Voor de meeste Italianen is een vakantie in Duitsland, Nederland of Oostenrijk nu te duur; Toeristen overspoelen Italiaanse steden na val lire

ROME, 15 APRIL. Veel Italianen maken zich zorgen over de lage lire, maar niet de toeristenindustrie. Deze bereidt zich dit jaar voor op een enorme hausse, waarvan in de aanloop naar Pasen de eerste tekenen al zichtbaar zijn geworden.

Met name Rome en Florence worden overspoeld door bezoekers, zowel uit het buitenland als uit Italië zelf. In Rome staat de brede weg naar het Colosseum aan weerszijden helemaal vol met touringcars. In Florence komt de doorstroming van het normale verkeer in gevaar omdat ze niet meer weten waar ze de bussen moeten laten.

Begin jaren negentig gold Italië als een onbetaalbaar land. Het land was in sneltreinvaart terrein aan het verliezen ten opzichte van goedkopere, voor de toerist beter georganiseerde landen als Spanje en Griekenland. De Italiaanse kunstschatten hebben een al te dramatische val voorkomen, maar de buitenlandse zonzoekers keerden zich massaal af van Italië.

Nu komen de buitenlandse toeristen en massa terug, vooral de Duitsers. In drie jaar tijd is de lire ten opzichte van de mark bijna vijftig procent goedkoper geworden. Duitsers en Nederlanders, die ook in de D-mark zone zitten, kunnen ineens veel meer met hun geld.

Het provinciale bureau voor toerisme in Rome schat dat er dit jaar met Pasen 18 procent meer buitenlandse toeristen naar de hoofdstad komen dan vorig jaar. Duitsers nemen het grootste deel van deze stijging voor hun rekening, maar ook het aantal Japanners en Amerikanen stijgt. Tevreden lopen die rond in de via Condotti, de modestraat van Rome, waar ze zien dat de prijzen in lires ineens veel voordeliger uitkomen in hun eigen munt.

Ook steden als Venetië en Napels melden forse stijgingen, terwijl in Florence zelfs de alarmklok wordt geluid omdat het toerisme de stad boven het hoofd dreigt te groeien. De musea kunnen de stroom nauwelijks meer aan. Voor de Uffizi moeten mensen soms tweeëneenhalf uur in de rij staan voor ze naar binnen mogen. Geschat wordt dat er op hoogtijdagen 200.000 bezoekers komen, en dat in een stad waar 400.000 mensen wonen. De situatie is rond Pasen extra moeilijk doordat veel Italiaanse scholen hun jaarlijkse uitje ook in deze periode plannen, en bij voorkeur naar Florence of Venetië gaan.

Toerisme is een van de belangrijkste programmapunten geworden in de plaatselijke politiek in Florence. Een lokale lijst stelt reglementering van de stroom bezoekers zelfs bovenaan zijn prioriteitenlijst. De drang om daarin mee te gaan is niet erg groot, want toerisme is een van de belangrijkste inkomstenbronnen van Florence, en ondanks de overlast zijn veel mensen blij met de extra inkomsten.

Verwacht wordt dat de stijging die dit voorjaar zichtbaar wordt, deze zomer zal doorzetten. Traditionale badplaatsen aan de Adriatische kust als Rimini, Riccione en Cervia melden dat het aantal boekingen uit het buitenland enorm aan het stijgen is. De algen die een paar jaar geleden zoveel bezoekers hebben afgeschrikt, zijn vrijwel verdwenen, en de koopkracht van Duitse mark, Oostenrijkse shilling, Nederlandse gulden en Zwitserse frank maken maken de Adriatische stranden ineens extra aantrekkelijk.

Het grote gevaar is nu dat de hoteliers en restauranthouders een vals gevoel van veiligheid krijgen en de kans grijpen voor prijsstijgingen die de gestegen kosten te boven gaan. Eind jaren tachtig dreigde de Italiaanse toeristenindustrie zich op dezelfde manier uit de markt te prijzen, in de verwachting dat de bezoekers toch wel zouden blijven komen.

Het mes van de lage lire snijdt aan twee kanten. Niet alleen is het voor buitenlanders financieel aantrekkelijk geworden om in Italië op vakantie te gaan, ook voor Italianen zelf is dat zo. Het buitenland is duur geworden en in sommige gevallen onbetaalbaar voor wie de lokale muntsoort met lires moet aankopen. Het dagblad La Stampa schreef vanmorgen dat bestemmingen als Nederland, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk buiten het bereik van de Italianen dreigen te komen. Voor andere landen is de stijging minder dramatisch, maar de lire is alleen gestegen ten opzichte van de Russische roebel, de Mexicaanse peso, de Hongaarse forint en de Costa-Ricaanse colon, munten die lijden onder een enorme inflatie.

Noodgedwongen zien veel Italianen nu af van de als prestigieus beschouwde buitenlandse trip. Daarom verwacht het bureau voor toerisme met Pasen ook vijf procent meer Italianen in Rome. Ook deze zomer zal naar verwachting een stijgend aantal Italianen kiezen voor een vakantie in eigen land. Het onderzoeksbureau voor toerisme Trademark verwacht dat deze zomer 61 procent van de Italiaanse vakantiegangers in het vaderland blijft. Vorig jaar was dat nog 45 procent.

Vooral in het zuiden van Italië zijn de verwachtingen hoog gespannen. De hotels en stranden daar zijn te ver weg en te slecht en kleinschalig georganiseerd voor de meeste buitenlandse touroperators, terwijl Italianen er beter hun weg kunnen vinden. In de plannen voor de economische ontwikkeling van het achtergebleven zuiden krijgt toerisme een steeds belangrijker plaats, en wie in deze sector werkt hoopt dat dit jaar een doorbraak komt.

Aan voorspellingen wat deze stijging van het toerisme uit binnen- en buitenland aan extra omzet zal betekenen, durft nog niemand zich te wagen. De koers van de lire is de belangrijkste variant hierin, en de Italiaanse munt heeft de afgelopen maanden forse schommelingen doorgemaakt. Voor de toeristenindustrie mag het nog even slecht blijven gaan met de lire.