Snooker hoopt op 'Barney-effect'

TILBURG, 18 APRIL. Eind zestiger, begin zeventiger jaren, met de komst van de kleurentelevisie in veel Britse huishoudens, besloot de BBC tot een opmerkelijke zet. Bij wijze van experiment schotelde de Britse staatsomroep zijn kijkers in plaats van het gebruikelijke testbeeld flitsen van de snookersport voor. De proef slaagde. Het felgroene laken van 1.75 bij 3.75, de 22 gekleurde ballen en twee gesoigneerde heren in smoking met vest, vergezeld van een al even feilloos geklede leidsman: dat kleurrijke schouwspel kon de nieuwsgierige tv-kijker meer bekoren dan het dodelijk saaie testbeeld.

Sindsdien is snooker niet van de Britse buis te branden. Zodra de duurbetaalde profs een toernooi spelen, besteden de BBC en tal van commerciële zenders ruimschoots aandacht aan de razend populaire biljartsoort met de vijftien rode en zeven andersgekleurde ballen. Zo ook dezer dagen. BBC 2 brengt tot en met 30 april dagelijks - ieder dag gemiddeld zo'n vijf uur - de ontwikkelingen tijdens het WK in Sheffield in beeld. Om het miljoenenpubliek maar geen seconde te laten missen van de 'pots' en 'breaks' van stotende miljonairs als het Schotse wonderkind Stephen Hendry en diens eeuwige rivaal, de Londenaar Jimmy Whirlwind White.

De faam van de televisiesport bij uitstek reikt verder dan de Britse huiskamer. Ook in Nederland raakten enkelen in de ban van de artistieke verrichtingen van de Britse profs op het groene laken met de zes 'pockets'. Zoals René Dikstra. Twaalf jaar geleden keerde de Hagenaar de traditionele biljartvariant, het driebanden, de rug toe om zich als eerste met succes te bekwamen in het snooker. Dikstra stak eind jaren tachtig met kop en schouders uit boven de rest van de beginnende snookerspelers. De barman werd vier maal nationaal kampioen, de laatste keer in '91, en nam vijf keer deel aan de WK voor amateurs.

Gisteren kwam Dikstra (32) er niet aan te pas. In de kwartfinale van het Nederlandse kampioenschap moest de pionier van de vaderlandse snookersport zijn meerdere erkennen in Wilfred Dijkstra (3-1). De laatste behoort, net als Dikstra (“Ik voel me een beetje een oude lul tussen al die jongeren.”), ondanks zijn 24 jaar tot de veteranen. De nationale top wordt momenteel gevormd door de tweede generatie: late tieners en vroege twintigers. “Jonge sport, jonge spelers”, verklaart Peter de Brie, woordvoerder van de Nederlandse Organisatie voor Snooker & Billiards (NOSB) en afgelopen weekeinde zelf deelnemer, zij het “eentje die er in de eerste ronde al kansloos werd uitgeknikkerd”.

Het ruim bemeten Tilburgse Snooker Palace met zijn 25 speeltafels was de afgelopen dagen het decor van de negende editie van het NK snooker. Schreven zich in '87 bij de eerste aflevering van de jaarlijkse titelstrijd slechts 45 deelnemers in, inmiddels is dat aantal fors uitgedijd tot maar liefst 672. Mede daarom besloot de organiserende NOSB het toernooi, traditiegetrouw rondom Pasen, drie jaar geleden al het aantal speeldagen van twee naar vier uit te breiden.

Bij de introductie van de sport stuitten de weinige beoefenaars destijds op de nodige scepsis. Met name van de zijde van de nationale biljartbond (KNBB). De reacties varieerden van 'een veredeld spelletje knikkeren' tot 'een rage van een stel snotneuzen die wel weer overwaaid'. Inmiddels is de KNBB bijgedraaid, niet in de laatste plaats omdat de bond zijn vlaggeschip kwijt is. Enkele jaren geleden liep nagenoeg de gehele vaderlandse top in het driebanden over naar de profliga van de Duitse zakenman Bayer. Door het opzetten van een eigen competitie hoopt de KNBB een graantje mee te kunnen pikken van de doorbraak van de snookersport.

Want snooker zit in de lift. “Wat als een rage begon, is anno '95 uitgegroeid tot een volwaardige sport”, meent De Brie. De NOSB telt ruim tweeduizend leden, verspreid over 374 teams. Toch signaleert De Brie langzamerhand een verzadigingspunt, zeker daar waar het de wedstrijdsport betreft. “Het nieuwe is er een beetje af. De groeifase is voltooid. Nu wil en moet de bond gaan bouwen. Door het opzetten van een kwalitatief hoogwaardig wedstrijdcircuit hopen we dat sommigen kunnen doorstromen naar de mondiale top. De basis is er.”

De Brie doelt daarmee op Mario Wehrmann (19), gisteren na de 5-2 winst in de finale tegen Reind Duut goed voor de nationale titel, en Raymon Fabrie (21), door insiders aangeduid als “een oertalent”. Beiden waagden vorig jaar de gok en werden full-prof. “Zij moeten een Barneveld-effect veroorzaken”, zegt De Brie, referend aan de Haagse postbode 'Barney' die begin dit jaar tijdens het WK darts vriend en vijand verraste met het bereiken van de finale. Waarna pijltjes en dartsborden als warme broodjes over de toonbank gingen.