Tekort geleidehonden door conflict op opleidingsinstituut

AMSTELVEEN, 15 APRIL. De Nederlandse Vereniging van Blinden en Slechtzienden (NVBS) wil dat directie en bestuur van het opleidingsinsitituut voor geleidehonden aftreden. Zij zijn volgens NVBS-directeur A. van der Waals “de bron van alle ellende” in een hooglopend conflict tussen directie en personeel van het opleidingsinstituut Koninklijk Nederlands Geleidehonden Fonds (KNGF).

Gisteren hebben leden van zogenoemde gastgezinnen voor blindegeleide honden dertien honden uit de kennel van het Koninklijke Nederlandse Geleidehonden Fonds in Amstelveen gehaald. Zij willen daarmee voorkomen dat de honden het slachtoffer worden van de interne ruzie.

Sinds september vorig jaar liggen personeelsleden van het opleidingsinstituut overhoop met de directeur. Zij wilden betere betaling en betere arbeidsomstandigheden. Personeelsleden verdienen naar eigen zeggen voor een 40-urige werkweek netto ongeveer 2.100 gulden per maand. Overwerk of shows aflopen met de honden wordt niet vergoed. Jaarlijkse beoordelingen blijven uit, en als er een beoordeling wordt gegeven, telt niet het werk maar “hoe je over de gang loopt”, zoals een van de medewerkers te horen kreeg. Over een CAO wilde de directeur praten, maar van een - volgens het personeel - verziekte werksfeer wilde hij niets weten. Personeelsleden klagen dat de directeur hun brieven niet wilde ontvangen en gesprekken ontliep. Directeur H. de Groodt wilde geen commentaar geven.

In december 1994 volgden wilde stakingen. Het werk werd twee keer voor twee dagen stilgelegd, maar de partijen kwamen niet dichter tot elkaar. Het personeel zegde daarop het vertrouwen in de directeur op.

Directie en bestuur reageerden op hun beurt met een ontslagprocedure tegen het hoofd van de opleidingen, A. l'Abee, omdat zij zich als staflid niet met het conflict had mogen bemoeien. In januari echter werd l'Abee door de rechter in het gelijk gesteld en kon ze terugkeren op het instituut. Maar toen zij terugkwam had de directie iemand aangesteld die geleidelijk haar taken overnam. Sinds februari heeft het personeel het werk neergelegd en zich uit onvrede ziek gemeld.

Door het voortwoekerende conflict tussen personeel en directie - een CAO is nog niet tot stand gekomen - stagneert de aflevering van honden. Sinds het begin van het conflict wachten twintig blinden op hun hond en de wachtlijst wordt steeds langer. Dit komt vooral, zo meent het personeel, doordat ervaring en kennis nauwelijks aanwezig zijn op het instituut. Nu zitten 30 honden in de kennel en is slechts één gediplomeerde trainer beschikbaar.

Afgelopen zaterdag speelden negen honden van het instituut zonder toezicht op het veld, toen één hond een andere aanviel. Alle honden sprongen er op af. De kennelmedewerker probeerde er nog tussen te komen, maar was te laat. Een hond moest door een dierenarts worden afgemaakt. Verontruste geleidehondgebruikers meldden het incident bij een Amsterdams bureau voor rechtshulp, omdat zij naar hun zeggen bij de directeur geen gehoor krijgen.

Deze gebeurtenis heeft veel indruk gemaakt op de thuiszittende personeelsleden. Allen kenden de getroffen hond goed en wijten het ongeluk niet aan de kennelmedewerker, maar aan de directeur die niet inziet dat het onverantwoord is om een “onervaren meisje dat nog geen twee weken op de school werkt” met negen honden in opleiding alleen te laten. Een woordvoerder van de KNGF betreurt het ongeluk, maar spreekt van een risico dat het werken met honden met zich meebrengt.

Naar aanleiding van de vragen die in de Tweede Kamer zijn gesteld, heeft staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) toegezegd een onderzoek in te stellen naar het functioneren van het opleidingsinstituut en de voorzieningen die gemoeid zijn met de aanschaf van een blindegeleidehond.