'Kenia heeft genoeg van alle leugens'

NAIROBI, 18 APRIL. De achttien bisschoppen van Kenia wonden er geen doekjes om toen ze eerder deze maand de regering kritiseerden. Het politieke leidersschap van Kenia heeft de geloofwaardigheid verloren om te regeren, verkondigden ze van de kansel. De autoriteiten zijn corrupt en intimideren de oppositiepartijen, vervolgden ze. Verder spraken de katholieke geestelijken van “een ernstige erosie van de onafhankelijkheid van de rechtspraak”. Ze besloten hun pastorale brief op dreigende toon: “De tijd is gekomen om te zeggen: we hebben genoeg van oneerlijkheid, leugens, afpersing en corruptie.”

De regeringspartij Kanu nam in een reactie de door de bisschoppen ingezette harde toon over en noemde de pastorale brief 'theologische chantage'.

De klok lijkt teruggezet naar 1990. Ook toen was Kenia in de greep van een bittere machtsstrijd tussen regering en oppositie. De toen nog illegale oppositie slaagde er niet in, mede door verdeeldheid in eigen gelederen, de dominantie van president Mois Kanu serieus te bedreigen. De kerken sprongen bij. Een serie van uiterst kritische pastorale brieven zette het regime onder druk om het méérpartijensysteem te introduceren. Politici die een bedreiging vormen kan de regering arresteren, maar repressie van religieuze leiders ligt niet in de aard van het Keniase regime. President Daniël arap Moi is een 'herboren christen' die trouw iedere zondag, begeleid door een TV-ploeg, naar de kerk gaat.

De internationale donorgemeenschap gaf vervolgens de laatste duw door financiële hulp aan de overheid op te schorten. De weigerachtige Moi gaf eind 1991 het monopolie op de macht op en kondigde het méérpartijenstelsel af. Bij de verkiezingen wonnen de oppositiepartijen meer stemmen dan Kanu. Zij hadden hun krachten echter versnipperd en het districtenstelsel werkte al evenmin in hun voordeel: Kanu kreeg een meerderheid aan zetels in het parlement.

Veel oppositiepolitici ervoeren hun nederlaag bovenal als een persoonlijk verlies, alsof ze op het verkeerde paard hadden gewed. Ze zouden nu niet kunnen delen in lucratieve overheidsbaantjes of op een andere wijze profiteren van de macht. Zij lieten zich gemakkelijk omkopen en liepen over naar Mois Kanu. In oppositiegelederen intussen is strijd uitgebroken om invloed in partijstructuren, waarbij evenals in de éénpartijstaat tribale allianties ontstaan.

Meer dan ooit wordt langs tribale lijnen politiek bedreven. De woongebieden van de grote tribale groepen, de Kikuyu's en Luo's, liggen in de zone van de oppositiepartijen, een coalitie van kleinere stammen steunt de regering. Van een opener samenleving is nog weinig sprake. Debatten in het parlement kenmerken zich door scheldpartijen, niet door constructieve oppositie en uitwisseling van plannen of ideeën. De autoriteiten intimideren oppositionele politici. In naam maar niet in geest is Kenia nog steeds een éénpartijstaat. Daarom achtten de katholieke bisschoppen - die toch nog een appeltje te schillen hebben met de regering over haar campagnes voor kunstmatige gezinsplanning - opnieuw de tijd gekomen om zich actief te mengen in de politiek.

Vermoedelijk zijn de Kenianen meer teleurgesteld in de oppositie dan in de regering. De stijl van politiek bedrijven verschilt nauwelijks tussen de oppositionele politici en hun tegenstanders in Kanu. Beiden vechten voor hun eigenbelang en dat van hun stam of regio. Geen politicus slaagt er in boven deze sectarische belangen uit te stijgen en uit te groeien tot een nationaal leider. Het opportunistische patronagesysteem, dat sinds de onafhankelijkheid de basis vormt van het politieke netwerk in Kenia, blijkt van grotere invloed dan het liberale méérpartijenstelsel.

