Sla ze met liefde (2)

Ouders

De vraag 'Hoe bestraft U een kind' houdt me al de hele week bezig. Mijn eigen ouders hebben een gezin van twaalf kinderen grootgebracht. De muziekstijlen liepen in die tijd van Fats Domino, Willeke Alberti, via Cliff en de Stones naar Pink Floyd. De kleding laat zich dan ook raden. Van de plus-four, petti-coat tot vetkuif en strakke spijkerbroek. De tijd van thuiskomen na het sporten en uitgaan werd verlegd van 23.00 uur tot 6.00 uur 's ochtends. De sexuele revolutie, de pil, maandverband, tampons. Alles veranderde. Geen van de twaalf kinderen kreeg ooit een draai om de oren of een pak slaag. Als onze ouders vonden dat we ons misdroegen, moesten we van tafel of naar boven. Als we ons weer konden gedragen, waren we weer welkom in de huiskamer. Er was bij ons in huis veel humor, en er werd veel gedonderjaagd. Vader en moeder deden graag mee. Terwijl je ook een speld kon horen vallen als iedereen met z'n neus in een boek zat. Onze moeder heeft ons nooit het gevoel gegeven dat ze het druk had. Alles leek te kunnen, al snapte ze van veel dingen hoegenaamd niets. De muziek was in hun oren 'herrie'. “Je zult er wel iets in horen, wat wij niet horen”, zeiden ze dan. De kleding had moeder best graag anders gezien. Maar het zal wel nodig zijn en het kwam 'gewoon' weer schoon en gestreken in de kast. Laat thuiskomen was 'toch niet nodig?', maar als jij vond dat het nu zo moest.. wat moesten zij dan nog zeggen. De pil - sex voor het huwelijk - kon zij alleen beantwoorden met “als je denkt dat je er aan toe bent”. Met niet meer naar de kerk gaan had ze moeite, maar ze kon er toch begrip voor opbrengen.

Wij hadden dus een fantastisch stel ouders, die in alle stromingen die hun kinderen mee naar huis brachten, zichzelf zijn gebleven. Ze hebben begrip en aandacht voor hun kinderen kunnen opbrengen en met veel humor kunnen relativeren. Het heeft geleefd in ons ouderlijk huis. Zonder lichamelijke straf, maar met duidelijkheid over wat niet en wel werd geduld. Een heel groot opvoedkundig middel is om kinderen zichzelf te laten zijn en mee te gaan in hun groei naar volwassenheid. Een weg met plezier en ergernis. Ik merk nu aan onze eigen kinderen dat een lach, als ze iets niet goed doen, meer doet dan een pak slaag.

Anneke Bleeker, Hoogkarspel

Bellen

Het zal in 1936 zijn geweest dat ik, komende van de gymnastiek, kwajongensstreken uithaalde. Het stelde bij nu vergeleken niet veel voor. Ruitje tikken, deurtje bellen en en het opengooien van winkeldeuren.

Op een avond gooide ik een deur open van een winkel in huishoudelijke artikelen. Potten, pannen en petroleumstellen.

Op het moment dat ik de deur opengooide en wegrende kwam mijn vader voorbij. Ongerust over mijn langer uitblijven was hij op de fiets gestapt om mij te zoeken. Toen hij mij zag draaide hij zijn fiets en het enige wat hij zei was: 'Spring maar achterop'. Kwajongensstreken heb ik na die keer niet meer uitgehaald.

Martha Buitenkamp, Eelde

Overreden

Hoe straf je kind? Door steeds in gedachten te houden of te zeggen: Ik houd van je - maar nu ben ik boos op je - je laat me niet onverschillig.

Praktisch betekent dat: Bij klein vergrijp (onder 6 jaar) na een waarschuwing: tik op handje. Bij heel dwars en lastig zijn: even uit de kamer (gemeenschappelijk) weg, bv. op de trap gaan zitten en zelf weer laten binnenkomen. Na 10e/15e jaar - soms ook eerder - eigen verantwoordelijkheid laten dragen; zelf opruimen; dienstverlening; schade betalen (tot op zekere hoogte). Na 12 jaar: begrip, overreden en argumenten.

