IRT-methode ook in Rotterdam; 'Sorgdrager wist van drugsinfiltratie'

ROTTERDAM/HAARLEM, 18 APRIL. In een Rotterdams onderzoek naar een drugsbende zijn vorig jaar met medeweten van toenmalig procureur-generaal W. Sorgdrager duizenden kilo's soft drugs op de vrije markt gebracht om in een criminele organisatie te kunnen infiltreren.

Het onderzoek werd begonnen ten tijde van de IRT-affaire. Volgens bronnen bij politie en justitie heeft de Rotterdamse CID-officier van justitie mr. R. de Groot toenmalig PG en huidig minister van justitie Sorgdrager op de hoogte gesteld van de gehanteerde onderzoekmethode, omdat dezelfde methode in Amsterdam had geleid tot ontbinding van het IRT-team. De minister wilde vanochtend geen commentaar leveren op de vraag of zij op de hoogte was en verwees naar een lopend onderzoek door de rijksrecherche naar de zaak.

Vorig jaar heeft de Rotterdamse drugsbende die werd onderzocht 40.000 kilo soft drugs ingevoerd. De helft daarvan werd door justitie 'weggetipt' en de andere helft werd doorgelaten voor distributie en verkoop op de vrije markt. De toegepaste methode betreft de zogeheten 'gecontroleerde aflevering', waarbij via infiltratie drugstransporten worden doorgelaten om de top van een drugsbende te kunnen pakken.

De methode is zodanig uit de hand gelopen dat de Haarlemse officier van justitie De Beaufort samen met zijn Rotterdamse collega De Wit begin dit jaar om een onderzoek door de rijksrecherche-hebben gevraagd. Inmiddels maakt deze zaak deel uit van een “breed en diepgaand” onderzoek dat het “ernstig verontruste” college van procureurs-generaal (PG's) laat uitvoeren naar de werkmethoden van de CID Haarlem. Uit het onderzoek naar de Rotterdamse operatie zou volgens justitiële bronnen ook zijn gebleken dat miljoenen guldens die met de drugsafleveringen werden verdiend zijn zoekgeraakt.

De affaire begon toen twee Haarlemse CID'ers begin vorig jaar de hulp van een informant aan de Rotterdamse politie aanboden. Onder leiding van de Rotterdamse officier van justitie De Groot is de informant ingezet bij een onderzoek door de Rotterdamse recherche. Het gaat om een onderzoek dat “uiteindelijk niet tot operationele afronding” heeft geleid, aldus een justitiële bron.

De commissie-Van Traa is inmiddels op de hoogte gesteld van de gang van zaken bij het Rotterdamse drugsonderzoek. De CID Haarlem speelde in het onderzoek een cruciale rol omdat zij een informant 'runde' die kennis had van de Rotterdamse drugsbende. Recentelijk kwam de CID Haarlem verscheidene malen in opspraak omdat de dienst betrokken was bij opsporingsmethoden die dubieus zouden zijn.