Willem Nijholt vertolkt elegance, snobisme en ondeugd van Cole Porter; Werken geen noodzaak maar afleiding

Voorstelling: You're the top, door American Songbook Productions, met Willem Nijholt, Gerrie van der Klei, Frank Robert Freeman, Bram Bart, e.a. Concept: Cor Franc. Script: Pieter van de Waterbeemd. Muziek o.l.v. Dolf de Vries. Decor: Rijko Koning. Regie: Jos Thie. Gezien: 15/4 in de Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 31/5, daarna 21/9 t/m 3/11.

Zijn leven lang heeft Cole Porter (1893-1964) alles op alles gezet om zich de ennui van het lijf te houden, de dodelijke verveling die hem als geen ander bedreigde. Hij was van rijke komaf en trouwde een schatrijke vrouw die een kameraad voor hem was (en hem zijn jongensliefde gunde). Voor society-minnend New York vormden ze in de jaren twintig en dertig het middelpunt van een schier onafgebroken reeks feesten - en voor de jet set in Parijs, Antibes en Venetië ook. Werken was nooit een noodzaak, alleen een afleiding. En toch was Porter tevens de geniale auteur en componist van de meest geacheveerde songs uit de gloriedagen van de Amerikaanse lichte muziek. Ook nadat hij van een paard viel en de rest van zijn leven kreupel was, geplaagd door helse pijnen en des te vileiner in zijn houding jegens iedereen om hem heen.

American Songbook Productions, een initiatief van de Hilversumse producent Cor Franc, is gespecialiseerd in de muziek uit die gloriedagen. Na een reeks projecten op kleinere schaal is You're the top, een musical-achtige mini-revue over leven en werken van Cole Porter, zijn eerste grote theateronderneming. En hij had zich geen betere hoofdrolspeler kunnen wensen: de centrale figuur, in zijn glanzend jonge jaren èn in zijn latere vereenzaming, wordt gespeeld door Willem Nijholt. Niemand die met zo veel ogenschijnlijk gemak de elegance, het snobisme en de ondeugd, maar ook de verveling en de verbittering van zo'n succesvol man kan vertolken als hij.

You're the top is gesitueerd aan het eind van 's mans leven, aan de vooravond van een been-amputatie. Hij zit in een rolstoel, maar stapt met grote graagte zijn eigen flashbacks binnen. Pieter van de Waterbeemd, bekend als co-auteur van de bekroonde tv-serie Pleidooi, schreef daartoe een script dat ver voorbij gaat aan de obligate kunstenaarsbiografie. In compacte dialogen, die met weinig woorden veel vertellen over de mores van de tijd en de karakters van de personages, trekt het leven van Cole Porter voorbij. Speelscènes en songs schuiven schitterend in elkaar. Veel beter dan bijvoorbeeld in de musical Willeke hebben de nummers in het levensverhaal een nieuwe betekenis gekregen. Zo gaat het opzwepende Begin the beguine, een toonbeeld van fysieke energie, opeens schrijnen, nu het telkens wordt onderbroken door Porter die in zijn ziekbed op feitelijke toon verslag doet van de medische behandeling van zijn verbrijzelde been.

Zelf is Nijholt de dansante acteur, die - grappig en vertederend tegelijk - fantaseert over de manier waarop Ginger Rogers en Fred Astaire een song van hem zouden doen, maar ook de zanger die in Night and day een intense hunkering kan leggen en in After you, who? een intens verdriet. Zijn zangstem is nog even licht als in de tijd van de Annie M. G. Schmidt-musicals, maar af en toe klinkt er nu een craquelé in door dat bij uitstek past bij deze wereldwijze nummers. Naast hem excelleert Gerrie van der Klei, als de vrouw van Porter, met haar omfloerste timbre vooral in prachtige ballads als Down in the depths en All of you. Ze worden begeleid door een veelkleurig en geraffineerd gearrangeerd combo, waarin de fijnzinnige piano van Berend van den Berg de toon aangeeft.

Maar wat Nijholt en Van der Klei aan interpretatie van de nummers inbrengen, wordt helaas door het zeskoppige ensemble lang niet geëvenaard. Het grootste manco is de Amerikaanse musical-acteur Frank Robert Freeman, die in een belangrijke bijrol (als levenslange vriend van Porter) niets dan sjablonen ten beste geeft. En van de rest valt alleen Bram Bart op, onder meer met een zorgvuldig gezongen Miss Otis regrets. De rest schiet in de soli te kort aan expressie en jaagt de Porter-songs er doorheen alsof het nummers voor de jukebox waren.

Het is maar goed dat de handeling grotendeels op Cole Porter is geconcentreerd, en dat de chic van diens werk de makers heeft geïnspireerd tot zo'n inventieve, met bewonderenswaardig inlevingsvermogen samengestelde voorstelling. Dit is een labour of love - en ik gebruik met opzet de Engelse uitdrukking, omdat het Nederlandse woord liefdewerk wellicht de verkeerde associaties zou oproepen.