Verkiezingen Frankrijk leggen EU ruim maand stil

Belangrijke besluiten in de EU zijn de laatste maanden opgehouden doordat de de halfjaarlijkse voorzitters van de EU, eerst Duitsland en nu Frankrijk, het te druk hebben met verkiezingen. Met het oog op de overvolle agenda zal Frankrijk na 7 mei de eindspurt moeten inzetten.

BRUSSEL, 15 APRIL. Pasen valt uitzonderlijk gunstig dit jaar voor Brussel. Menig EU-politicus heeft het thuisfront al verblijd met de mededeling dat het voorjaarsreces ditmaal wel met een week verlengd kan worden, want in Frankrijk zijn presidentsverkiezingen. En omdat Frankrijk dit halfjaar voorzitter is van de EU zal de Europese machinerie noodgedwongen een tijdje in een lagere versnelling worden gezet.

Afgelopen maandag kwamen de EU-ministers van buitenlandse zaken en hun collega's van landbouw voorlopig voor het laatst bijeen. Volgende week woensdag is in Parijs nog een extra ingelaste vergadering van de justitie-ministers over Europol, maar daarna gaat het loket voorlopig dicht. Met het oog op de presidentsverkiezingen over twee rondes (op 23 april en op 7 mei), heeft het Franse voorzitterschap besloten pas eind mei de draad weer op te pakken. Op 22 mei komen de EU-ministers van financiën als eerste groep weer bijeen. Tot die tijd mag het in Brussel residerende diplomatencorps Europa aan de praat houden.

Waarnemers vinden de Franse onderbreking “wel wat lang”, maar de andere EU-landen kunnen niet veel anders doen dan zich er bij neerleggen. Het is niet voor het eerst dat Europa de uitkomst moet afwachten van interne politieke strijd in Frankrijk. Bovendien weten de diplomaten dat na de komende pauze weer hectische tijden zullen aanbreken voordat de Spanjaarden de zomervakantie mogen inluiden. Het drukbezette vergaderschema voor juni duidt er op dat Parijs een eindspurt wil inzetten om nog wat successen te boeken, als de Europese regeringsleiders en het nieuwe Franse staatshoofd op 26 en 27 juni in Cannes bijeenkomen voor de halfjaarlijkse Europese top.

De Franse minister van buitenlandse zaken, Juppé, reageerde deze week in Luxemburg enigszins wrevelig op een kritische opmerking over het 'stilleggen' van de EU. “Vanaf januari hebben we al 24 ministerraden gehouden. Dat alles heeft kennelijk geen enkel belang. We hebben toch al heel behoorlijk vergaderd en het Franse voorzitterschap heeft een zwaar beladen werkprogramma op tafel gelegd”, verweerde Juppé zich.

Juppé heeft zich sinds januari inderdaad laten kennen als een efficiënt en intelligent voorzitter. Na afloop van de sessies is hij altijd bereid om op vriendelijke toon, maar in hoog tempo de verzamelde journalisten op de hoogte te stellen van de bereikte resultaten. Toch zal ook hij niet kunnen ontkennen dat die resultaten tot dusver niet wereldschokkend zijn. Na het wat vlakke Duitse voorzitterschap, dat ook al samenviel met nationale verkiezingen, is er geen opleving gekomen in Europa.

Dat is niet te wijten aan Juppé en heeft ook niet altijd te maken met de electorale koorts in Frankrijk, die de positie van de huidige regering per definitie zwak maakt. Het is momenteel gewoon niet de beste periode in Europa voor grootse daden. Volgend jaar begint de belangrijke intergouvernementele toetsingsconferentie over het Verdrag van Maastricht. Dan zal een fundamentele discussie plaatshebben over verdieping en uitbreiding van de Europese integratie. Daarop vooruitlopend houden alle partijen (lidstaten, Europees Parlement en Europese Commissie) hun kruit droog. Er wordt momenteel wel veel gesproken over de toekomstige Europese samenwerking, maar nog weinig gezegd en gedaan.

