Trainingsdier Jaja laat 't liefst de trappers spreken

Laurent Jalabert (26) nam afgelopen zondag teleurgesteld afscheid van het voorseizoen. Zijn vierde plaats in Luik - Bastenaken - Luik beantwoordde niet aan de verwachtingen. Toch was de manier waarop hij verloor net zo veelbetekenend als zijn eerdere overwinningen. De overmoed van een herboren Fransman.

Op de Côte de Stockeu reed hij zomaar weg van zijn concurrenten. Een eenzame gele trui door het Ardenner dennewoud. Wat gebeurde hier? Op ruim tachtig kilometer voor de finish leek de grote favoriet zijn rivalen te demoraliseren. Hij liet zich bewust inlopen door een kleine groep achtervolgers. Het leek een spel van kat en muis, zo soeverein zat Jalabert op zijn fiets.

Zijn vroege vluchtpoging riep herinneringen op aan de tijden van Merckx en Hinault, renners aan wie hij zich nooit heeft durven spiegelen. Maar Jalabert bleek tussen Luik en Luik niet meer de onverslaanbare coureur van de afgelopen maanden. Aan het eind van de wedstrijd waren de frisse adem en de soepele pedaaltred langzaam van hem afgegleden. Na afloop erkende hij zichzelf te hebben overschat. De laatste kilometers waren er een paar te veel geweest.

“Achteraf was mijn taktiek een vergissing. Het was een spontane opwelling. Ik wilde kijken wie er sterk waren, een schifting forceren. Het was de bedoeling dat er meer renners zouden volgen. Nu moest ik alles zelf doen. Heel spijtig, want Luik-Bastenaken-Luik had ik graag willen winnen. Die stond bovenaan mijn verlanglijst.”

Zijn ogen stonden zondag even dromerig als na eerdere overwinningen. Zijn woorden klonken nog mistroostiger. Sinds de zware valpartij van vorige zomer lispelt hij bijna binnensmonds. Het zijn de stifttanden die het verlegen voorkomen nog verlegener maken. De kampioen van de weg is achter de microfoon een voorbeeldig fluisteraar. Wie hem niet beter kent, vermoedt een saaie persoonlijkheid. De electromonteur uit het Zuidfranse Mazamet laat liever de trappers spreken.

Jalabert ondervindt nog steeds de naweeën van het ongeluk in Armentières. Samen met de Belg Wilfried Nelissen smakte hij in de eerste Tour-etappe van 1994 tegen het asfalt, nadat een onoplettende, fotograferende politieman de spurtende coureurs uit het oog was verloren. De Fransman was er slecht aan toe: hij had onder meer een gebroken kaakbeen, een gebroken sleutelbeen en een rij gebroken voortanden. Het verhaal gaat dat zijn echtgenote hem aanvankelijk nietsvermoedend voorbij liep, toen zij de zwaargewonde Laurent bezocht in het ziekenhuis. “Ik leek meer op de Elephant Man dan op mezelf”, vertelde hij een paar weken geleden.

Zijn artsen voorspelden een herstelperiode van minimaal drie maanden. Zij hielden geen rekening met het karakter van een ambitieuze wielerprof. Iets meer dan twee maanden later won Jaja al weer een etappe in de Ronde van Catalonië. Die zege betekende meer dan een bewijs van zijn wonderbaarlijk snelle genezing. Het was ook een voorbode van de latere metamorfose. Hij had het juk van sprintspecialist definitief van zich afgeschud en realiseerde zich dat er ander soort zeges in het verschiet lagen.

In de voorbije jaren stond Jalabert bekend als de man van de laatste meters. Zo won hij in 1992 de groene trui in de Tour en werd hij in hetzelfde jaar tweede bij het wereldkampioenschap in Benidorm. Zijn nederlaag in Spanje tegen de minder snel geachte Italiaan Gianni Bugno heeft hem tijden achtervolgd. Toch heeft hij zichzelf nooit beschouwd als een geboren spurter. “Mijn manier van sprinten heeft niks te maken met snelheid, alleen met kracht. Ik ben vooral rap aan het eind van een zware rit.”

Met zijn overgang van de Franse Toshiba-ploeg naar het Spaanse Once had de loopbaan van Jalabert inmiddels een andere wending genomen. Hij had veel baat bij de psychologische werkwijze van zijn nieuwe ploegleider Manolo Saiz. “Laurent is de witte duif in ons team. Ik wil een groot renner van hem maken”, sprak de Spanjaard in het voorjaar van 1992, toen Jalabert voor het eerst in de Once-kleuren reed. Saiz leerde zijn pupil een andere fietshouding aan, het zadel staat iets hoger en de schoenen zijn aangepast.

