Bouwen aan een CAO

WIE EEN STAKING begint, moet al van tevoren weten hoe deze te beëindigen. Het is een gulden regel in de onderhandelingswereld van vakbondsbestuurders. Zoals het aan werkgeverszijde een gulden regel is te voorkomen dat de 'tegenstander' volledig vernederd uit de strijd komt. Een dergelijke overwinning leidt bij een volgende ronde slechts tot revanchisme. Beide regels leken de onderhandelende partijen voor een nieuwe bouw-CAO de afgelopen weken uit het oog te hebben verloren, met als gevolg het record van de langste na-oorlogse staking in de bouwsector. Een staking die dit paasweekeinde toch met een principe-akkoord is besloten. Totale schade: om en nabij de driehonderd miljoen gulden voor de bouwbedrijven, een stakingskas die vijftig miljoen gulden lichter is en diepe frustraties aan beide zijden.

Het resultaat is een compromis dat werkgevers en vakbonden tegenover hun leden kunnen verdedigen. De totale loonkostenstijging van 5,8 procent die uit de nieuwe tweejarige CAO voortvloeit, ligt slechts 0,3 procent boven de grens die de werkgevers vijf weken geleden hadden getrokken. De bonden van hun kant hebben meer toegegeven. Hun aanvankelijke verlangens kwamen uit op een loonkostenstijging van rond de 7 procent. De winst voor de werknemers zit ergens anders. De VUT-regeling wordt minder rigoureus beperkt dan de werkgevers wilden en ook de flexibilisering van de arbeidstijden is meer naar de smaak van de werknemers. Maar het gaat hier om uitstel, niet om afstel.

Zeker bij de VUT kan worden gesproken van een doorbraak, nu ter financiering van deze regeling een vorm van kapitaaldekking wordt ingevoerd. Voor vervroegde uittreding kan worden gespaard en zij komt op die manier voor de verantwoordelijkheid van de individuele bouwvakkers.

MAAR DE VRAAG BLIJFT: was hiervoor nu zo'n omvangrijk arbeidsconflict nodig? Ter hoogte van het bekende midden hebben werkgevers en werknemers elkaar toch weer gevonden. Natuurlijk zullen alle betrokkenen zeggen dat zonder de getoonde vasthoudendheid het akkoord niet zou zijn bereikt. Maar dat betekent dan wel dat deze onderhandelingsstrategie een zeer hoge prijs heeft gevergd. De dramatische gang van zaken aan de kant van de werkgevers duidt eerder op iets anders. Het gebeurt per slot van rekening niet vaak dat een onderhandelingsdelegatie wordt teruggeroepen en vervangen door een andere.

De CAO-besprekingen hadden dit jaar volgens de werkgevers tot een principiële doorbraak moeten leiden. Al hun voorstellen ademden de geest van individualiteit boven collectiviteit. De gebezigde geharnaste taal maakte bovendien duidelijk dat de 'daadkracht-nu' het had gewonnen van de rekkelijken. In eerste instantie wel te verstaan, want het waren uiteindelijk toch de laatsten die zorgden voor een de-escalatie, waardoor de onderhandelingen weer op gang kwamen. “Wij hebben als werkgevers misschien te snel willen gaan”, erkende de nieuwe onderhandelaar bij de werkgevers, G. Meijer, gisteren.

HIERMEE LIJKT wat zich bij de bouwondernemers heeft voorgedaan sterk op de controverse die zich twee jaar geleden in het CDA rond de WAO afspeelde. Ook daar kwamen de 'knopendoorhakkers' en de 'compromiszoekers' elkaar, in de personen van Brinkman en Lubbers, hardhandig tegen. Het is dezelfde Brinkman die zeer binnenkort als indirect gevolg van deze botsing de politiek verlaat en als voorzitter van de bouwwerkgevers aantreedt. In die hoedanigheid zal het een van zijn eerste taken zijn om in eigen huis de zaak weer op orde te krijgen. Dat uitgerekend Brinkman met dit voor hem zeer herkenbare conflict wordt geconfronteerd, moet wel een speling van het lot zijn.