Een jongen, een meisje en een trap

Voor ons huis staat een grote puinbak. Drie dagen zijn we bezig geweest die te vullen met puin. Ik voel het nog in mijn spieren. Bovenop prijkt de oude trap. Dan arriveren er een meisje en een jongen die kennelijk geïnteresseerd zijn in die trap. Omdat ik weet dat hij loodzwaar is en door alle uitsteeksels lastig te manoeuvreren, loop ik naar buiten om mijn hulp aan te bieden. Bovenop het puin staat de jongen, wankelend met gympies op planken vol roestige spijkers, met een rood hoofd als een gek aan die trap te sjorren. Ernaast schuift het meisje een bakfiets aan.

Ze kijken naar me op en zien een vrouw in vuile kleren. De jongen antwoordt dat hij mijn hulp niet nodig heeft. Ik aarzel even of ik met mijn handen in m'n zij zal gaan staan kijken hoe hij met trap en al van de bak valt, maar het meisje kijkt me dankbaar aan. Samen sturen zij en ik de trap van de hoge bak af. Dan staat de trap rechtop op straat.

De jongen komt naar beneden en begint de trap op te tillen om hem op de bakfiets te zetten. Hij ziet niet dat hij dat nooit kan, ziet niet dat, mocht het hem ooit lukken, de bakfiets direct zal omkieperen, maar hij zet wel ontzettend veel kracht. Het ziet er indrukwekkend uit. Ik stel voor om de trap te kantelen over de rand van de puinbak, zodat de bakfiets er onder kan worden gereden. De jongen antwoordt dat hij gewoon moet worden opgetild, maar het meisje knikt en gaat met mij aan de slag. Samen kunnen we het makkelijk. Intussen wordt de jongen steeds bozer. Als we hem nodig hebben om de bakfiets tegen te houden die onder het gewicht van de trap wegrijdt, briest hij tegen het meisje: “Jij weet hoe het moet”. Beschaamd sputtert ze tegen. Is dit de nieuwe verhouding tussen mannen en vrouwen? Naar feministische maatstaven is het nog steeds niet in orde, maar de praktijk valt reuze mee. Die trap kwam goed en snel op die bakfiets en de jongen stoorde nauwelijks.