Affaire-Riem: 'daverende' tegenslag voor justitie

MAASTRICHT, 19 APRIL. Wat het hoogtepunt in de reeks Limburgse corruptieschandalen had moeten worden, is verkeerd in een daverende tegenslag voor justitie. Na de vangst van wat kleine krabbelaars die al te gretig waren ingegaan op vriendendiensten van aannemers zou de zaak tegen Henk Riem, oud-gedeputeerde van Limburg en burgemeester van Brunssum, aantonen dat er iets rot was in de provincie.

Tijdens de behandeling van de zaak tegen burgemeester Vossen van Gulpen kondigden rechercheurs openlijk aan dat Riem pas een echte zaak met bewijsmateriaal van dikke bronsgroen-eikehouten-planken zou worden. Maar de Maastrichtse rechtbank liet daar gisteren geen spaan van heel. Riem, die als lid van Gedeputeerde Staten giften en beloften van baggerbedrijven en aannemers in ruil voor gunsten zou hebben aangenomen, werd op alle acht punten van de aanklacht vrijgesproken. De rechtbank volstond niet met het oordeel dat onvoldoende bewijs was geleverd, maar koos ook met zoveel woorden voor de uitleg die Riem voor zijn handelwijze had gegeven.

Officier van justitie J. van Atteveld, een van de jonge honden van het Maastrichtse parket, heeft met andere woorden twee jaar lang één versie van de feiten nagejaagd en heeft uit het oog verloren dat er ook een andere verklaring mogelijk was. Riem heeft zijn welwillende houding ten opzichte van de baggerbedrijven die langs de Maas in Midden-Limburg zand en grind winnen, verklaard vanuit de penibele situatie die hij in 1991 bij zijn aantreden als gedeputeerde voor ontgrondingszaken aantrof. De provincie kon als gevolg van een gebrekkige privatisering van de Maasplassen haar verplichtingen ten opzichte van de nieuwe eigenaar Aqua Terra en de baggeraars niet meer nakomen. De eerste miljoenenclaims waren al bij het provinciehuis in Maastricht bezorgd. Riem verbeterde naar eigen zeggen niet alleen de verhoudingen door kleine concessies te doen, maar kwam ook met een heel andere benadering van de grindwinning. In plaats van die af te bouwen zou er een scala van nieuwe activiteiten kunnen worden aangeboord als de grindwinning zou worden gecombineerd met natuurontwikkeling. Het project Grensmaas is een van de gevolgen van die benadering. “Een man met zo'n visie hadden we nodig voor ons bedrijf, verklaarde directeur Kraaijeveld van baggerbedrijf Dekker. Nog voordat Riem het provinciehuis in Maastricht had verruild voor het gemeentehuis van Brunssum, had hij met Kraaijeveld afgesproken dat hij in een of andere vorm zijn expertise ten dienste van het bedrijf zou inzetten tegen een beloning van 120.000 gulden. Later werd dat bedrag gesplitst in een lening van 60.000 gulden en een commissariaatsvergoeding van twee keer 30.000 gulden.

De rechtbank vindt niet dat Riem bij die afspraak had moeten weten dat er een tegenprestatie van hem als provinciebestuurder werd verwacht. Die wetenschap is een bestanddeel van de artikelen 362 en 363 van het Wetboek van strafrecht, waarin corruptie als ambtsdelict staat omschreven. De officier van justitie dacht de tegenprestatie te hebben gevonden in de toestemming die Riem vlak voor zijn vertrek naar Brunssum verleende om een grote partij zand af te voeren en in zijn inspanning om een omstreden rekening van de baggeraars betaalbaar te stellen. Maar in de versie van Riem en de rechtbank waren die besluiten immers al eerder in principe genomen.

Nu Riem door de rechtbank overduidelijk is vrijgesproken, geven deskundigen de officier van justitie weinig kans dat hij in hoger beroep alsnog gelijk krijgt. Daarom wordt her en der al een balans opgemaakt van de aangerichte schade, waarvan justitie straks de rekening krijgt gepresenteerd. Riem werd vorig jaar oneervol ontslagen als burgemeester en de vier wethouders en de gemeentesecretaris die hem aan tegenbewijs geholpen hadden door collegebesluiten achteraf aan te vullen, moesten terechtstaan op beschuldiging van valsheid in geschrifte. Zij werden eerder dit jaar vrijgesproken, maar het OM heeft tegen die uitspraak hoger beroep aangetekend. Zolang hun onschuld niet vaststaat, zijn zij niet beschikbaar als wethouder. De gemeentesecretaris is vroegtijdig met pensioen gegaan en op de stoel van Riem zit een nieuwe burgemeester, dit keer van CDA-huize. Commissaris van de koningin B.J. baron Van Voorst tot Voorst liet gisteren weten dat hij zich niet aan de indruk kan onttrekken dat justitie in Maastricht wel eens lichtvaardig te werk gaat bij onderzoek in corruptiezaken. Hij zei verheugd te zijn dat met de vrijspraak van Riem een verdere smet op het blazoen van Limburg is verdwenen. Ook de Maastrichtse hoogleraar strafrecht prof. Th. de Roos verklaarde dat hij de affaire-Riem altijd een rammelende zaak had gevonden en dat justitie zich eerder had moeten afvragen of het nog zin had de zaak door te zetten.

Voor Riems advocaat J. Marchal heeft de voorlopige overwinning toch een nare bijsmaak: “Mijn cliënt heeft zo zware schade opgelopen dat die nooit met geld is te vergoeden. We hebben lange tijd niet eens geweten waarvan hij werd beschuldigd, omdat ons de stukken werden onthouden. Het was een kafkaïaanse toestand: twee jaar lang hebben we vlak voor een grote stoomwals uitgelopen op een weg vol valkuilen. Als je viel zou je verpletterd worden. Hier is voor mij één duidelijk bewijs geleverd: de bevoegdheden van het OM zijn te ver doorgeschoten. Er is tot aan de terechtzitting geen moment meer waarop een op drift geraakte officier kan worden tegengehouden.”