Aan het Gein

Op tweede paasdag hadden we een boomkruiper in de tuin.

We waren toch maar naar Mondriaan geweest. Druk was het nog niet, maar nou liep iedereen rond met een door het museum verstrekte walkman met een bandje over de kunstenaar en zijn werk. Sommigen zag je luisteren in plaats van kijken. Overal dat jeukerige gekras om je heen - langzaam maar zeker ontwikkelt een goed gehoor zich in dit land tot een handicap.

Afijn, ik koester warme gevoelens voor Mondriaan. Vroeger was ik vooral weg van de late Mondriaan, rechte lijnen, rood, geel en blauw. Tegenwoordig vind ik dat hij zijn beste dingen heeft gedaan aan het Gein. Waarmee niet is gezegd dat hij de rest wel achterwege had kunnen laten. Als hij meteen na het Gein was gestopt, zou je je altijd hebben afgevraagd of hij nog beter had gekund, niet waar?

We kwamen vroeg in de middag thuis. De jongens waren al uit bed en zaten broederlijk in de kamer. Toen ik naar buiten keek, vloog er net een vogeltje aan op de berk.

“En wéér op maandag”, zei Iris. Zij had al vaker een boomkruiper gemeld en inderdaad, steeds op maandag. Maandag is eigenlijk de enige dag dat ze thuis is.

“Wil je soms zeggen”, zei Daan, “dat dit voor boomkruipers een gewone maandag is, dat boomkruipers de christelijke feestdagen niet erkennen? Kun je dat hard maken? Weet je soms meer dan wij, Iris?”