'Speedy J speelt niet voor een dierentuin'

Speedy J. Tournee: 14/4 Sneek; 15/4 Nijmegen; 22/4 Eindhoven; 28/4 Rotterdam; 29/4 Amsterdam; 5/5 Goes; 6/5 Oud Beyerland; 19/5 Zaandam; 20/5 Haarlem; 27/5 Leiden. CD 'G Spot' (PIAS, 527.6008.20)

AMSTERDAM, 15 APRIL. Toen Jochem Paap in 1988 van de middelbare school kwam, moest hij in militaire dienst. Paap had wat apparatuur bij zich en maakte op de kazerne, tussen bardiensten en exercities door, zijn eerste platen. Tegen de tijd dat hij uit dienst kwam, was Paaps carrière als house-muzikant al aardig op weg. Vervolgens werd hij dj en en full-time muzikant. Een jaar later kon de wegens zijn vingervlugheid tot Speedy J omgedoopte Paap al van zijn muziek leven.

Inmiddels is Speedy J een van de meest succesvolle Nederlandse house-muzikanten. Hij treedt op in Japan, Engeland en de rest van West-Europa. En al woont hij in de wereldwijd vermaarde 'gabber'-stad Rotterdam, Speedy J maakt geen heiende reutel-muziek; de twee cd's die hij heeft uitgebracht, Ginger (1993) en het pas verschenen G Spot, zijn gevuld met vloeiende electronica. Soms omzichtig met omfloerste percussie-klanken, soms ruimtelijk en bombastisch - als een verlate soundtrack voor Kubricks 2001: A Space Odyssey.

De nummers van Speedy J zijn zonder vocalen en ook in opbouw afwijkend van de gemiddelde popsong; couplet en refrein laten zich er niet in ontdekken. Wat zijn de bakens waarlangs Jochem Paap zijn nummers ontwikkelt?

“Ik weet van tevoren geen vorm als ik een nummer ga maken. Mijn opbouw is gevoelsmatig; ik wil een sfeer overbrengen in puur geluid. Ik heb geen boodschap - anders was ik wel teksten gaan schrijven. Voor mij hebben de nummers wel een logische opbouw, maar anders dan bij traditionele songs. Na een intro bijvoorbeeld denk ik niet 'ok, dan moet er nu een schepje boven op', ik doe misschien juist even een tandje lager. Op mijn manier vertel ik in muziek een verhaal van tussen de twee en acht minuten.”

De klanken waarmee Paap zijn verhaal vertelt, komen bij voorkeur niet uit de standaard digitale synthesizer. Hij sampelt oude analoge klankbronnen en neemt die als de basis van zijn bouwsels. Paap gebruikt bijvoorbeeld een Roland System 100, de synthesizer waar funkmuzikanten als Herbie Hancock en Stevie Wonder vroeger muziek mee maakten - met een warme, levendige en onvoorspelbare klank.

“Bij de System 100 moet je zelf prikken met stekkertjes om de modulatoren te verbinden en zo geluid te krijgen. Dat maakt het minder exact dan de moderne digitale apparaten, maar die zijn weer minder warm van klank. De moderne synthesizers zijn gemaakt om bestaande instrumenten te vervangen: violen of piano ofzo. Dat is op zich al een beperking.”

In de loop van de afgelopen jaren is zijn muziek atmosferischer geworden; Paap heeft zich afgekeerd van de dansmuziek die hij in het begin van de house-explosie maakte. Live speelt hij nog wel dansmuziek. “Maar niet voor mensen en feesten die ik niet zie zitten. De sfeer op de house-parties van tegenwoordig vind ik niets. Alles is zo gescheiden in hokjes; de ene dj draait uitsluitend dit soort muziek en de andere alleen maar dat. En op feesten waar hele jonge mensen komen, worden zoveel drugs gebruikt dat het publiek alleen maar wat met zijn ogen staat te draaien. Dan heb ik het gevoel dat ik voor een dierentuin sta te spelen.

“Daarom ben ik voor deze tournee overgestapt naar zalen waar normaal gesproken rockbands optreden, zoals Paradiso in Amsterdam, en Vera in Groningen. Ik vind het spannend om dat publiek te veroveren”.

Paap treedt op in zijn eentje. Soms, zoals op het Lowlands-festival van afgelopen zomer, vindt hij het leuk het publiek te tergen. Toen hield hij het ijle ambient-intro zo lang aan dat de menigte begon te morren. “Als ik denk 'laat ze eerst maar eens wennen' dan begin ik een beetje pesterig. Het begon behoorlijk te irriteren, tot ik over ging op iets duidelijkers. Toen kon de massa dansen.”

Ook al is hij alleen, Speedy J speelt grotendeels live. “De muziek bestaat voor een belangrijk deel uit repeterende klanken. Die zijn van te voren geprogrammeerd. Zeg dat er zo'n veertig tegelijk naast elkaar lopen, dan kies ik tijdens het optreden welke ik precies laat horen. Ik bepaal de klankkleur en het volume.”

Terugkijkend op de afgelopen acht jaar, blijkt de Nederlandse house-scene steeds door dezelfde namen te worden gedomineerd. Muzikanten van het eerste uur als Dylan Hermelijn, Gert van Veen, Orlando Voorn en Paap zelf zijn nog altijd toonaangevend. “Ja, het is steeds hetzelfde kringetje. Dat zijn dan waarschijnlijk de mensen die het niet gaat om het snelle geld, die het eerlijkst met muziek bezig zijn.”