VN: Irak mag onder toezicht olie verkopen

NEW YORK, 15 APRIL. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gisteren unaniem een resolutie aangenomen die Irak in staat stelt om in zes maanden voor een miljard dollar aan olie te verkopen, mits daarmee voedsel en medicijnen wordt gekocht voor Iraakse burgers.

De Iraakse vice-premier, Tareq Aziz, heeft de motie scherp bekritiseerd omdat zij de Iraakse soevereiniteit zou schenden. Irak wil dat alle sancties worden opgeheven.

In een verklaring van de Iraakse regering werd de VN-resolutie “gevaarlijker” genoemd dan de eerdere VN-resolutie over het embargo die Irak in 1991 al afwees. Volgens Irak worden de Iraakse onafhankelijkheid en nationale eenheid door de resolutie geschonden. Uit de kritiek bleek echter niet of Irak ook weigert het plan uit te voeren.

Het voorstel van de V-raad moet voorkomen dat vooral de Iraakse burgers lijden onder het embargo tegen Irak. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Madeleine Albright, zei dat de resolutie geen opheffing van de sancties tegen het Iraakse regime betekent, maar een “humanitaire uitzondering op de sancties ten behoeve van het Iraakse volk”. Irak kreeg de internationale sancties opgelegd na zijn invasie van Koeweit in 1990.

De secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, zei dat de resolutie de “soevereiniteit en de territoriale integriteit” van Irak bevestigde. Ook noemde hij het een “eerste stap” naar de totale opheffing van de sancties tegen Irak.

Irak beweert dat is voldaan aan de voorwaarden die de VN hebben gesteld voor totale opheffing van de sancties. Maar het hoofd van de wapencommissie van de VN zei deze week dat Irak nog veel materiaal voor het fabriceren van biologische en nucleaire wapens achterhoudt.

De VS, Groot-Brittannië en Argentinië, indieners van de resolutie 'olie-voor-voedsel', willen dat de sancties tegen Irak overeind blijven tot aan alle voorwaarden die de VN hebben gesteld, is voldaan.

Aziz beschuldigde de VS ervan dat ze de pogingen om een resolutie op te stellen die “werkbaar en vrij van onzuivere politieke motivaties” was, teniet hadden gedaan. Frankrijk en Rusland, die voorstander zijn van snelle opheffing van het embargo tegen Irak, onderstreepten dat de resolutie geen substituut mag zijn voor totale opheffing van de sancties.

Volgens het VN-plan mag weer olie worden verkocht vanaf het moment dat de onderhandelingen over het VN-toezicht op de verkoop van de olie zijn afgerond en zeker is gesteld dat de nodige voedselhulp alle delen van de Iraakse bevolking bereikt.

Als Bagdad het plan van 'olie-voor-voedsel' uitvoert, betekent dit dat voor het eerst een deel van de sancties tegen Irak wordt opgeheven.

Irak heeft een eerder aanbod in 1991 om onder strikte voorwaarden een beperkte hoeveelheid olie te verkopen, verworpen. (Reuter, AP)