Witlof

April is niet slechts the cruellest, maar voor fietsers in de bebouwde kom ook de gevaarlijkste maand. Het routinetraject langs de voortuinen, op ieder ander tijdstip volbracht in een staat van werktuigelijke versuffing, is plotseling vol gevaren: de anders zo kwieke en efficiënte wielrijder verandert in een talmend en slingerend gevaar in het verkeer. Zo is het tenminste in mijn ervaring. De reden is simpel: in april staan de magnolia's in bloei; het is het tijdstip waarop deze grote struiken, die de rest van de tijd achtergronddecor staan te zijn, plotseling uitbarsten in de meest geestdriftige bloei van het voorjaar.

In mijn kinderjaren hadden mijn ouders een magnolia in de tuin en ik geloof dat het de enige plant is die ik me werkelijk herinner om haar schoonheid. We gingen vaak naar het Bluebell Wood, in Kew Gardens, en kregen dan te horen hoe mooi dat was; ouders stellen zich voor dat een bos met wilde hyacinthen een vormende belevenis voor de kinderziel moet zijn, maar een kind heeft er niet veel aan: alles wat je kunt doen is staan kijken naar de grond waar je in betere tijden over mocht rondrennen. De magnolia daarentegen vond ik toen al indrukwekkend, zoals nog steeds.

De onze moet een Magnolia x soulangeana zijn geweest, de meest gangbare soort en verantwoordelijk voor de meeste op-een-haar-na ongelukken met de fiets. Een magnolia die niet bloeit is onzichtbaar, je merkt haar niet op. Ondanks mijn voornemen, ieder jaar opnieuw, om te onthouden in welke tuinen de mooiste magnolia's staan om vast te stellen hoe ze er in de zomer uitzien, vergeet ik het telkens weer. Daar staat tegenover dat ik het onmogelijk vind om in welk seizoen dan ook op dezelfde route een moerbei te passeren zonder die nauwkeurig te bekijken. Misschien een verder bewijs dat bomen interessante bladeren moeten hebben om belangstelling op de lange termijn te rechtvaardigen.

Magnolia x soulangeana brengt enorme hoeveelheden grote bloemen voort, die nog opvallender zijn omdat ze aan volkomen kale takken zitten. Het heeft iets van een mirakel: zulke gigantische bloemen die ontspruiten aan ogenschijnlijk dood hout, te uitzonderlijk om een jaarlijkse gebeurtenis te zijn. De bloemen kunnen zuiver wit zijn, of met variërende tinten van rose aan de buitenkant, vooral naar de bodem van de bloem toe; ze zijn kelkvormig en zien er veel te tropisch uit om buiten te kunnen bloeien in april.

De magnolia is bijzonder. Volgens Robin Lane Fox is er “geen oudere bloem op de markt, want magnolia's groeiden zo'n honderd miljoen jaar geleden langs primitieve moeraslanden. Ze zijn ver verheven boven vogels en bijen. Het zijn kevers die aandacht hebben voor de koele geur en de bloemen bestuiven, blind rondtastend binnen de witte kelken. In de dagen van de dinosaurus waren de andere bestuivers nog niet van de partij.” Deze opmerkelijke bloemen zijn niet opgebouwd uit kroonbladeren en ook niet uit kelkblaadjes maar uit 'tepals', een merkwaardig anagram van 'petal' dat je niet spontaan voor de geest komt, maar de klank is in elk geval in orde. De combinatie van een delicaat uiterlijk met grote stevigheid delen zij op frappante wijze met witlof.

De magnolia kan zeer groot worden: sommige zijn meer bomen dan heesters; deze horen bij huizen uit de jaren dertig. Voor de kleinere tuin is een kleinere magnolia nodig en daar heeft de Natuur met vooruitziende blik voor gezorgd in de vorm van Magnolia stellata. Dit is de soort die je bij na-oorlogse huizen aantreft; zij groeit verbazend langzaam maar bloeit al vroeg in haar bestaan. Waar het naartoe gaat is af te leiden uit de omschrijving van Graham Stuart Thomas: “Als je lang genoeg leeft, zul je er misschien eens onder kunnen lopen.”

M. stellata bloeit ook op de kale tak maar haar bloemen hebben niet dat kelk-effect: ze gaan, indiscreet, veel verder open. Minder mysterieus; het is moeilijk voorstelbaar dat een tor er 'blind tastend' in rondloopt. Waarschijnlijker is dat daar helemaal niets loopt rond te tasten: de mijne tenminste heeft nooit zaad voortgebracht. Die van E.A. Bowles ook niet: “Vorig jaar zag ik dat een aantal vruchten bezig was zich te vormen, maar later, toen ik hoopvol naar zaden uitkeek, waren ze verdwenen; ik heb deze soort nog nooit ergens in Engeland rijp zaad zien voortbrengen.” Maar volgens Graham Stuart Thomas worden er 'soms' wel zaden gevormd, en die brengen dan juist krachtiger planten voort.

Mijn M. stellata staat niet in de volle zon, maar bloeit heel redelijk. Die van andere mensen, die je ziet 'in voorstedelijke voortuinen tegen de lage scheidsmuur of naast het entreepad', zoals Robin Lane Fox het wat uit de hoogte omschrijft, hebben veel meer bloemen dan de mijne, ze zitten er vol mee. En zo werkt het bezitsgevoel, dat ik zo'n overdaad nu een beetje vulgair vind.

Magnolia's zijn er in de regel niet dol op om overgeplant te worden of de aarde aan hun voet verstoord te zien. “Na honderdmiljoen jaar”, zegt Robin Lane Fox, “hebben ze er het land aan gestoord te worden.” Volgens een andere expert zijn magnolia's in de regel bestand tegen totale verwaarlozing. Probeer er dus zeker van te zijn dat u de juiste plaats hebt gevonden voor u haar plant. Volgens Lane Fox gedijt M. stellata heel goed in een kuip; zo worden ze vaak gezien in Japan.

De enige serieuze bedreiging voor magnolia is vorst in april. Er bestaan cultivars van M. x soulangeana, zoals 'Lennei' die hieraan ontsnappen door wat later in bloei te komen, en M. stellata geeft ter compensatie vaak een tweede bloei. Een andere oplossing is een 's zomers bloeiende magnolia, zoals de fabelachtige groenblijvende M. grandiflora, ondanks zekere nadelen: zij is niet volkomen wintervast en verlangt dus een warme muur - en van haar eigenaar geduld, want zij doet er tergend lang over voor zij bloeit; haar bloemen zijn zo goed verborgen tussen het gebladerte dat zij slechts weinigen van hun fiets doet vallen. Hun beste aanblik is uit een raam, van bovenaf; ook niet zonder gevaar!