Maar het belangrijkste advies van de ploegleider was van mentale aard. Saiz wist hem te overtuigen dat hij een allrounder was die elke klassieker op zijn naam kon schrijven. Aangezien de papieren ronderenners Erik Breukink en Alex Zülle vorig seizoen danig teleurstelden, richt de Once-formatie zich dit jaar veel meer op het voor- en naseizoen. Met Jalabert als belangrijkste troef.

Afgelopen winter zat hij ongeveer 13.000 kilometer op de fiets, een trainingsarbeid die nooit voor mogelijk werd gehouden. Volgens zijn ploeggenoot Patrick Jonker is de kopman van Once tegenwoordig niet meer bij te benen. Jalabert noemt zijn valpartij een geluk bij een ongeluk. “Ik was vroeger niet gewend om hard te trainen in de winter. Door alle breuken moest ik noodgedwongen afzien om mijn oude niveau te halen.”

Jalabert leerde ook de angst voor klimmetjes overwinnen. Na zijn zege in de Waalse Pijl van afgelopen woensdag zei hij: “Vroeger was ik bang voor de Muur van Hoei, tegenwoordig kijk ik er naar uit.” In de Ronde van Spanje maakte Jalabert vorig seizoen voor het eerst veel indruk in het hooggebergte, maar die prestaties waren snel vergeten naarmate zijn valpartij de aandacht trok. Er lag nu eenmaal een sprinter in het ziekenhuis.

Een bijkomend voordeel van het ongeluk was de groeiende populariteit die hem sindsdien ten deel valt. “Blijkbaar moet je eerst iets ergs overkomen, voordat de mensen je leren waarderen”, vertelde hij aan l'Equipe. Met zijn landgenoten Luc Leblanc en Richard Virenque belichaamt Jalabert de wederopstanding van de Franse wielersport die een paar jaar geleden volledig in het slop was geraakt.

Dit voorjaar plukte hij de vruchten van de uitgebreide wintertraining. Jalabert was een plaaggeest van het peloton. Hij won achtereenvolgens Parijs-Nice, Milaan-Sanremo, het Criterium Internationaal en de Waalse Pijl. Hij won niet alleen, hij won met verbluffend gemak. Het leek Jalabert geen enkele moeite te kosten. Na elke zege voelde hij zich sterker worden. “Mentaal voelde ik me altijd al goed, dit jaar kan het niet meer stuk. En de tegenstanders zijn bang voor me.” La dynamique de la confiance, schreef het Franse maandblad Vélo. Het zelfvertrouwen leidde in Luik-Bastenaken-Luik tot een zekere overmoed die hem uiteindelijk de felbegeerde zege zou kosten.

Jalabert heeft vijf weken de tijd om zijn tactische vergissing van afgelopen zondag te overdenken. Hij rijdt komend weekeinde niet mee in de Amstel Goldrace, de Nederlandse klassieker die hij verafschuwt sinds hij een paar jaar geleden betrokken raakte bij een valpartij. “Om de vijf meter staat er een auto langs de kant, levensgevaarlijk.” In alle stilte gaat hij zich voorbereiden op de Midi Libre, de perfecte training voor de Tour de France. Zelf rekent hij op een hoge eindklassering in Parijs, maar het wereldkampioenschap in Colombia is zijn voornaamste doel. De herinnering aan Benidorm mag geen trauma worden.

Voor Jalabert is het te hopen dat de veelgemaakte vergelijking met Sean Kelly op een aantal punten mank gaat. De Ier stond aanvankelijk ook te boek als een sprintkanon, tot hij op latere leeftijd klassiekers ging winnen. De nooit behaalde wereldtitel is nog altijd een smet op Kelly's fraaie loopbaan. In de Tour bleek een vierde plaats gezien zijn beperkte klimcapaciteiten het hoogst haalbare resultaat.

Kelly had de angst voor heuvels overwonnen, maar een serie bergetappes bleek toch ietsje zwaarder dan voorspeld. Volgens vijfvoudig Tourwinnaar Bernard Hinault zal Jalabert dezelfde problemen ondervinden. “Eén dag rijdt hij goed, maar het gaat om de volgende dag. Dan schiet hij tekort tegen erkende klimmers als Indurain en Rominger.” Zelf beschouwt Jalabert de Tour voorlopig als een leerproces. “Ik maakte in 1988 voor het eerst kennis met de Alpen. Geef mij nog drie jaar en ik kan in 1998 met de besten mee naar boven.”