Romeinse triade in triomf terug

PALESTRINA, 15 APRIL. Meer dan twee jaar heeft kolonel Roberto Contorni gehoopt op het telefoontje. Toen het eindelijk kwam, ging deze commandant van de Italiaanse kunstpolitie zo snel hij kon naar de Stelvio-pas, 2700 meter hoog in de Italiaanse Alpen, op een steenworp van Zwitserland. Daar stond, goed verpakt in een simpele houten kist, het enige bekende beeld met de drie belangrijkste Romeinse goden: Jupiter, geflankeerd door Juno en Minerva. De 'Operatie Juno' was met succes bekroond.

Dit is het spectaculairste succes van de afgelopen jaren van de speciale afdeling van de carabinieri, het commando Bescherming kunstzinnige erfgoed. Om het te vieren is het beeld gerestaureerd en wordt het nu tentoongesteld in het geheel opgeknapte palazzo Barberini in Palestrina, een uurtje rijden ten oosten van Rome.

Deze marmeren triade is waarschijnlijk geïnspireerd op het beeld dat in de oude Jupitertempel op de helling van het Capitool stond. Die Trias capitolina is verloren gegaan, net als kopieën ervan. Daarmee is het teruggevonden beeld voor zover bekend de enige vrijwel intacte beeldengroep van de drie belangrijkste Romeinse goden.

De 'Operatie Juno' is in 1992 begonnen, toen de carabinieri er lucht van kregen dat een belangrijk beeld uit Italië dreigde te verdwijnen. Het was door clandestiene opgravers gevonden op een terrein bij Guidonia, niet ver buiten Rome, waar in de Romeinse tijd een enorme villa moet hebben gestaan.

Een twintigtal verdachten werd gearresteerd, allen Italianen. Via hen ontdekten de carabinieri dat het beeld was gekocht door een Zwitserse heler. Die had er vier miljard lire voor betaald, indertijd bijna zes miljoen gulden, maar rekende op een enorme winst. Een Amerikaanse verzamelaar wilde er vijftig miljard lire voor betalen, meer dan twaalf keer zoveel.

De politie had twee problemen: waar was het beeld precies, en hoe te bewijzen dat het inderdaad afkomstig was van het terrein bij Guidonia en niet uit een oude particuliere verzameling? Toen kwam het toeval te hulp. Bij grondige controle van het terrein van Guidonia werd een hand gevonden. Al snel bleek dat de rechterhand van de Juno in de triade te zijn.

“Dit was ons bewijs,” vertelt kolonel Conforti telefonisch. “Via de arrestanten hebben we wat rumoer gemaakt en hebben we aan de betrokkenen duidelijk gemaakt dat het beeld nooit officieel in de handel gebracht zou kunnen worden. Met die hand konden wij bewijzen dat het beeld in Italië was gevonden en daarom het land niet uit had gemogen.”

Conforti gaat ervan uit dat het beeld al in Zwitserland stond en dat het is teruggebracht. Onder de sterke druk vanuit Italië zijn de kunsthelers door de knieën gegaan. In februari vorig jaar kwam het anonieme telefoontje.

Dit succesverhaal is een uitzondering. Kunstdiefstal is een chronisch probleem in Italië. In 1993 waarschuwde de Rekenkamer dat er ieder jaar een museum in te richten zou zijn met wat er dat jaar is gestolen. Veel daarvan wordt niet teruggevonden, omdat de eigenaars er geen goede documentatie van hebben: geen precieze beschrijving, geen foto. Regelmatig krijgt de kunstpolitie iets in handen waarvan zij vermoedt dat het gestolen is, maar dat niet goed te traceren is.

Kolonel Conforti constateert wel dat het aantal kunstdiefstallen iets aan het dalen is. Hij ziet daarvoor een aantal oorzaken. De bewaking van musea is verbeterd. De wetgeving is verruimd, waardoor politie-agenten zich bijvoorbeeld mogen uitgeven voor potentiële kopers van gestolen kunstvoorwerpen. Bovendien is de vraag naar gestolen kunst verminderd sinds het smeergeldonderzoek Schone Handen in 1992 op gang kwam. Vaak zouden steekpenningen zijn gebruikt om gestolen kunst te kopen. Zowel geld als kunst mochten immers niet openbaar worden.

Op het terrein waar de trias capitolina is gevonden, wordt nu verder gegraven. Het is moeizaam werk, want bij de illegale opgravingen is met de botte bijl gehakt en zijn hier en daar zelfs graafmachines gebruikt. In het museum van Palestrina zijn een aantal voorwerpen te zien die zijn gevonden op het terrein, maar iedere context ontbreekt. Alles is door elkaar komen te liggen. Een precieze reconstructie van de villa en van haar groei in de loop der eeuwen is vrijwel onmogelijk.

Sandra Gatti, verantwoordelijk voor de opgravingen namens de regio Lazio, heeft kunnen vaststellen dat het een enorme villa moet zijn geweest, op een terrein van honderd hectare, en dat het gebouw is gebruikt vanaf eind tweede eeuw voor Christus tot in de derde eeuw. Veel prominente Romeinen bezaten een villa in het gebied, dat goede bereikbaarheid koppelde aan een prachtig landschap. Vlak in de buurt, bij Tivoli, lag de beroemde villa van keizer Hadrianus.

Welke Romeinse aristocraten de villa in Guidonia hebben bezeten, is onduidelijk. De gevonden triade wordt gedateerd op de eerste of de tweede eeuw. Opvallend is dat Minerva, Jupiter en Juno democratisch' op één bank naast elkaar zitten, in tegenstelling tot andere afbeeldingen van het drietal, waarin Jupiter altijd domineert. Vermoed wordt dat het beeld in een kleine kapel in de villa stond. Dat zou de tendens in het Romeinse keizerrijk illustreren om goden ook in eigen huis te gaan vereren.

Gatti vertelt dat in de zomer de opgravingen op het terrein van de villa verder gaan. Dat wordt precisiewerk, bedoeld om een betere reconstructie te kunnen maken. Spectaculaire vondsten zijn er niet meer te verwachten. Het hele terrein is leeggeplunderd. De trias capitolina is terug, maar niemand durft ook maar te gissen wat er allemaal verdwenen is.