Slopers van de segregatie

JACK GREENBERG: Crusaders in the Courts. How a Dedicated Band of Lawyers Fought for the Civil Rights Revolution

634 blz., HarperCollins 1994, ƒ 63,-.

Kruisvaarders in de rechtszalen: vijf juristen die in het decennium na de Tweede Wereldoorlog de rassenscheiding in het zuiden van de Verenigde Staten te lijf gingen. Jong, idealistisch en met het morele gelijk aan hun zijde, ondermijnden ze de fundamenten van een systeem dat zwart en blank strikt scheidde. Onder leiding van Thurgood Marshall - die eind jaren zestig als eerste zwarte werd benoemd in het hoogste rechtscollege van Amerika - procedeerden ze net zo lang tot het Hooggerechtshof in het vermaarde arrest Brown versus Board of Education (1954), segregatie op openbare scholen onwettig verklaarde.

Jack Greenberg trad in 1949 op 24-jarige leeftijd in dienst van de NAACP-LDF, zoals de juridische tak van de oudste Amerikaanse burgerrechtenorganisatie officieel heet. Als Marshalls belangrijkste assistent en latere opvolger was hij betrokken bij vrijwel alle belangrijke zaken die het Legal Defense and Educational Fund aannam. Daarvan heeft hij in zijn memoires verslag gedaan. Ze vormen een welkome aanvulling op het standaardwerk over de Brown-beslissingen uit 1976, Simple Justice van Richard Kluger. Waar de laatste vooral schreef over de beraadslagingen van het Hooggerechtshof, daar verschaft Greenberg voor het eerst inzicht in de werkwijze van het LDF. Jammer genoeg heeft Marshall zelf zijn herinneringen nooit geschreven. Hij was er aan begonnen, maar zag ervan af omdat zijn uitgever verwachtte dat hij uit de school zou klappen over zijn relatie met de overige rechters bij het Hooggerechtshof, en de discussies voorafgaand aan belangrijke arresten.

Bij zijn vertrek in 1984 van het LDF liet Greenberg een bloeiende organisatie achter: kantoren in New York en Washington, tientallen juristen in dienst en een jaarlijks budget van vele miljoenen dollars. In 1949 zag het er anders uit. Het LDF was gehuisvest in een haveloos gebouw in Manhattan, waar de lift stonk naar urine en de kelder eens door een Duits-Amerikaanse vriendschapsvereniging was gebruikt als Bierhalle. Omdat er geen groter vertrek was, deed hij nu dienst als alternatieve rechtszaal. Marshall werd er door Greenberg en zijn collega's voorbereid op de rechtszaken, in dril-sessies die soms tot diep in de nacht voortduurden.

Greenberg was jarenlang de enige blanke bij het LDF. Dat leverde dikwijls pijnlijke situaties op. Terwijl Marshall in het zuiden van de Verenigde Staten de toegang tot menig restaurant en hotel werd ontzegd, was hij overal welkom. Meestal waren ze gedwongen uit te wijken naar collega's van de NAACP. In de rechtszalen zelf was er geen alternatief: Marshall werd na zijn betoog dikwijls gedwongen plaats te nemen in de sectie 'speciaal voor zwarten', terwijl Greenberg aan de andere kant van de 'kleurgrens' zat.

Onbewogen

Greenberg schrijft met onverholen bewondering over de discipline en zelfbeheersing die Marshall keer op keer aan de dag legde. Hij luisterde schijnbaar onbewogen naar talloze racistische betogen van advocaten en rechters die de zuidelijke manier van leven en de rassenscheiding die daar een wezenlijk deel van uitmaakte, verdedigden. Tot een woedeuitbarsting liet hij zich niet verleiden. Niet dat hij zelf wars van effectbejag was. Van zijn docent Charles Houston had hij geleerd alle mogelijke middelen te gebruiken om langs juridische weg de rechtsgelijkheid van zwarten tot stand te brengen. De juristen van de NAACP waren volgens Houston tevens social engineers. Ze dienden in hun pleidooien gebruik te maken van nieuwe gegevens uit de sociologie en de economie.

Boycot

'Brown' was ongetwijfeld het hoogtepunt van Greenbergs carrière. Maar ook nadat hij zelf de leiding van het LDF had overgenomen, bleef hij zich met hart en ziel inzetten voor de verbetering van het lot van de zwarten. Het is dan ook ironisch dat hij in 1982 werd geconfronteerd met demonstraties en een boycot van zwarte studenten op Harvard. Hij zou er als gastdocent colleges burgerrechten geven, maar Afrikaans-Amerikanen vonden dat hij als blanke daarvoor de juiste kwalificaties miste. Ze gaven de voorkeur aan een 'hoogleraar uit de Derde Wereld', die zich beter in hun 'specifieke problemen' kon inleven.

Greenberg probeert het incident te bagatelliseren, maar het kost hem zichtbaar moeite. Hij schrijft met enige nadruk dat er nauwelijks protesten rezen toen hij Marshall in 1961 opvolgde. Ruim twintig jaar later weigerden Afrikaans-Amerikaanse studenten naar hem te luisteren en eisten ze zelfs zijn aftreden als hoofd van het LDF. Dat moet een gevoelige klap zijn geweest. Vlak na het incident op Harvard nam hij dan ook ontslag bij het LDF om een baan aan zijn oude universiteit te accepteren.

Schoolkeuze

Crusaders in the Courts is niet helemaal een geslaagd boek. Het eerste deel, tot en met de Brown-beslissingen van het Hooggerechtshof, is met vaart geschreven. Van enige kritiek op de koers die het LDF in deze jaren voer is weliswaar geen sprake, maar dat mag men misschien ook niet verwachten van iemand die zelf nauw bij de burgerrechtenstrijd was betrokken.

Van het moment af dat Greenberg het roer van Marshall overneemt is het verhaal minder interessant. In zijn ijver te bewijzen dat progressief Amerika ook onder zijn leiding op het LDF kon rekenen, sleept hij de lezer op opgewonden toon van de ene overwinning na de andere in de rechtszaal. Als men niet beter wist, zou men de indruk krijgen dat de Verenigde Staten zich van 1960 tot 1980 in rap tempo ontdeden van ieder spoor van racisme.

Dat de werkelijkheid buiten de gerechtsgebouwen er anders uitzag, moet men tussen de regels door lezen. Zo heeft het met het oudste ideaal van het LDF, geïntegreerd onderwijs, nooit zo willen vlotten. Greenbergs schoolkeuze voor zijn eigen kinderen is wat dat betreft illustratief. Hoewel het onderwijs in het dorp waar hij woont al jaren was geïntegreerd, besloot hij zijn zoons en dochters naar een privé-school te sturen. Hij was natuurlijk niet de enige die dat deed, en er is niets op tegen dat iemand voor zijn kinderen het beste onderwijs wenst. Maar juist van Greenberg had men toch anders verwacht. Zijn woede op blanken die naar de buitenwijken trekken om te verhinderen dat hun kinderen in dezelfde schoolbanken terechtkomen als zwarte kinderen, verliest daardoor overtuigingskracht.