Mahler VI

Mahler VI en Materlincklieder van Zemlinsky: Concertgebouw orkest o.l.v. Riccardo Chailly: Decca 444 871-2 Mahler VI door de Wiener Philharmoniker o.l.v. Pierre Boulez: DG 445 835-2

Vrijwel tegelijkertijd verschenen twee opnamen van Mahlers Zesde symfonie, maar ze werden lang na elkaar gemaakt. Pierre Boulez nam deze 'Tragische symfonie' vorig jaar op bij de Wiener Philharmoniker, Riccardo Chailly deed dat met het Koninklijk Concertgebouworkest al in 1989. Het was Chailly's eerste Mahler bij zijn nieuwe orkest, waarvan hij toen net een jaar chef-dirigent was en de uitvoeringen in de concertzaal werden door sommige critici met enige scepsis ontvangen. Bij het beluisteren van de daarna gemaakte opname overheerst bij mij - zonder daarmee iets af te willen doen aan het belang van de emotioneel gedrevener Haitink-periode - nu bewondering voor dit voorbeeld van de inmiddels 'nieuwe' Amsterdamse Mahlerstijl, recent werd voorafgegaan door Chailly's cd-versie van de Zevende symfonie, vorig jaar opgenomen.

Net als die Zevende wordt deze Zesde gekenmerkt door een grote helderheid en openheid in het klankbeeld en een weloverwogen opbouw van zowel de vier delen afzonderlijk als van het geheel. Dat grote gevoel voor het klare en het analytische zijn ook kenmerken van de dirigeerstijl van Pierre Boulez. Zijn Zesde doet aanvankelijk wat dringender, pregnanter en steviger aan, ook wellicht een gevolg van de meestal snellere tempi.

Chailly houdt het dramatische aanvankelijk wat kleiner en de intiemere momenten klinken bij hem vaak teerder, met meer nuances, subtiliteit en gevoel voor kleurwisselingen en klankschoonheid. Dat is vooral het geval bij de arcadische passages met de koebellen, anekdotiek die hier een magische dimensie krijgt. Net als bij Boulez, een nogal incidenteel Mahlerdirigent van grote statuur, heeft bij Chailly de finale een fenomenaal indrukwekkende werking, waarbij Chailly met de houten moker nog vernietigender doodklappen uitdeelt.

Het is moeilijk een duidelijke voorkeur te bepalen tussen deze twee opmerkelijke en - in hun geheel - goeddeels evenwaardige opnamen. Maar voor de Chailly-opname spreekt dat de twee cd's (voor de prijs van één) nog meer bieden dan de ene cd van Boulez: de Sechs Maeterlincklieder (1910-'13) van Alexander Zemlinsky - ridderromantiek volgens de laat-romantiek - fraai gezongen door Jard van Nes.