Sparen voor eigen pannen

Een paar jonge (23) tweeverdienende samenlevers dubt over de spaarregeling die zijn baas het personeel aanbiedt. Is zoiets voordelig, vragen zij. Antwoord: ja en om meer dan één reden. Onder meer omdat de twee langs deze weg verplicht en ongemerkt flink sparen, wat ze anders nooit lukt, schrijven ze eerlijk.

Dit soort regelingen is bedoeld om werknemers te helpen bij het opbouwen van vermogen in de vorm van geld, een eigen huis, levensverzekeringen, een depot met effecten en dergelijke.

De op 1 januari 1994 ingevoerde Wet werknemersparticipaties, winstdelings- en spaarregelingen onderscheidt een spaarloon-, premiespaar-, winstdelings- en aandelenoptieregeling, elk met specifieke (fiscale) kenmerken. Waarom moet dit bij wet geregeld worden? Omdat de deelnemers minder loonbelasting en premies voor volksverzekeringen (AOW, AWW, AAW, AWBZ) en werknemersverzekeringen (WAO, WW, ZW, ZFW) betalen en ook nog een extra vrijstelling voor rente en dividend genieten. Ook de werkgevers delen mee in de voordelen doordat zij in enkele gevallen minder lasten (overhevelingstoeslag en premies) hoeven te betalen.

Werkgevers (bedrijven, instellingen en overheden) mogen zelf beslissen of ze die regelingen opzetten en werknemers zijn vrij om mee te doen, hoewel een spaarloonregeling collectief verplicht kan zijn.

De briefschrijver kan kiezen uit spaarloon en premiesparen. Hoe werkt de spaarloonregeling? Na aanmelding houdt de baas elke maand het opgegeven bedrag (maximaal 1.541 gulden per jaar, 128 per maand) in op het bruto loon en boekt dat over naar een persoonlijke spaarloonrekening. Over het groeiende saldo vergoedt deze werkgever (die de gelden in eigen beheer houdt en ze dus niet onderbrengt bij een bank of verzekeraar) 7,5 procent rente.

Een royaal percentage dat ongeveer 2 procentpunt boven de (bank)spaarrente op vrije rekeningen ligt. Een aantrekkelijk voordeel. Aan belasting en premies bespaart de lezer (door die 128 gulden niet netto uit te laten betalen) circa 48 gulden per maand, die ook naar de spaarrekening gaan om rentegevend te worden. Dat is het tweede voordeel. De rente over het saldo aan geblokkeerde inhoudingen (plus daarop gekweekte rente) is extra onbelast tot 1.000 gulden per persoon en 2.000 voor een (echt)paar. Van die rente hoeft eventueel betaalde rente niet te worden afgetrokken, zoals bij de normale rentevrijstelling. Zo kom je aan vier voordelen.

Na vier jaar bedraagt het spaarsaldo 6.164 gulden (4 x 1541) en de rente circa 1.000 gulden, mits er intussen niets wijzigt in de bedragen en het rentepercentage. Het bedrijf van de lezer heft de blokkering op na vier kalenderjaren van 1 januari tot 31 december. De inhoudingen van 1995 vallen dus pas op 1 januari 2000 vrij. Bijgeschreven rente is nooit geblokkeerd.

Hoe werkt het premiesparen? Heel anders. Hierbij gaat het om inhoudingen op het netto salaris. Maximaal 1.500 gulden per jaar of 125 per maand, vergelijkbaar met 2.400 per jaar bruto bij 37,65 % belastingdruk. Zijn werkgever legt daar als premie (een extraatje) 1.000 gulden per kalenderjaar (het maximum) bij. Dit kost de werkgever, anders dan in de spaarloonregeling, dus geld en levert geen (belasting)voordelen op. De deelnemer betaalt over die premie geen belasting en premies.

Na vier jaar bedraagt het saldo van inhoudingen en premies 10 duizend gulden; 4 maal (1.500 + 1.000). Daar komt nog bij de rente van 7,5 procent, in totaal circa 1.150 gulden aan het eind van die vier jaar.

Dit is in grote lijnen het voornemen van dit paar. Andere bedrijven kennen iets afwijkende regelingen. Waar komen ze op uit door voor het maximum mee te doen? Heeft het zin? Over vier jaar bezitten ze ongeveer 18.000 gulden of meer als de werkgever de bedragen verhoogt, waarvan zo'n 2.000 aan rente over het vierde jaar. Dat valt net samen met de extra rentevrijstelling per paar. Overigens geldt er eenzelfde extra dividenvrijstelling, maar die komt in dit artikel niet aan de orde.

Per maand leggen zij ruim 300 gulden bruto opzij of 5 procent van het gezamenlijk bruto inkomen. Dat mag in deze fase van hun leven best wat meer zijn. Bijvoorbeeld 10 procent. Daarom verdient meer sparen en het benutten van de andere vrijstelling aanbeveling.

Maar sparen zonder een bepaald doel heeft niet zoveel zin. Zij kunnen zich daarom richten op de koop van een huis, bijvoorbeeld over vier jaar. Deze aanschaf is een van de wettelijk toegestane bestedingen om de spaarblokkering op te heffen. Door nu extra te sparen wonen ze in het jaar 2000 met 35.000 gulden aan eigen geld onder eigen pannen.