Ook de buitenwereld werkt niet mee om van het Franse voorzitterschap een succes te maken. De Russische inval in Tsjetsjenië heeft het bijvoorbeeld moeilijk gemaakt de banden met Moskou zo hartstochtelijk aan te halen als misschien een jaar geleden nog wel werd gehoopt. Tijdens de informele bijeenkomst van de EU-ministers van buitenlandse zaken in Carcassonne vorige maand verraste Juppé zijn collega's met het voorstel de weerstand van Rusland tegen uitbreiding van de NAVO te breken met een niet-aanvalsverdrag. Maar bij de NAVO ligt nog steeds geen Frans voorstel op tafel om een dergelijk verdrag met Moskou te sluiten.

Een belangrijk diplomatiek succes boekte Frankrijk begin vorige maand, toen het Griekenland wist over te halen zijn hardnekkige verzet op te geven tegen de ondertekening van een douane-unie met Turkije. Maar Ankara haalde vrijwel onmiddellijk alle glans er weer van af, door in de jacht op Koerdische opstandelingen Noord-Irak binnen te vallen en daar voorlopig te blijven.

Ook binnen de EU zelf heeft Parijs het afgelopen kwartaal moeten ervaren dat niet iedereen er altijd even hard op uit is het Frankrijk naar de zin te maken. De Spanjaarden stellen de 'onderlinge solidariteit' in de EU zwaar op de proef door hun harde opstelling in het visserijconflict met Canada. Bondgenoot Duitsland leidt, samen met het altijd dissonante Groot-Brittannië, het koppige verzet tegen structurele verhoging van de hulp aan de zogeheten ACP-landen, de 70 ontwikkelingslanden uit Afrika, het Caraïbisch gebied en de regio van de Stille Zuidzee. Een tweedaagse ministriële hulpconferentie in Brussel moest in februari door een zeer teleurgestelde Juppé worden geopend en onmiddellijk weer geschorst omdat binnen de EU geen overeenstemming was bereikt over een gezamenlijk onderhandelingsmandaat.

Frankrijk hoopt dat op de Europese top in Cannes - met een nieuwe regeringsploeg - alsnog een akkoord over de ACP-hulp tot stand komt. De regeringsleiders zouden het daar ook eens moeten worden over de bedragen die de komende vijf jaar worden uitgetrokken voor hulp aan Midden-en Oost-Europa en aan de landen rond de Middellandse Zee. En 'Cannes' zou tot een succesvolle bekroning van het Franse voorzitterschap moeten leiden door de feestelijke ondertekening van het Europol-verdrag over politiesamenwerking.

Het is de bedoeling dat het extra beraad van de justitie-ministers in Parijs daarvoor de laatste hobbels uit de weg ruimt. Maar in Brussel zal men niet gek opkijken als dat volgende week niet lukt, gezien de electorale gevoeligheid van onderwerpen die te maken hebben met vreemdelingen, drugs en criminaliteit. De Nederlandse minister van binnenlandse zaken, Dijkstal, verklaarde vorige week nog in de Tweede Kamer “niet de idee te hebben dat de Fransen er veel aan doen”. Het is moeilijk in te zien waarom zijn Franse collega Pasqua nu opeens wel haast zou maken, zo vlak voor de verkiezingen.

Concessies kunnen beter worden gedaan nadat het Franse volk gekozen heeft. Dat was ook de overweging voor de Franse regering om begin deze maand in Luxemburg de confrontatie met de andere EU-lidstaten uit de weg te gaan over bescherming van de Europese filmindustrie - een prominent speerpunt in het Franse beleid. De meeste lidstaten voelen niets voor strengere quota voor niet-Europese films, zoals Parijs die wil opleggen. Daarom zat er voor EU-voorzitter Frankrijk niet veel anders op dan het heikele debat over de verkiezingen heen te tillen.