Clapton genereus met blues

Concert: Eric Clapton Plays The Blues. Gehoord: 17/4 Ahoy, Rotterdam. Herhaling: 18/4 Ahoy en 19/4 MECC, Maastricht.

Geen Wonderful tonight, geen Tears in heaven en zelfs geen Layla. Eric Clapton kwam om de blues te spelen en een uitverkocht Ahoy kreeg gisteravond ruim twee uur lang niets anders dan de blues. Wellicht omdat hij die uitgekauwde succesnummers achterwege kon laten, gaf de onlangs vijftig geworden stergitarist misschien wel zijn meest geïnspireerde concert sinds de hoogtijdagen van Cream en Derek & the Dominoes.

Nadat hij drie jaar geleden een sessie voor MTV Unplugged opnam, heeft Clapton een opmerkelijke wedergeboorte ondergaan. Niet alleen herontdekte hij de bluesmuziek van oude helden als Robert Johnson en Muddy Waters, maar de akoestische Unplugged-opstelling dwong hem om sufgespeelde nummers in beknopte versies te spelen. Eenzelfde benadering paste hij toe op het recente album met liefdevolle bluescovers From the cradle, dat een onverwacht groot succes werd.

Aansluitend op zijn jaarlijkse reeks bluesavonden in de Londense Royal Albert Hall, brengt Clapton nu een sobere show naar de sporthallen. De nadruk ligt op de oorspronkelijke bluessongs die hem ooit inspireerden tot zijn voortrekkerspositie in de Britse bluesbeweging van de jaren zestig. De herboren Clapton speelt weer als de god die zijn fans ooit in hem zagen, met een minimum aan de gierende en jammerende gitaarfrutsels die zijn stadion-optredens in de jaren tachtig zo langdradig maakten.

Als geen andere blanke muzikant beheerst Eric Clapton de finesses van de blues, die hij gedurende zijn dertigjarige loopbaan kon afkijken van de vele bluespioniers met wie hij het podium deelde. Zijn optreden heeft de vorm van een boeiende geschiedenisles, opgebouwd langs chronologische lijnen. De akoestische countryblues van Robert Johnson en de barrelhouse-muziek van Leroy Carr's How long werd zittend op stoelen gespeeld, waarna de spanning werd opgevoerd bij elektrische stadsmuziek van Howlin' Wolf en Muddy Waters, wiens Standin' round crying door Claptons snerpende slidegitaar klonk als een trein die piepend en stampend in beweging kwam. Zo ruw en ruig als de muziek werd gespeeld, zo kraakhelder was de geluidsversterking. Het gemeen vervormde gitaargeluid in Elmore James' jammerklacht It hurts me too kwam uit een instrument dat mogelijk nog ouder was dan Clapton zelf. Ondanks zijn onberispelijk witte kleding kwam hij bijzonder goed weg kwam met een typische bluestekst als 'bad luck is killing me', in de bijna vergeten klassieker Third Degree van de legendarische songschrijver van het Chess-label Willie Dixon.

Later op de avond zorgde blazersgroep The Kickhorns voor orkestrale swing tijdens nummers van Freddie King en Lowell Fulson, wiens Sinners prayer werd ingeleid met een onheilspellend intro op rammelpiano door Joe Cockers vroegere bandleider Chris Stainton. In het klaaglijke Have you ever loved a woman en het van Cream bekende Crossroads keerde Clapton terug naar zijn allervroegste roots, waarbij hij zijn gitaar regelmatig ongemoeid liet om zijn bandleden een solo te gunnen. Vooral mondharmonicaduivel Jerry Portnoy kreeg alle ruimte om stoomfluiten en gillende keukenmeiden na te bootsen, terwijl zijn stuwende spel bijdroeg aan een eb en vloed van dwingende ritmes.

Omdat zijn reis door de blueshistorie bijna dertig nummers in beslag nam, had 'Slowhand' simpelweg geen tijd om zich te verliezen in langdradig gitaarspel. In vrijwel elk nummer wisselde hij van gitaar en van stijl, en hij verzuimde niet om grote voorbeelden als Albert King en Robert Johnson met naam en toenaam te noemen.

Door de enorme inzet en overtuigingskracht bleef het niet bij een academische bluesparade, maar werd een rijke traditie tot leven geroepen. Kennelijk is er een last van Claptons schouders gevallen, nu hij zichzelf tijdelijk vrijaf heeft gegeven om zijn eigen evergreens te spelen. Als bluesmuzikant kan Eric Clapton nog jaren vooruit, terwijl de smartlappenzanger van Wonderful tonight door niemand wordt gemist.