Rusland; Status en verbeelding in het Nieuwe Rusland

MOSKOU, 15 APRIL. Het begon met de spijkerbroek. Lang geleden, nog voor Gorbatsjov, raakten Levi's in zwang als bewijsmiddel dat de drager van dit kledingmerk moderner en bemiddelder was dan andere Russen. De Westerse spijkerbroek werd een nieuw statussymbool. Desnoods werd het effect nagestreefd door op een Sovjet-broek het Levi's-label te naaien. Dit bleek het eerste van een lange reeks statussymbolen te zijn, die nog dagelijks wordt uitgebreid.

Om misverstanden te voorkomen: voor een volk dat officieel zeventig jaar lang gelijkheid heeft nagestreefd is het Russische volk opvallend statusgevoelig. In gezelschap drinken mensen-met-geld Finse of Amerikaanse wodka. Niet het eigen Stolitsjnaja, al is dat merk in Amerika juist weer zeer gewild. Vrouwen die het zich kunnen veroorloven vertonen zich met tassen en riemen van Moschino. Daar staat de naam van het dure merk in centimeters grote letters opgedrukt. Wie daarentegen, zoals deze krant, zijn appartement heeft in de wijk Proletarskaja (letterlijk: arbeiderswijk) daalt onmiddellijk in de achting. Hoe kun je dáár nou wonen, luidt de vaak gestelde vraag. De lucht elders in de stad is toch veel gezonder?

Tien jaar na het begin van de perestrojka is de spijkerbroek allang geen echt statussymbool meer. Levi's zijn in tientallen kiosken te koop en voor de speciale Levi-winkel in het centrum van Moskou staat alleen op zaterdag nog een rij. Om de hoek is de winkel van een ander Westerse jeans-merk, Rifle, vaak zelfs zo leeg dat de exploitant snel zal moeten moderniseren als hij niet over de kop wil gaan.

Niet bekend

Voor kenners begint het imago van de uitneembare autoradio echter al te slijten. Want wie zijn radio met zich mee moet dragen heeft kennelijk geen alarminstallatie op zijn auto, en dat hoort er toch echt wel bij. 's Avonds op de parkeerplaats is het tegenwoordig een feest van rode lichtjes achter de voorruiten. Niet alleen in Mercedessen en BMW's - als de eigenaar van zo'n merk auto echt meetelt heeft hij helemaal geen alarm nodig want dan waakt er een lijfwacht -, ook in roestige Zjigoeli's en doorgezakte Moskvitsjen knipperen de waarschuwingslampjes. Als er één geluid is dat Moskou anno 1995 kenmerkt, is het niet het Eerste Pianoconcert van Tsjaikovski of het stampen van legerlaarzen, maar het abusievelijk afgaan van het auto-alarm.

Ook niet zo bijzonder meer dus, een auto-alarm. Een man die serieus aan zijn Nieuw-Russische imago werkt doet dat met een zaktelefoon. De toestellen zijn te koop in versies die moeiteloos in de binnenzak passen, maar dat is eigenlijk niet de bedoeling. In de bar of het restaurant - en die komen er steeds meer in Moskou - wordt de telefoon bij binnenkomst op tafel geplaatst, ongeveer op de plaats waar in andere landen wel eens een bloemstukje staat. Op straat wordt er al lopende getelefoneerd. Het gevoel van rijkdom en dus exclusiviteit wordt nog versterkt doordat er in de Russische hoofdstad overal telefoons hangen waarmee gratis kan worden gebeld omdat de munt van 5 kopeke niet meer in omloop is.

Maar misschien wel het allernieuwstje snufje is onlangs gesignaleerd in een nieuwe Moskouse club. Het betreft hier geen casino of een dure discotheek, maar een soort muziekcafé waar studenten experimenteren met 'technohouse'. Men kan er twintigers treffen die dwepen met de films van de jonge Amerikaanse regisseur Quentin Tarantino, die zij allemaal hebben gezien op illegaal gekopieerde videocassettes ('for promotion only'). Om binnen te komen moet de bezoeker op een lijst van genodigden staan, en hoe men op die lijst komt wordt aan mensen zonder het gewenste imago niet verteld.

De eenvoudig ingerichte gelegenheid is gevestigd in de kelder van een gebouw dat nog in aanbouw is, Maar dat is kennelijk geen bezwaar om er een hypermodern bewakingssysteem op na te houden. De portiers hebben althans kleine oortelefoontjes in, die net zichtbaar zijn en waarin via een zendertje instructies kunnen worden ingefluisterd. Zulke verfijnde apparaatjes zie je anders alleen op tv of bij de lijfwachten van president Jeltsin. “Klopt”, bekent de 24-jarige Sasja, die wat aan zijn oortelefoontje friemelt. Hij doet zijn jas open en daar hangen noch zender noch ontvanger. Het draadje uit het oortelefoontje leidt gewoon naar niets. “Maar het staat goed hè?”