Wet helpt de juiste vrouw op de juiste plaats te krijgen

E.J. Bomhoff kritiseerde afgelopen maandag in zijn column het beleid van staatsecretaris Netelenbos om meer vrouwen in de schoolleiding te krijgen en de vorming van 'brede' scholengemeenschappen te stimuleren. 'Netelenbos discrimineert dubbel', oordeelde Bomhoff. Volgens L. Henkens en H.F.P. Ietswaart sloeg hij de plank mis.

Net als vele bestuurders van onderwijsinstellingen en andere werkgevers, stelt Bomhoff in zijn column over het wetsvoorstel 'positieve actie in het onderwijs' positieve actie tegenover kwaliteit. In deze visie kies je voor het één of voor het ander. Je kiest voor positieve actie, dus voor een vrouw benoemen, of je kiest voor kwaliteit. Zo'n voorstelling van zaken suggereert dat 'een vrouw' het tegenovergestelde is van 'kwaliteit'. Je kunt blijkbaar niet voor allebei tegelijk kiezen. Ieder weldenkend mens zal dan voor kwaliteit kiezen.

Het idee dat voorkeursbeleid en kwaliteitsbeleid elkaar uitsluiten is wijdverbreid. Maar er is geen persoon die ik ken die voorkeursbeleid opvat in de zin van: in iedere vacature een vrouw benoemen, geeft niet wie. Zelfs vrouwen kunnen begrijpen dat dat volstrekte nonsens is. Er zijn verschillende vormen van voorkeursbeleid, en in alle staan de capaciteiten van kandidaten voor de betreffende (leidinggevende) functies voorop. De meest gebruikte formule luidt: 'bij gelijke geschiktheid gaat de voorkeur uit naar een vrouw'.

Natuurlijk gaat het om de relatie tussen capaciteiten en de te vervullen vacature. Die capaciteiten zijn echter geen statische, objectieve gegevens. Mannen en vrouwen staan op verschillende wijze in het leven, en de uiteindelijke bedoeling van ieder emancipatiebeleid is een evenwichtige inbreng van mannen en vrouwen te bevorderen op alle maatschappelijke terreinen, en zo ook de keuzemogelijkheden van iedereen te vergroten. In de praktijk wordt de geschatte 'kwaliteit' van vrouwen beïnvloed door het extra bedrijfsrisico dat zij volgens werkgevers met zich mee brengen: geringere inzetbaarheid, geringere inzet, grotere kans op ouderschapsverlof et cetera.

Bomhoffs anekdotische bewijsvoering van de stelling dat capabele vrouwen 'vanzelf wel boven komen drijven' is onvoldoende, en niet alleen omdat zij anekdotisch is. Ten eerste vergeet hij te vermelden dat zowel het hoofd van zijn lagere school als de rectrix van zijn gymnasium ongetrouwde vrouwen waren - tot 1957 (en ook daarna nog wel) werden ambtenaressen ontslagen wanneer zij in het huwelijk traden.

Ten tweede maakt hij geen gewag van de obstakels die capabele professionele vrouwen ook nu nog op hun weg vinden, zoals bijvoorbeeld het beding van 'geen zwangerschap' voor vrouwelijke artsen die hun co-schappen of hun specialisatie beginnen. Zolang vrouwen zich aan die soort normen houden zijn zij 'ons soort mensen' en mogen ze mee doen.

Een belangrijke achterliggende gedachte achter het wetsvoorstel van Netelenbos is er één die de econoom Bomhoff toch een beetje moet aanspreken. Het menselijk kapitaal dat verborgen zit in vrouwen met een goede opleiding en de nodige capaciteiten, wordt niet optimaal benut, vanuit de maatschappij bezien. Laten we zeggen dat de gedane investering niet (voldoende) rendabel is.

Het standaardargument van tegenstanders van emancipatiebeleid is dat er voldoende potentieel aan de basis zit (afgestudeerden), en dat de doorstroming dan 'vanzelf' wel plaatsvindt. Maar dat is in feite niet zo, gezien het beeld van de afgelopen 25 jaar.

De gelijke deelname van mannen en vrouwen aan hogere opleidingen heeft grotendeels zijn beslag gekregen in de jaren '70. We zien echter die capabele, goed opgeleide vrouwen met professionele ervaring niet op dezelfde soort plaatsen als hun mannelijke generatiegenoten. Aan alle Nederlandse universiteiten samen lopen 88 vrouwelijke hoogleraren rond naast 2.362 mannelijke collega's, oftewel 3,6 procent van het totaal. In de rang eronder (UHD), is ongeveer 8 procent vrouw. Ter vergelijking: in Frankrijk was reeds in 1988 25 procent van de hoogleraren vrouw.

Aan de Vrije Universiteit wordt op dit moment actie gevoerd om vrouwelijke kandidaten te vinden voor een vacature in het College van Bestuur. Natuurlijk willen de zittende bestuurders 'de beste' kandidaat selecteren. Daar willen de actievoerders nu precies een handje bij helpen. Zo ook het wetsvoorstel: wellicht helpt het een handje om de juiste vrouw op de juiste plaats te krijgen.