Toen de regering onder druk stond van de Westerse geldschieters kon het pluralisme zich ontwikkelen. Vooral de geschreven pers profiteert in grote mate van nieuwe vrijheden. Toen Westerse donorlanden en het Internationaal Monetaire Fonds eind vorig jaar besloten de hulp massaal te hervatten, zag de regering dit als het groene licht om met ferme hand haar autoriteit te herstellen. Sinds enkele weken liggen de oppositie en andere kritische Kenianen zwaar onder vuur. Buitenlandse organisaties als Amnesty International klagen over politieke repressie en over martelingen in gevangenissen. De meeste donorlanden tonen zich nu opvallend terughoudend in hun kritiek.

In de éénpartijstaat betekende “onthullingen over een komplot tegen de regering” meestal het startsein voor een golf van repressie. De macht van de overheid was zo allesoverheersend in de éénpartijstaat dat bewijzen niet hoefden te worden aangevoerd. Tegenstanders van het regime werden in verband gebracht met het vermeende komplot en verdwenen vervolgens achter de tralies.

Begin dit jaar onthulde president Moi het bestaan van de daarvoor totaal onbekende guerrillagroep 'De Achttiende Februari Beweging' (op 18 februari 1957 werd de Keniase vrijheidsstrijder Dedan Kimathi door de Britten geëxecuteerd). 'Brigadier' John Odongo zou leider zijn van deze vanuit Oeganda opererende guerrillabeweging. De groep zat, aldus Moi, achter gewapende acties in West-Kenia, de stammenstrijd in de provincie Rift Valley en eveneens achter een serie bankovervallen in de steden. Sympathisanten van de beweging zouden zijn te vinden onder geestelijken, journalisten en in de oppositiepartijen. Een aantal 'guerrillastrijders' verscheen voor het gerecht en ging na snelle processen de gevangenis in. Eén van de verdachte guerrillastrijders is 70 jaar. Diplomaten staan perplex, zij geloven niets van de beschuldigingen. President Museveni van Oeganda bleek dezelfde mening toegedaan; hij weigerde Odongo uit te leveren aan Kenia en zond de 'brigadier' voor asiel naar Ghana.

De oppositiepartijen spreken sinds de onthulling van 'het komplot' van een golf van repressie. De politie pakte enkele parlementsleden op en een kritisch katholiek maandblad werd verboden. Onbekenden vernietigden de drukpersen van een oppositieblad en een bom belandde in het kantoor van een particuliere organisatie die rechtsbijstand verleent. Verder verbood de regering de particuliere organisatie Clarion die rapporten publiceerde over corruptie.

Alsof er niets is veranderd in het nieuwe tijdperk van openheid, bindt het regime politieke leiders aan zich door het verlenen van gunsten en geschenkjes. Als tegenprestatie verzekeren deze politici trouw van hun stammen en regio's aan de regering en Kanu. Met de door het Westen afgedwongen privatisering van de staatssector in de economie valt dit patronagesysteem echter steeds moeilijker te continueren. Steeds minder blijkt er weg te geven door de staat. De economie groeide gedurende vier jaar nauwelijks en naarmate er minder staatsbedrijven zijn vallen er minder hoge posten te vergeven. Bovendien blijken in de hoofdstad Nairobi de laatste stukken openbare grond al weggegeven. Hoewel de behendig opererende 70-jarige president Moi zich nog steeds de beste meester van het politieke spel toont, zal hij nieuwe manieren moeten vinden om zijn Kanu aan de macht te houden.

“Het is voor iedereen duidelijk dat dit land niet langer de huidige situatie en het verlies aan hoop kan verdragen”, proclameerden de bisschoppen in hun pastorale boodschap. Kenia blijkt één van de Afrikaanse staten waar het méérpartijensysteem niet goed van de grond komt. De arrogantie van de macht maar misschien nog meer de oppositie die geen alternatief aandraagt, vormen de hoofdoorzaken. De hoop op een 'tweede bevrijding', zoals in 1990 de strijdkreet luidde, is verloren gegaan. De gewone Keniaan vertrouwt geen enkele politicus meer.