STEPHEN MALKMUS OVER; Ironie

De nieuwe cd van Pavement, Wowie Zowie!, verscheen vorige week bij Rough Trade (RTD 131.3030)

“Het is een ziekte, een plaag die bestreden moet worden. Oude waarden, zoals respect en waardigheid verdienen weer een plaats in de cultuur. Ironie is leeg. Een holle lach kan het opleveren. Ironie is als seks met een prostituée.”

Stephen Malkmus, de zanger van de Amerikaanse band Pavement, heeft het overde 'ver-ironisering' van de cultuur. Zijn weerzin tegen het stijlmiddel komt onverwacht. Juist Malkmus' eigen manier van zingen, die afstandelijk en droog is, suggereert een ironische kijk op het leven. De leptosome Malkmus klinkt ook op Wowee Zowee!, de nieuwste cd van Pavement, weer alsof hij er eigenlijk zijn stoel niet voor uit wilde komen. Het lijkt hem niet te deren als het onvast is, declameert soms meer dan dat hij zingt. Toch is Pavement dankzij die voordracht en de aangenaam nonchalante manier van spelen van de muzikanten, inmiddels uitgegroeid tot een van de lievelingen van de Amerikaanse alternatieve muziek.

“Het is tegenwoordig de trend om juist in verantwoorde films of muziek te citeren uit de populaire cultuur, uit de wereld van Jan met de pet. Zoals in Pulp Fiction, waar Quentin Tarantino zijn acteurs laat discussiëren over 'big macs' en 'quarter pounders'. Dat is een typisch voorbeeld van hedendaagse ironie. Net als de Beastie Boys die in hun video-clip van Sabotage de types uit de tv-serie Starsky en Hutch imiteerden. En natuurlijk Nirvana met de clip van In Bloom, waar de Ed Sullivan-show werd geparodiëerd.

“Het verwerken van allerlei citaten uit de algemene cultuur in een 'serieuze' context, dat is iets van de laatste tijd. In Casablanca of in een Franse Nouvelle Vague-film zul je het niet tegenkomen.

“Het andere uiterste is iemand als Eddie Vedder van Pearl Jam, die alles juist vreselijk serieus neemt, en vooral zichzelf. Dat is natuurlijk ook niet ideaal, maar toch hoor ik dat liever dan de spot, de lege lach. Ironie is een valkuil waar wij ons soms ook schuldig aan maken. In het nummer Range Life, van de vorige cd, zing ik over 'running from the pigs, the fuzz, the heat'. Dat zijn allemaal synoniemen voor 'de politie', maar dan in straattaal. Terwijl dat onze natuurlijke taal niet is. Dat vind ik eigenlijk al op het randje.

“Het publiek verdenkt ons van een ironische houding. Dat is onterecht. Wij hebben eerder een anarchistische instelling. Kijk, ik kan nou eenmaal niet zingen, maar dat wil niet zeggen dat ik mijn best niet doe. Ik ben heel serieus en ik geloof vast en zeker dat kunst die niet uitsluitend bedoeld is als entertainment, verheffend kan zijn. En dat het de jeugd kan helpen, dat ze iets constructiefs gaan doen met hun leven.”