Goedheid

Misschien is dat de tol die je betaalt als je je hele leven bezig bent om fictie een schijn van waarheid te geven - misschien is het dan onvermijdelijk dat de waarheid een schijn van fictie krijgt.

Gefascineerd heb ik naar Jan de Hartog zitten kijken in de documentaire Vrede godverdomme vrede van Hans Keller. Ongetwijfeld was het zijn bedoeling te vertellen wat hij werkelijk had meegemaakt, toch hing er een waas van verdichtsel om hem heen, misschien omdat het allemaal net even te doordacht, te gestileerd was, Misschien omdat hij niet kon nalaten om telkens weer zijn mond te verbergen achter zijn hand.

Hoe het ook zij, op zeker moment vertelde hij dat hij in de Pyreneeën gewond was geraakt toen hij naar Spanje probeerde te ontkomen. Er was een Rus in de buurt, een onsnapte krijgsgevangene. Deze nam hem als een schaap op zijn nek en droeg hem de grens over. Jan de Hartog had die man nog nooit gezien en zou hem ook nooit meer zien.

“Als iemand zegt: er is geen goed in de mens”, zei hij, “dan zeg ik: spreek voor jezelf.”

Dáár was ik het in elk geval van harte mee eens. Natuurlijk zit er wel goedheid in de mens. Een beetje. Bij sommigen zelfs veel. Wie dat ontkent heeft gewoon geen zin meer om na te denken. Of inderdaad, die zoekt gewoon een excuus voor het gebrek aan goedheid in zichzelf.