenvallende gang van zaken in 1994 op de financiële markten en een toename van de belastingdruk (de fiscaal-compensabele verliezen zijn opgesoupeerd) daalde de netto winst van 16,1 naar 15,9 miljoen gulden. Daarvan keert Labouchere 15 miljoen uit als dividend aan Aegon. De vooruitzichten voor dit jaar noemde Streppel goed.

Na het uitstekende beleggingsjaar 1993 was 1994 teleurstellend. Debet daaraan was de onvoorzien snelle stijging in de eerste helft van het jaar van de rente, die de koersen van obligaties en aandelen onder zware druk zette. Deze ontwikkeling maande beleggers tot voorzichtigheid. Als bemiddelaar en adviseur viel het vorige jaar voor Labouchere dan ook tegen. De terughoudendheid van de belegger had eveneens negatieve gevolgen voor de activiteit vermogensbeheer, waarbij groeidoelstellingen niet werden gehaald. Eind vorig jaar besloot Labouchere vestigingen te openen in Genève en Luxemburg. De Zwitserse vestiging - die vorige week fuseerde met een particuliere vermogensbeheer, PMC - is primair opgezet om vermogen te beheren voor particulieren. De Luxemburgse vestiging zal zich naast vermogensbeheer ook richten op het administreren van beleggingsfondsen. Volgens Streppel is het voor een vermogensbeheer een must ook in Zwitserland te zijn gevestigd: “Als je mee wilt doen moet je daar zitten. Mondiaal vindt vijftig procent van al het particuliere vermogensbeheer nog steeds in Zwitserland plaats.”