Turkije: Nederland heeft ons beledigd

ANKARA, 15 APRIL. De verklaring gisteren van de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Van Mierlo, dat Nederland er niet over peinst het Koerdische parlement in ballingschap te erkennen, laat staan contacten te onderhouden met de 65 leden, is niet voldoende voor Turkije om het diplomatieke conflict met ons land uit de wereld te helpen.

Het is duidelijk dat de regering in Ankara, die weliswaar nog niet officieel heeft gereageerd, blijft vasthouden aan de eis dat Den Haag verdere activiteiten van het Koerdische parlement in ballingschap verbiedt. Turkije zegt over informatie te beschikken dat de vierdaagse conferentie die de 65 afgevaardigden na afloop van de oprichting woensdag van het Koerdische parlement in ballingschap in het Congresgebouw in Den Haag zijn begonnen, tevens in Nederland wordt gehouden. Waarschijnlijk ook in Den Haag.

“Komt Nederland niet alsnog op zijn schreden terug”, aldus de voorzitter van het Turkse parlement, Hüsmettin Çindoruk gisteren in een vraaggesprek in zijn werkkamer in Ankara, “dan bevriest het Turkse parlement de banden met het Nederlandse parlement, wellicht moeten we er zelfs toe overgaan die volledig te verbreken.” Volgens hem is het onaanvaardbaar dat een zo democratisch land als Nederland een terreurorganisatie - en hij doelde daarmee op de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) die al ruim tien jaar lang een guerrilla-oorlog voert voor een onafhankelijk Turks-Koerdistan, waarbij inmiddels ruim 14.000 doden zijn gevallen - de kans geeft zich politiek te manifesteren. Çindoruk: “Dit is geen Koerdisch parlement in ballingschap, maar een façade van de PKK. Het is een spel, het is theater.”

De Turkse parlementsvoorzitter zei er zich ten volle van bewust te zijn dat het schrappen van de parlementaire betrekkingen met Nederland een zware stap is, “maar we ervaren de Nederlandse houding dat de grondwet hun geen handvat bood om de oprichting van het Koerdisch parlement in ballingschap te verbieden, als een zware belediging, die we niet onbeantwoord kunnen laten. Het is een stellingname die niet goed te praten valt met een beroep op de nationale wetgeving.”

De Turkse parlementsvoorzitter verklaarde dan ook achter de beslissing van zijn regering te staan om de Turkse ambassadeur in Nederland, Zeki Çelikkol, voor overleg naar Ankara terug te roepen. Gisteren zijn op het Turkse ministerie van buitenlandse zaken de eerste besprekingen met hem gehouden om te kijken op welke manier de diplomatieke relaties met Nederland moeten worden herzien.

De verontwaardiging van parlementsvoorzitter Çindoruk wordt gedeeld door vrijwel de gehele Turkse bevolking en de pers. De oprichting had niet mogen plaatshebben, zo luidt de algemene reactie.

Wat de Turken met name raakt is dat de Europese vrienden die lobbyen voor de rechten van de Koerden, niet in staat zijn om onderscheid te maken tussen de mensen die werkelijk hulp nodig hebben en de terroristen - de consequente benaming in Turkije voor de guerrillastrijders van de PKK - die de situatie voor hun eigen doeleinden exploiteren.

In krantenpublikaties wordt erop gewezen dat de Turken en de Koerden broeders zijn. “We hebben een nationaal parlement, dat het gehele Turkse volk, inclusief de Koerden, vertegenwoordigt”, zo heet het.

Pag.5: 'Pistool PKK gaat zich straks ook op Nederland richten'

“We willen geen overmatig belang hechten aan dit zogenaamde parlement”, aldus een commentaar in de Engelstalige Turkish Daily News, een van de weinige dagbladen in Turkije die het regeringsbeleid betreffende de Koerden met enige regelmaat bekritiseert. Maar, voegt de krant eraan toe, “als we zien dat onze vrienden en vijanden zo onverschillig reageren op een ontwikkeling die wellicht onze nationale integriteit ondermijnt, dan zit er niets anders op dan de banden met het land in kwestie opnieuw te bezien”.

Van verschillende kanten wordt er in commentaren op gewezen dat de PKK in Europa opereert via zijn politieke vleugel, de ERNK, maar dat deze wel degelijk deelneemt aan gewapende activiteiten en dus tevens een terroristische organisatie is. Wie Turkije kritiseert voor het schenden van de mensenrechten, zo luidt de redenering, zou eerst de hand in eigen boezem moeten steken door zowel de ERNK als de PKK te verbieden. Naar het voorbeeld van Duitsland en gedeeltelijk ook dat van Frankrijk, die zowel de PKK als daarmee verbonden organisaties hebben verboden en vervolgd.

Nederland wordt met name naïviteit verweten. Door te doen of het Koerdische parlement in ballingschap een onschuldige jongensdroom is van democratisch gezinde Koerden in de diaspora, gaat Nederland volgens velen hier voorbij aan de realiteit: het platform is wel degelijk een geesteskind van de PKK, die Turken en Koerden die in Nederland leven intimideert en geld van zakenmensen afperst om de gewapende strijd in Zuidoost-Turkije te kunnen financieren.

Het wordt als te gemakkelijk ervaren dat Nederland zich verschuilt achter het argument dat zo lang de Koerdische separatisten de Nederlandse burgers geen kwaad doen en ze de veiligheid in dat land niet aantasten, de verzetsorganisatie min of meer haar gang kan gaan. De PKK-pistolen die nu tegen Turkije zijn gericht, kunnen op korte termijn ook op de Nederlandse burgers worden gericht. Kijk maar naar het gewelddadige optreden van de PKK in de Duitse straten, zo klinkt het met overtuiging.

Wat Ankara Den Haag met name kwalijk neemt is dat het zijn internationale plicht verzaakt: de bestrijding van terreur. Voor de Turkse publieke opinie, die voor het merendeel op het standpunt staat dat het vraagstuk van de Koerden in Turkije feitelijk niet bestaat maar dat het gaat om de bestrijding van Koerdische terreur door de separatistische PKK, is de verklaring van Van Mierlo onaanvaardbaar. Die zei dat de oprichtingsbijeenkomst van het Koerdische parlement in ballingschap geen verstoring was van de openbare orde en dat er gedurende die dag geen oproepen werden gedaan voor terroristische acties - op grond waarvan Nederland juridische stappen had kunnen ondernemen tegen het Koerdische parlement in ballingschap.

Alleen al daarom is het vrijwel uitgesloten dat de regering in Ankara de komende dagen geen nieuwe stappen onderneemt om Nederland duidelijk te maken dat wat haar betreft de grens van het toelaatbare is overschreden. De Turken zijn een trots volk. Ze laten veel over hun kant gaan, maar als ze eenmaal tot het uiterste zijn getart is hun eergevoel belangrijker dan materieel gewin of politiek aanzien.