Poëzie op een handpalm

NVT gierik, 12de jrg. nr.4. Paradoxpers, Leopoldstraat 55/1, 2000 Antwerpen

Een leuk idee van het Nieuw Vlaams Tijdschrift gierik: een handpalmverhalenwedstrijd. De lengte van een handpalmverhaal wordt bepaald door het formaat van een A-viertje, beschreven of betypt. Meer dan honderd inzendingen kwamen dit jaar binnen, waaronder enkele uit Nederland. “Het leven biedt zo oneindig veel stof en de drang naar uiting krijgt door onze geletterde opvoeding kansen genoeg”, veronderstelt de jury in haar inleiding. Maar juist het ultra-korte verhaal stelt hoge eisen aan een auteur, het vergt ervaring en/of eindeloze schraplust. Remi Van Ransbeek kreeg de eerste prijs, de 'duimprijs' van deze handpalmverhalenwedstrijd, voor zijn niet meer dan veertien zinnen tellende anti-oorlogsverhaal 'Rozen van Bugesera (Rwanda) - 1961'. Het lijkt poëzie, ook al omdat de rozen uit de titel een metafoor is voor 'rode fresco's' van bloed op een witte muur, maar toch is het echt een mini-prozaverhaaltje. Origineel is de zesstemmige polyfonische bijdrage - op zo'n lengte! - van Monique Jacmain over werkelijke en bedachte (wan)toestanden in het ziekenhuis Van Het Zoete Kindje Jezus. Jules Michiels kreeg de 'middelvingerprijs' (niet stout bedoeld) voor zijn Japanse parabelachtige handpalmverhaal; en de Nederlander Jan B. Veerbeek pakt de 'ringvingerprijs' voor 'Onbegrijpelijk', een slappe vinger aan de gierik-hand, net als Gerda De Preters 'Verrassing' dat goed was voor de 'pinkprijs'.

Gierik noemt zich een 'vrij onderzoekend, kritisch, progressief tijdschrift' met 'oog voor originaliteit en verwondering'. Het driemaandelijkse blad 'huldigt eveneens de ludieke mens'. Nederlandse lezers krijgen wellicht een duidelijker idee van de inhoud en bedoelingen bij het feit dat voor Nederland onder andere de Haagse dichter Adriaan Bontebal (Een goot met uitzicht) en Hans Plomp, vrije vogel op Ruigoord, deel uitmaken van de redactie.

Van gierik moet gezegd worden dat het oprecht links-geëngageerd overkomt, veel aandacht heeft voor beeldende kunst, maar op veel plaatsen verschrikkelijk onbeholpen. Hoofdredacteur Guy Commerman dicht in de afscheidsgedichtencyclus 'Schreeuw': “Blijf niet komen, / het heeft geen zin. / Je monnikenwerk haalt niets uit. / Ik wil onkruid worden / op onze puinhoop. / En ik vraag me af, welig tierend: / kom je wieden?”

Van dezelfde een serie oubollige grafschriften, zoals voor Hugo Claus ('Net niet Nobel genoeg') en Jan Hoet: 'L'art de mourir dans une chambre d'amis'.