Wieringerdijk ontploft: 'Jetzt können sie schwimmen'

C. Keppel, N. Brugman en W. Maris-Eriks, 'De inundatie van de Wieringermeer op 17 april 1945. Een kroniek van verhalen over de dagen voor, tijdens en na de inundatie, de droogmaking en de belevenissen van een aantal bewoners'. Een uitgave van het Genootschap voor de Geschiedenis van Wieringermeer. (1995)“Wahnsinn, verfluchter Wahnsinn!”

In de nacht van 16 april 1945 liep een oudere officier van een Duits Sprengkommando door zijn Medemblikse hotelkamer te ijsberen. Met de handen in het haar, vertelde de hotelhouder later. Maar bevel was bevel. Op de prachtige voorjaarsdag 17 april 1945, om kwart over twaalf 's middags, ontploften in de Wieringermeerdijk vlak bij elkaar twee zware ladingen. De Wieringermeer, ingepolderd in 1934, stroomde vol met IJsselmeerwater.

's Ochtends al werd duidelijk dat het de Duitsers menens was met de dijk. De ondergrondse Binnenlandse Strijdkrachten (BS), die met het naderend einde van de oorlog steeds sterker werden, trokken in en om de polder vierhonderd man samen om op te rukken naar het bedreigde dijkvak. Maar geallieerde luchtsteun bleef uit en de Duitse bewaking was te sterk. De aanval werd afgeblazen, een bloedbad zou hooguit een dag uitstel van de inundatie hebben betekend.

Na de explosies waren de geslagen gaten in de dijk aanvankelijk klein. Want springstof hadden de Duitsers bijna niet meer. Er werd gebruik gemaakt van niet-ontplofte Amerikaanse vliegtuigbommen. De commandant van de verzamelde ondergrondse 'stoottroep' heeft daarom nog overwogen de gaten alsnog te veroveren en het gat te dichten. Voor die onverhoopte omstandigheid was in de voorafgaande weken al in het diepste geheim veel dijkmateriaal bijeengebracht. Maar de gaten bleven streng bewaakt en de stoottroep werd ontbonden.

De dijkgaten schuurden door het steeds sterker kolkende water uit tot een diepte van 22 en 30 meter. De dijkbreuken werden 160 en 200 meter breed. Een boerderij die recht tegenover het zuidelijke gat lag spoelde binnen een dag volledig weg. Verder van de gaten af drong het water met minder geweld de huizen binnen.

Niemand verdronk. 's Morgens vroeg werd op bevel van het gemeentebestuur dat er lucht van had gekregen op de deuren gebonsd en geroepen: “Ze laten de dijk springen!” Twee dagen later was de 20.000 ha tellende polder vol: gemiddeld stond er 3,75 meter water. Het waterpeil van het IJsselmeer zakte met 8 centimeter. Toen het water hoog genoeg stond roeiden in bootjes Duitse soldaten rond door de dorpen en plunderden de volstromende huizen.

Niet iedere Duitse soldaat zag de vernieling als Wahnsinn. “Nu komen de ruim tweeduizend onderduikers wel te voorschijn”, zei Hauptmann Boch van de Feldgendarmerie op 17 april. De lange stroom van 9.000 polderbewoners, op de vlucht voor het terugkerende water, werd aan de rand van het noodgebied gecontroleerd door soldaten en NSB'ers. “Jetzt können sie schwimmen”, zei een controlerende soldaat over de onderduikers. Maar veel onderduikers konden in de massa meelopen, anderen werden door de BS met bootjes uit de Wieringermeer gesmokkeld.

De Wieringermeer werd niet onder water gezet om onderduikers te vangen - dat zou pas echt waanzin zijn geweest. Maar waarom wel? De wandaad lijkt deel te hebben uitgemaakt van een plan dat ook de Noordoostpolder, drooggevallen in 1941, betrof. Op 16 april werd, vlak voor de Canadezen vanuit Overijssel de polder binnentrokken, de onderwaterzetting van de Noordoostpolder verhinderd door drie Poolse soldaten van de Wehrmacht die zich op het laatste moment meester hadden gemaakt van het lont van de explosieven.

L. de Jong oppert in 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' als belangrijkste reden de strategische betekenis van de polders. De Noordoostpolder vormde een verbinding tussen het inmiddels bevrijde Oost-Nederland en het nog bezette Westen. De polder was door zijn uitgestrektheid ideaal voor geallieerde luchtlandingen, die het in de 'vesting Holland' samengedreven Duitse leger ernstig konden bedreigen.

De Wieringermeer was de toegang tot Noord-Holland. Vanuit het sluizencomplex bij Den Oever was de Afsluitdijk gemakkelijk te verdedigen, maar met een luchtlanding in de polder zou die verdediging een stuk moeilijker worden. In februari, toen de dreiging vanuit het oosten duidelijk werd, was onder zware Duitse bewaking begonnen met de ondermijning van de Wieringermeerdijk. Tegen de bevolking werd gezegd dat het ging om een proef met dijkversterking. Maar dat geloofde niemand, hoe kun je een dijk versterken door er gaten van zeven meter diep in te graven? Om de inundatie te vergemakkelijken werd vanaf maart het IJsselmeer op bevel van de Duitse legercommandant J. Blaskowitz op een ongewoon hoog peil gehouden.

Na de Duitse capitulatie werd met de droogmaling van de Wieringermeer haast gemaakt. Te lang wachten zou de dijk over de gehele lengte onbetrouwbaar maken. Al op 11 december ontving koningin Wilhelmina een telegram: het diepste deel van de polder was die ochtend drooggevallen. Alle percelen waren bedekt met een zwarte sliblaag. “De meeste boerderijen zijn nog slechts schamele daken op wankele spanten”, schrijft een terugkerende bewoner van Wieringerwerf in een verslag.