M.N. Hasper, Oostvoorne

Etui

Lijfstraffen mogen niet meer in het onderwijs: punt, uit. In de dagelijkse praktijk van een beginnende mannelijke 'degelijke' leraar blijkt dwang echter vaak echt wel noodzakelijk. Leerlingen weigeren de klas te verlaten, staan daarbij nog voor je als een gek te gillen en te schreeuwen, en als ze dat niet doen bedreigen ze je gewoon. Je bent namelijk geen 'popi' vent of 'lieve' juf.

De benodigde dwang zou moeten komen van de kant van de schoolleiding. Maar die laat het afweten. Toch wil je lesgeven als je van mening bent dat een aanzienlijk gedeelte van je klas daartoe nog vatbaar is. Dus word je vindingrijk: je gooit een natte spons midden in iemands gezicht, je gooit etui's, klappers en tassen in de richting van de deur. Je blijft stoer staan hoe erg je ook bedreigd wordt, midden onder de ogen van de leerling. Eventuele ernstige beledigingen retourneerde ik daarbij 'gewoon'.

Hoe lang duurt het hier in Nederland nog voordat men doorheeft wat in de Verenigde Staten allang bekend is: een jeugdige, een 'juvenile' is gevaarlijk! Slaag helpt erg weinig. Hoe vaak worden ook nu nog leraren daar achteraf voor 'teruggepakt': zelf ernstig mishandeld. Ik adviseer strikte uitsluiting bij (zeer) ernstige misdragingen door een jeudige: nooit meer scholing en nooit meer een baan. En als men dan nog niet luisteren wil: schieten met scherp! Men moet uitkijken met het opleggen van zulke harde maatregelen, maar ze beslist niet schuwen.

Amand Keultjes, Delft

Tot tien

Als wijze les voor mijn eigen leven, heb ik een kind gekregen dat voortdurend z'n grenzen verlegt. Zelf grenzen trekken heb ik altijd moeilijk gevonden, ik laat het dan ook vaak te ver komen. Door mijn zoon van vijf word ik nu gedwongen: tot hier en niet verder! Maar hoe geef je die grens aan? Bij mijn dochtertje van drie jaar helpt de waarschuwing 'Ik tel tot drie' nog wel, maar bij een vijfjarige zet dat alleen maar aan tot een lacherig spel. Als twee keer waarschuwen niet helpt, kies ik voor een dreigement (géén lekkers, Sesamstraat kijken of boek voorlezen). In jezelf woedt dan de tweestrijd: ik hoop dat hij luistert, want ik weet hoe fijn hij voorlezen vindt. Het is echter zaak het dreigement ook echt uit te voeren. Consequent zijn, is in de hele opvoeding een codewoord. Het verschaft het kind duidelijkheid en houvast. Ik geloof dat de rust die je als ouder daarmee creeërt, een positieve invloed heeft op de wil tot uitdagen van het kind. Als dreigen niet meer helpt, sla ik soms. Nooit op hun hoofd, wel op hun broek of hand. Op dat moment lucht het mijzelf op, maar tegelijkertijd geeft het mij een schuldgevoel. Mijn ervaring is, dat structureel slaan niet helpt. De geweldspiraal loopt alleen maar op en ik ben me er terdege van bewust dat slaan en vorm van onmacht is. Helaas zie ik, al geef ik grotendeels het goede voorbeeld, mijn zoon z'n jongere zusje slaan als zij even niet doet wat meneer wil. Ik pak hem dan stevig bij z'n arm - dwing hem mij aan te kijken en zeg. “Je hebt een mond gekregen om te praten, probeer het met woorden op te lossen”. Op zo'n moment voel ik me soms schuldig: “Hoor haar nu, zelf kan ze het ook niet altijd met woorden af”. Daarom tel ik tegenwoordig tot tien als ik m'n handen weer eens voel jeuken en zet m'n kind even apart zodat hij en ik tot bedaren komen. Daarna kunnen we er vaak rustig over praten en is er, tot beider tevredenheid, geen klap aan te pas gekomen.

Jacqueline Rath-van Tol, Hilversum